VN-actie op Timor is halfhartig

Door mee te helpen de Oost-Timorese tragedie tot een internationale aangelegenheid te maken, hebben media en kerkelijke groeperingen in het Westen hun zelfbeeld als mondiale morele politieagenten versterkt. Maar hoe bruut de Indonesische strijdkrachten ook optreden, dit mag ons nooit de ogen doen sluiten voor de onverkwikkelijke kanten van de huidige publiciteitscampagne.

Tal van initiatieven worden ondernomen uit naam van de `internationale gemeenschap' en van `internationale normen', vage denkbeelden waarop het Westen zich veelvuldig beroept, ongeacht of ze het meerderheidsstandpunt in de VN vertegenwoordigen, zoals in de Palestijnse kwestie, dan wel dat van bondgenoten, zoals Turkije in het geval van de Koerden.

In de kwestie Oost-Timor bevinden zich onder de banierdragers van het `internationalisme' vroegere koloniale machten die zich verplicht voelen te interveniëren, hetgeen in Azië met argwaan wordt bezien, ook door landen die in beginsel bereid zijn bij te dragen aan een VN-interventiemacht.

De drang tot ingrijpen in de westerse landen zou nog belangeloos kunnen lijken als zij de mogelijkheid van concrete verliezen zouden accepteren. Maar in Kosovo hebben ze nauwelijks animo getoond om mensenlevens in de waagschaal te stellen, zelfs voor een zaak die zich afspeelde aan de grens van zowel NAVO- als EU-gebied. Dus lijkt het niet waarschijnlijk dat ze straks, als dat nodig mocht blijken, de confrontatie met de Indonesische milities zullen willen aangaan.

De toestand dreigt zowaar te verergeren door deze jongste actie uit naam van de `internationale gemeenschap', die aanzet tot separatisme door ijdele hoop op bescherming te wekken terwijl ze tevens geweld van de kant van de milities uitlokt. Wie heeft president Habibie geprest tot een overhaaste belofte die hij niet kon nakomen? Wie heeft de Timorezen de gedachte ingegeven dat internationaal toezicht gelijkstond aan bescherming? Wat is in Oost-Timor de aanleiding geweest voor de uit ex-Joegoslavië beruchte politiek van de verschroeide aarde?

Het Westen is tot zijn halfhartige actie overgegaan niet uit nationale belangen maar uit een neurotisch moralisme, los van enig voorheen bestaand belang in deze archipelstaat van 200 miljoen mensen.

In de Britse media is de uitwas aan schijnheilige hoofdartikelen over internationale kwesties omgekeerd evenredig met de aandacht voor het buitenlandse nieuws. Net als tranen op de televisie lijkt nu ook de schrijvende pers niet zozeer uit op informeren als op emotioneren. Maar in Indonesië is niet onopgemerkt gebleven dat de westerse actiegroepen en non-gouvernementele organisaties die ijveren voor publiciteit over Oost-Timor, ook preken over `Javaans imperialisme' en vragen om `vrijheid' voor de Atjehers, de Irianezen, de Ambonezen enzovoort. Het mag niet verbazen dat de Indonesiërs in dit soort acties samenzweringen tegen de eenheid van hun staat vermoeden. De Aziatische buurlanden voelen weinig voor een interventie op Timor omdat ze weten dat elke afsplitsing van Indonesië een stortvloed aan andere separatistische en irredentistische kwesties dreigt op te rakelen.

Het risico van desintegratie is in Azië niet zo groot als in Afrika. Maar het bestaat wel, en de gevaren voor de belangen van de regio als geheel zijn groter dan de mogelijke baat die enkele olie- en gasrijke gebiedsdelen, zoals Atjeh en Irian, zouden hebben bij de onafhankelijkheid. Zoals Abraham Lincoln besefte gaat het recht op zelfbeschikking nu eenmaal samen met andere principes, in dit geval het grootste voordeel voor het grootste aantal mensen.

Dat impliceert niet, zoals sommige nationalisten beweren, dat het Westen thans de `mensenrechten' gebruikt zoals het in de jaren '50 andere methoden gebruikte om toegang te houden tot de natuurlijke rijkdommen van een groep eilanden. Maar het benadrukt wel hoe essentieel belangrijk het is dat de zelfverklaarde verlossers van Timor zich rekenschap geven van de onverkwikkelijke wijze waarop het Westen na 1945 heeft gepoogd verdeeldheid in Indonesië te zaaien. En Rome, nog niet zo lang geleden een bolwerk van het deplorabele bewind dat Portugal over Oost-Timor voerde, moet beseffen dat Indonesië meer heeft gedaan om confessionalisering van de politiek tegen te gaan dan de meeste rooms-katholieke landen. Het is voor het christendom in Azië en het secularisme in het algemeen een teken aan de wand wanneer Oost-Timor een recht op onafhankelijkheid wordt toegekend omdat het overwegend katholiek is en niet islamitisch zoals de meerderheid van Indonesië.

Het brute optreden van de Indonesische strijdkrachten (niet alleen in Oost-Timor) mag ons niet de ogen doen sluiten voor de zegeningen van een grote, multi-etnische, multireligieuze staat. Wil het Westen werkelijk de balkanisering van Zuidoost-Azië bevorderen?

Philip Bowring is Zuidoost-Azië specialist.

©International Herald Tribune