Tegen de koningin is het moeilijk redeneren

Een nieuw boek over de hofhouding was gisteren aanleiding voor een debat over de monarchie. ,,Beatrix bemoeit zich overal mee.''

Het Republikeins Genootschap, in 1996 opgericht door oud-Elsevier-topman P. Vinken, was gisteren tijdens een debat over het bewind van koningin Beatrix in de Haagse sociëteit Pulchri goed vertegenwoordigd. Maar de aanwezigheid van Vinken en enkele volgelingen op de eerste rij, maakte de stemming niet minder koningsgezind.

Het debat had plaats naar aanleiding van de verschijning van het boek `Aan het Hof' waarin Elsevier-journalist R. Meijer de organisatie van het `bedrijf' van koningin Beatrix gedetailleerd beschrijft.

Ook achter de discussietafel had het Republikeins Genootschap een afgevaardigde: emeritus hoogleraar in de cultuurwetenschappen H. van den Bergh. Hij was gisteren de enige die de afschaffing bepleitte van het systeem dat koningin Beatrix wel macht, maar geen politieke verantwoordelijkheid geeft.

Discussieleider H.J. Schoo, hoofdredacteur van Elsevier, wilde weten of de monarchie leidt tot onvrijheid. Zo onthult Meijer in zijn boek dat de koningin begin dit jaar leden van de hofhouding een speciale geheimhoudingsplicht heeft laten ondertekenen. Dat deed zij nadat oud-hofmaarschalk Van Zinnicq-Bergmann een boek had geschreven over zijn ervaringen aan het Hof. Een dergelijke ,,schending van vertrouwen'' dient te worden voorkomen, zo stond in de brief. Met de onvrijheid valt het wel mee, vonden desalniettemin alle deelnemers behalve Van den Bergh. Bij de overheid is het niet anders, zei historicus C. Fasseur. ,,Kok heeft het ambtenaren ook verboden om informatie te geven aan Kamerleden''.

PvdA-Kamerlid P. Rehwinkel liet zich tijdens de discussie ontvallen dat hij zich kon voorstellen dat ,,kleine stapjes richting republiek'' gezet zouden worden, maar haastte zich na afloop te verklaren dat hij niet had bedoeld dat hij de monarchie wil afschaffen. Politici kunnen wel proberen om zelf meer verantwoordelijkheid te nemen, bijvoorbeeld tijdens de regeringsformatie, vindt Rehwinkel. Maar zij hebben tot dusver niet laten zien dat zij daarin slagen. Conclusie: we hebben de koningin nodig. Dat was kort samengevat ook waar het betoog van de overige deelnemers aan het debat, historicus Fasseur en NOS-eindredacteur P. van Asseldonk, op neerkwam.

Tegen die overtuiging in was het voor Van den Bergh moeilijk redeneren. Zijn bezwaar tegen het feit dat ,,iemand op grond van erfelijkheid in de regering wordt geparachuteerd'' kan sinds de Verlichting niet meer onredelijk worden genoemd. En toch geldt het niet voor koningin Beatrix, zo bleek. Het volk wil zelf de ,,franje'' van een koninklijke familie, zei Van Asseldonk. Fasseur, die bezig is het tweede deel van zijn biografie over koningin Wilhelmina te voltooien, wees erop dat erfelijkheid geen garantie is voor een goede bestuurder, maar wel voor een goede opleiding en opvoeding, die voor een staatshoofd volgens hem essentieel is. Fasseur gruwelt bij de gedachte aan een ,,saaie Herzog'' als president.

,,Beatrix bemoeit zich overal mee'', klaagde daarentegen Van den Bergh ,,dat wordt gezien als professioneel. Ik zou het juist professioneel vinden als ze net als Juliana destijds de regering het werk laat doen.'' Maar Rehwinkel zei dat in het huidige media-tijdperk de serieuze taakopvatting van Beatrix juist een zegen is. ,,De liefdevolle chaos van Juliana zou nu niet zijn vol te houden.''

Van den Bergh noemde het onacceptabel dat de koningin ,,aanzienlijke macht'' uitoefent, zonder dat zij daarvoor verantwoording aflegt. Als voorbeeld noemde hij de opening van een Nederlandse ambassade in Jordanië in 1996 waar de koningin persoonlijk bij de toenmalige minister Van Mierlo op zou hebben aangedrongen. Het Kamerdebat hierover was volgens Van den Bergh mistig omdat niemand wist waarom die ambassade er eigenlijk moest komen.

Rehwinkel ontkende dit. ,,Het debat over de opening van die ambassade is zuiver op grond van argumenten gevoerd'', zei hij. ,,Dat de koningin zelf voorstander was, deed niet ter zake''. De koningin is niet het probleem, zei Fasseur, het zijn de ministers. Zij moeten geen ,,slappe knieën'' hebben. ,,Als een minister een besluit moet nemen tegen zijn wil, moet hij ontslag nemen. Anders is hij geen goede minister.''

    • Daniela Hooghiemstra