Standpunten over Irak in V-raad naderen elkaar

Vertegenwoordigers van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn nader tot elkaar gekomen ten aanzien van versoepeling van de VN-sancties tegen Irak.

Ministers van Buitenlandse Zaken van dezelfde landen - de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië – praten volgende week in New York over hetzelfde onderwerp verder. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwde echter dat een akkoord, in de vorm van overeenstemming over een nieuwe VN-resolutie, niet kan worden gegarandeerd.

De Veiligheidsraad is scherp verdeeld over de te volgen koers jegens Irak, dat vorig jaar december de VN-wapencommissie UNSCOM het land uitzette met de mededeling dat zij nooit meer hoefde terug te keren. Sindsdien is er geen enkele controle meer op de bewapening van Irak. De Veiligheidsraad is het eens dat er een (nieuwe) vorm van controle op de Iraakse wapenprogramma's moet komen, maar twist over de manier waarop en over de toekomst van de sancties. Rusland, Frankrijk en China zijn voorstander van opheffing van een deel van de sancties, maar de VS en Groot-Brittannië wilden tot dusverre niet verder gaan dan voorwaardelijke opschorting van het olie-exportverbod. Irak mag overigens al olie exporteren in het kader van de olie-voor-voedselovereenkomst met de VN.

Volgens een deelnemer aan de besprekingen in Londen stemden de VS en Groot-Brittannië er gisteren voor het eerst mee te praten over opschorting van het verbod civiele goederen te importeren. Amerikaanse functionarissen weigerden dit bericht te bevestigen of tegen te spreken.

Als het waar is, is dit een belangrijke Amerikaanse concessie. Washington hield tot dusverre vast aan een importverbod om de Iraakse president Saddam Hussein te verhinderen materiaal voor zijn chemische- en biologische wapenprogramma's in te voeren. (AFP, Reuters)