Rats, kuch en kaviaar

Als de Nederlandse officieren in de negentiende eeuw niet al hun inventiviteit hadden gestoken in het bedenken van originele menukaarten, maar in de ontwikkeling van nieuwe krijgsconcepten, dan was Nederland onoverwinnelijk geworden. Die indruk is onontkoombaar na een bezoek aan de tentoonstelling `Rats, Kuch en... Kaviaar: een eeuw militaire menukaarten' die tot en met 5 maart 2000 is te zien in het Legermuseum in Delft. De menukaarten, uit de periode 1850-1950, zijn ruwweg in twee categorieën in te delen: grappig bedoelde en serieuze kaarten.

Talloos waren de gelegenheden die te baat werden genomen om gezamenlijk te dineren: bij een mobilisatie, wanneer iemand was bevorderd, bij de geboorte van een koninklijke telg. Vindingrijk waren de heren officieren waar het aankwam op woordspelingen en grollen. Zo staat op een spijskaart van het Korps Pontonniers: `Maas en Waalsoep, Griendgroen en Gebraden Vliegtuig'. Naast dit soort grappig bedoelde teksten werden ook tekeningen in stelling gebracht om disgenoten in vrolijke stemming te brengen. Op een kaart is te zien hoe een militair in een boom met een flitspuit een vliegtuig uit de hemel schiet, daarmee een belendende vogel tot enorme schrik-ontlasting brengend. `Stilzwijgendheid wordt beboet', heet het elders op een kaart, maar gedwongen lol maken werd bedoeld.

Die `lol-cultuur' vindt zijn oorsprong in de studentenjool van de KMA, de Koninklijke Militaire Academie in Breda. De nieuwe cadetten die jaarlijks vanuit Breda uitwaaierden over Nederland verfristen en versterkten de dispuutcultuur en korpsgeest. Van sommige menukaarten druipt de studentengein dan ook af. Zo wordt iedereen `Bij het fokken van de feeststemming (..) verzocht zijn molzucht te bedwingen' en worden de genodigden erop gewezen dat `voertuigen zijn gereserveerd voor het vervoer van zwaargewonden en gesneuvelden'.

Maar het is niet alleen grap- en grolzucht die de menukaarten tekent. Er werd ook serieus getafeld in sociëteiten en chique etablissementen. Een afscheid van een collega of heugelijkheid in het koninklijk huis ging soms gepaard met gepaste ernst. Op deze kaarten staan de gerechten in het Frans vermeld en ontbreken karikaturen. Wel zien we naast de potages vaandels of vlaggen, of vrouwen. Afbeeldingen van deze dames zijn opvallend vaak te vinden op menukaarten van huzaren of van de bereden artillerie.

Het `paardenvolk' wist wat luxueus tafelen betekende. Kaviaar, oesters en vooral schildpadsoep zijn regelmatig terugkerende spijzen. Bij een uitgebreid diner in 1936 wordt tot twee keer toe Pommery geschonken, en ter ere van baron van Asbeek van het derde regiment huzaren, Moët. De vaak adellijke cavaleristen lieten het soms breed hangen. Aan sommige, bijzonder vormgegeven kaarten moeten, zeker in de ogen van het toenmalige proletariaat, fortuinen zijn besteed. Niet alleen aan kaarten trouwens.

Pronkstuk op de tentoonstelling, en een omweg waard, is een merkwaardig tafelstuk. Op een enorme bonk metaal, voorstellende een kapot geschoten bastion, met een kanon en kartetsen, vinden we verborgen in de verdedigingswerken een peper- en zoutstel en een olie- en azijn flesje. Het loodzware monstrum staat op een tafel die is gedekt voor een officiersdiner.

Schrijnend komt de klassentegenstelling tot uiting op de weinige menukaarten die op de tentoonstelling hangen van diners voor manschappen. Een `feestmaal' voor het voetvolk in 1939 biedt: vermicellisoep, croquetjes, aardappelen met doperwten en wortelen en karbonade.

Jolig of ernstig, alle kaarten hebben één ding gemeen, de nadrukkelijke aandacht voor de menukaart tekent de exclusiviteit van de officierskaste. Iedereen die zo'n kaart ontving wist dat hij bij een select gezelschap hoorde. Die zorg voor detail, hetzij met luim of ernst, had nog een andere waarde. Dat blijkt onder meer uit de in de Tweede Wereldoorlog gemaakte menukaarten. De officieren die in het krijgsgevangenen kamp in Stanislau zaten, bereidden uit hun Rode Kruis pakketten als voorgerecht uiteraard Koninginnesoep. Bij ontstentenis aan rijst kon er geen nasi goreng worden gemaakt, maar wel `gort goreng'. Ook de zorg die aan de tekening op deze kaart is besteed zal een moreel ondersteunende waarde hebben gehad, en had dus overlevingswaarde.

Al met al geeft deze tentoonstelling een aardig beeld van een verdwenen cultuur. Een onbegrijpelijke cultuur vooral. Want wat te denken van een menukaart gedateerd 17 februari 1914 van het eerste regiment veldartillerie. De kaart belooft onder andere `Selle de Marcassin d'Albanie' en toont op de achtergrond een galg met twee gehangenen. Nog merkwaardiger is een menukaart uit 1924 het. De kaart is verluchtigd met een strijdtoneel waarop te zien zijn: een tank, (tweedekker) vliegtuigen, soldaten met gasmaskers, waarvan één achter een mitrailleur en prikkeldraad. Wie kon hier, zo vlak na de Eerste Wereldoorlog, nog smakelijk een vorkje bij prikken?

Rats, Kuch en... Kaviaar, een eeuw militaire menukaarten

'/m 5 maart 2000.Legermuseum Delft, Korte Geer 1. Volw ƒ6 kind. tot 12 ƒ3

Open ma t/m vr 10-17u;za zo 12-17u 015-2150500