Prettig omgaan met water

Die haak! Je lag op op je rug in het koude water. Je handen in je zij. Op de kant stond een lange man in het wit. De badmeester. Met die haak! Door een felle miltsteek dreigde je kopje-onder te gaan. Maar dan kwam die harde haak in je nek. De badmeester trok je omhoog. Doorzwemmen!

Een kwart eeuw geleden ging je niet voor je plezier naar zwemles. In het huidige zwemonderwijs is de haak een relikwie. De badmeester heet `zwemonderwijzer', het water is tien graden warmer.

In zwemschool Bubbels in Amsterdam beginnen de eerste lessen weer. Dertig kinderen staan langs de waterrand. De ouders zitten aan de kant te zweten. Het water is 33 graden, want alles moet prettig zijn voor de kinderen. Zwemonderwijzer Leobard Hinfelaar heeft van een brutaal meisje dat voor de zomervakantie al was geweest een tekening gekregen. Daarna had ze een lange neus naar Leobard getrokken.

Veilig en prettig leren omgaan met het water. Daar gaat het om. Niet het leren van de schoolslag of de enkelvoudige rugslag. Ieder kind heeft zijn eigen tempo. Forceren heeft geen zin. Als een kind uiteindelijk de drie diploma's van het `Zwem-ABC' heeft gehaald, heeft het ,,een paspoort voor een levenslang zwemplezier'', zoals het heet in de folder van de Nationale Raad Zwemdiploma's.

Tien kinderen, tussen 5 en 9 jaar oud, zijn er voor het eerst. Ze krijgen in een hoekje van het bad les van zwemjuf Hannie. Zij ligt al in het warme water. Watervrij maken. Dat is het eerste dat met beginners moet gebeuren. Veel springen in het diepe water. Niet eerst op een bankje de schoolslag oefenen. De vijfjarige tweeling Gabrielle en Laetitia allebei twee staartjes kijken met grote ogen naar Hannie. Wanneer mogen ze nou? Wekenlang hebben ze zich verheugd op de zwemles, zegt hun moeder langs de kant. ,,Ze zijn heel gelukkig.''

In zwemschool Bubbels krijgen de kinderen particulier les. Sinds 1985 is de positie van het schoolzwemmen wankel geworden, omdat het toen als verplicht vak werd afgeschaft. Gemeenten moeten sindsdien zelf bepalen of ze er geld voor over hebben. Uit onderzoek bleek drie jaar geleden dat 83 procent van de scholen schoolzwemmen geeft. In 1991 was het 90 procent. In Amsterdam bestaat het schoolzwemmen nog op alle openbare scholen, vooral omdat anders allochtone kinderen niet leren zwemmen.

Maar schoolzwemmen begint pas in groep 5 of 6, als de kinderen al 8 of 9 zijn. Daarom is de particuliere les een gat in de markt. Leobard Hinfelaar begon zijn zwemschool twee jaar geleden in het bad van een mytylschool in Diemen. Tien kinderen had hij toen, nu zijn alle lessen op woensdag, zaterdag en zondag vol. Bubbels geeft pas les aan kinderen van vijf jaar, andere zwemscholen beginnen eerder. ,,Kinderen zijn dan motorisch nog niet ver genoeg'', zegt Hinfelaar. Goedkoop is het niet. Een les kost vijftien gulden en het duurt circa vijftig lessen voor ze mogen afzwemmen. ,,En dat met een tweeling'', verzucht de moeder van Gabrielle en Laetitia.

In de beginnersgroep springen de kinderen zonder aarzelen in het water. Alleen Frank, een lang, dun jongetje, is bang. Negen is hij al. Frank gaat door zijn knieën. dan blijft hij stilstaan. Angst op zijn gezicht. Leobard neemt hem apart. ,,Even vijf minuten om er vaart achter te zetten'', zegt Hinfelaar. Vijf minuten worden een kwartier. Dan durft Frank alleen in het water te springen. Aarzelend, maar de grootste angst is overwonnen.