Plaatsvervangend blokhoofd

Onder luid gejuich donderde een zwaargewonde van de brancard. Drie mannen hadden geprobeerd hem op de Chevrolet stationcar van mijn oom Garrard te schuiven. De BB-oefening was in volle gang.

In 1952 was in het kader van de civiele verdediging de Bescherming Bevolking bij wet geregeld. Nederland werd opgedeeld in A- en B-gebieden. De eerste waren van groot strategisch en economisch belang en vielen in geval van oorlog of van andere calamiteiten direct onder het militaire gezag. De B-gebieden vormden het werkterrein van de BB. Ze waren ingedeeld in kringen waarvan de leiding in handen was van een kringhoofd. Deze organisatie had een professioneel kader, maar werkte op lokaal niveau met vrijwillige en dienstplichtige noodwachters. Deze laatsten, in ambtelijk jargon ook wel noodwachtplichtigen genoemd, werden gerecruteerd uit de beschikbare buitengewoon militair dienstplichtigen. Wanneer in een gezin twee jongens in dienst waren geweest, werden de derde en volgende broers hiervan vrijgesteld. Wegens `broederdienst' werd er dan gezegd. Deze waren dan beschikbaar voor de BB. Op plaatselijk niveau bood de BB bedrijfs-, wijk- en blokbescherming. Uniformen en materiaal werden van rijkswege verstrekt.

Van de BB'ers werd verwacht dat ze in geval van oorlog en bij andere grootschalige calamiteiten hand- en spandiensten verrichtten voor politie, brandweer en Rode Kruis. Er waren theorieavonden en er werd regelmatig geoefend. Eén keer per jaar was er een grote oefening, samen met de andere clubs die zich met rampen bezighielden. Bij ons in het dorp gebeurde dat in en rond het gebouw van de boerenbond aan het kanaal. Met nepgewonden, vuurtjes en rookbommen werd een hoop narigheid gesuggereerd. Van meet af aan werd er nogal lacherig gedaan over de BB, zoiets van `Daar komen de schutters', wat we toe overigens nog niet kenden. Maar wanneer je het gestuntel van die mannen zag wanneer ze in actie kwamen – hier raakte iemand te water, daar stond iemand te hoesten omdat zijn gasmasker niet goed afsloot, er werd iemand omvergespoten door een verblinde brandweerman – begreep je al gauw waarom. Het waren hilarische voorstellingen waar het hele dorp gnuivend omheen stond, luidkeels commentaar en aanwijzingen gevend.

Mijn vader is nog een tijdje lid geweest van de BB. Op onze slaapkamer werd het `uniform' bewaard, een grijze overall en een plat, grijs helmpje dat alleen het stukje schedel boven de oren enigzins bescherming bood. Dat zagen wij kinderen zelfs. De helmen hadden de neiging naar een kant af te zakken wat de manhaftigheid niet bepaald verhoogde. Later werd vader bevorderd tot plaatsvervangend blokhoofd. Dit gaf recht op het dragen van een, weliswaar even plat, maar wit helmpje met een bies van zeegroene blokjes. De angst voor de Russen was toen echter al zozeer geslonken dat ik hem er nooit mee in actie heb gezien.