Ook de droom van de Nieuwe Economie is bedrog

Sommige politici denken dat met de `Nieuwe Economie' de tijden van bezuinigen definitief tot het verleden behoren. Maar volgens Annemarie Jorritsma bestaat de Nieuwe Economie helemaal niet. Er worden huiden verkocht voordat beren geschoten zijn.

De discussie over de Nieuwe Economie is nu ook in Nederland in volle hevigheid losgebarsten. Voor sommige politici is de Nieuwe Economie dan ook een uitkomst: eindelijk een theorie die voorspelt dat de economische groei structureel omhooggaat en dat die storende conjunctuur tot het verleden behoort. Eindelijk het afscheid van de economie als naargeestige wetenschap die alleen maar adviseert tot bezuinigingen.

De Nieuwe Economie zou de economische wetmatigheden van het verleden volledig op hun kop zetten. Hoge groei, lage inflatie en werkloosheid en geen conjunctuurcycli. Het is allemaal tegelijkertijd mogelijk volgens de `nieuwe economen'. Collectieve uitgaven kunnen naar de mening van de nieuw-economische politici op dit `stevige fundament' dan ook flink omhoog. De Verenigde Staten laten immers zien dat de Nieuwe Economie niet alleen in de hoofden van goeroes op het terrein van informatie- en communicatietechnologie (ICT) bestaat, maar ook werkelijkheid is. En Nederland, het `kleine Amerika aan de Noordzee', heeft ook alweer vijf jaar een gemiddelde groei boven de 3 procent achter de rug.

ICT is de haarlemmerolie van de nieuwe economen. ICT zou de productiviteitsgroei dermate verhogen dat de productie gestaag kan groeien en de werkloosheid tot ongekende niveaus kan dalen zonder dat hierbij de inflatie toeneemt. ICT zou de noodzakelijke voorraden dermate verlagen dat de conjunctuurbeweging, die volgens sommige economische theorieën inderdaad wordt veroorzaakt door veranderingen in voorraden, tot het verleden behoort.

Helaas, ook in dit geval zijn dromen bedrog. De ontwikkelingen in de VS blijken in historisch perspectief niet uitzonderlijk, noch onverklaarbaar zonder de Nieuwe Economie. ICT speelt een rol, maar voorlopig is het een (weliswaar belangrijke) bijrol, niet de hoofdrol. En voor Nederland geldt dat een ieder die er op rekent dat de Nieuwe Economie een einde maakt aan mindere economische periodes, mij nog het meest doet denken aan iemand die aan het einde van deze lange zomer zijn winterjas verkoopt onder het motto: als het zo lang warm is, zal het wel niet meer koud worden. Een korte blik over onze grenzen leert dat de conjunctuurcyclus nog net zo levend is als vroeger.

Hoe zit het dan wel met die Nieuwe Economie? Hoe verhoudt de theorie zich met de praktijk in de VS en Nederland en tot welk beleid zou de razendsnelle ontwikkeling in de ICT wél moeten leiden?

ICT is de sleutel in de Nieuwe Economie. ICT verhoogt de productiviteit, zorgt ervoor dat investeringen sneller tot een daadwerkelijke uitbreiding van de productiecapaciteit leiden en vermindert door just-in-time leveranties de benodigde voorraden. Hoe werkt dat in de praktijk? Dell Computers verkoopt dagelijks voor ruim 30 miljoen gulden via haar website. Dells leveranciers hebben via een real time intranetverbinding direct toegang tot het productieproces en voorraden, waardoor zij optimaal kunnen aanleveren. Dankzij deze veranderingen is de productiviteit van Dell behoorlijk gegroeid. Cisco Systems, een Amerikaans IT-bedrijf met een marktwaarde van 172 miljard dollar, verkoopt zelfs 80 procent via Internet. Op deze manier kon de omzet verzesvoudigen, terwijl het aantal medewerkers slechts verdubbelde. Een forse stijging van de arbeidsproductiviteit was het resultaat. Volgens Cisco besparen zij per jaar 500 miljoen dollar door het gebruik van de website voor verkoop en toeleveranciers.

Het is dus duidelijk dat de productiviteit door ICT sterk kan groeien. Dat geldt met name voor de ICT-sector zelf, maar ICT kàn ook in de rest van de economie voor productiviteitsverbeteringen zorgen. Echter, een kapper, een verpleegster en vele andere werknemers kunnen moeilijk met ICT-toepassingen hun arbeidsproductiviteit fors verhogen. Het maken van vrijwel alle producten blijft voor een flink deel bestaan uit dezelfde fysieke handelingen, ondanks dat ICT die productieprocessen en de logistiek wel efficiënter kan maken.

Het aardige is nu dat dit ook precies is wat in recent empirisch onderzoek naar de Nieuwe Economie in de VS wordt gevonden. De productiviteit groeit vooral in de ICT-sector zèlf, terwijl van een bredere toename van de productiviteit (nog) weinig is terug te vinden. Dit is op zichzelf ook helemaal geen vreemd verschijnsel. Want voor de bulk van de sectoren geldt nou eenmaal niet dat de productie tot in het oneindige kan worden opgevoerd zonder dat dit tot veel extra kosten leidt. Dat laatste is immers vooral het geval bij producten die nu juist worden geproduceerd in de ICT-sector zèlf en aanverwante sectoren.

De macro-economische feiten in de VS laten het volgende beeld zien. De Amerikaanse economie kent al sinds het eind van 1991 een hoge groei, een lage inflatie en een inmiddels zeer lage werkloosheid (het laagste niveau in bijna dertig jaar). Zo bedroeg de groei over de periode 1992-1998 gemiddeld 3,3 procent per jaar bij een inflatie van gemiddeld 2,1 procent. Dit verschijnsel wordt vaak als onderbouwing van de Nieuwe Economie gezien.

Is de groei van de arbeidsproductiviteit in de VS, immers de cruciale variabele in de Nieuwe Economie, nu heel hoog geweest in de afgelopen jaren? Helaas: het beschikbare cijfermateriaal duidt daar niet op. In de periode 1995-1999, waarin de economische groei gemiddeld bijna 4 procent per jaar bedraagt, is de arbeidsproductiviteit gemiddeld jaarlijks met 2,2 procent gegroeid. Daarmee ligt de toename van de arbeidsproductiviteit lager dan die in de jaren vijftig en zestig.

De rol van ICT in de verklaring van de productiviteitsgroei in de VS blijkt ook nog eens relatief klein. Robert Gordon, een autoriteit op het terrein van de analyse van de Amerikaanse productiviteit, heeft laten zien dat 40 procent van de versnelling in de groei van de arbeidsproductiviteit tussen de vorige decennia en de periode na 1995 het gevolg is van het beter kunnen meten van prijsstijgingen bij producten. Verder is 30 procent van de arbeidsproductiviteitstoename in de VS volgens Gordon het resultaat van de versnelling in de conjunctuur sinds 1995 (tussen 1991 en 1995 gemiddeld 2,6 procent economische groei, na 1995 3,9 procent). Bij een versnelling van de economische groei nemen bedrijven immers niet onmiddellijk nieuwe mensen aan, maar maken zij gebruik van de aanwezige reservecapaciteit. En ten slotte schrijft Gordon 30 procent van de macro-economische groei van de productiviteit toe aan een enorme productiviteitstoename bij de productie van computers zèlf: in deze sector groeit de arbeidsproductiviteit sinds 1995 met gemiddeld maar liefst 42 procent per jaar. Ondanks dat de computersector slechts 1,2 procent van de economie uitmaakt, heeft de stijging in die sector het cijfer van de arbeidsproductiviteitsstijging voor de gehele VS dus fors opwaarts beïnvloed. Noch de groei van de arbeidsproductiviteit, noch de bijdrage van ICT, duidt volgens recente cijfers dus op het bestaan van een `nieuwe economie' in de VS.

De sceptici over de Nieuwe Economie hebben vervolgens nog wel iets uit te leggen: wanneer het niet de ICT en productiviteitsgroei is die de inflatie in de VS beperkt houden, hoe kan deze dan zo laag blijven bij de relatief lange periode van economische groei die de VS doormaken? Daar zijn andere dan `nieuw- economische' redenen voor aan te wijzen. Zo hebben de VS via hun invoer lage prijzen geïmporteerd. Dit dankzij de recente internationale recessie die voor lage wereldhandelsprijzen (met name van grondstoffen) zorgde en de dure dollar die import goedkoop maakt. Tevens draagt de gematigde loonontwikkeling bij aan lage inflatie, waarbij de flexibele Amerikaanse arbeidsmarkt een prominente rol speelt.

Biedt Nederland dan houvast voor de Nieuwe Economie? Ook in Nederland lijkt op basis van de macro-economische feiten geen sprake van een `nieuwe economie'. Weliswaar lag de groei over de afgelopen vijf jaar op gemiddeld 3,2 procent, maar echt uitzonderlijk is dit niet. Zo bedroeg de economische groei in de periode 1970-1974 zelfs 4,5 procent per jaar. In vergelijking met de jaren '80 is wel sprake van hogere groeicijfers, maar hiervoor zijn andere verklaringen: wie herinnert zich niet alle polderverhalen van de afgelopen jaren in de kranten? En wat betreft het florissanter dan verwachte beeld van de Nederlandse economie gedurende dit jaar: hier lijken vooral een voorspoedig herstel van Azië, de voortgezette groei in de VS, en in het kielzog hiervan het Europese herstel en de onverminderd krachtige consumptie aan ten grondslag te liggen.

Ook in Nederland duidt de stijging van de arbeidsproductiviteit voorlopig niet op een `nieuwe economie'. De voorspoedige economische ontwikkeling heeft in de afgelopen jaren vooral in een stevige banenaanwas geresulteerd. De arbeidsproductiviteitsgroei daarentegen lag over de afgelopen vijf jaren met 1,8 procent per jaar lager dan tijdens de vorige periode van hoogconjunctuur (1988-1990), toen een jaarlijkse stijging van 2,2 procent kon worden geboekt.

Er zijn drie kanalen waarlangs ICT op de arbeidsproductiviteit doorwerkt. Ten eerste in de ICT-sector zelf, waar via enorme kwaliteitsverbeteringen grote productiviteitsstijgingen blijken te zijn geboekt. Ten tweede kunnen productieprocessen in andere sectoren efficiënter verlopen dankzij het toepassen van ICT. En ten derde kan de kwaliteit van producten toenemen, bijvoorbeeld omdat met behulp van ICT maatwerk kan worden geleverd (massa-individualisering).

Willen de laatste twee mogelijkheden voor productiviteitsverhoging werkelijkheid worden, dan is een brede penetratie van ICT in het bedrijfsleven noodzakelijk. We hebben die (potentiële) productiviteitsstijging als gevolg van ICT ook hard nodig. Van de basisinnovaties uit het verleden (bijvoorbeeld elektriciteit en chemie) hebben we de grootste vruchten immers al geplukt. Nu komt het dus aan op het omzetten van de nieuwe basisinnovatie in economische groei. Volgens Gordon kan het echter een flinke tijd duren voordat de gehele economie van dergelijke innovaties kan profiteren. Dit staat ook niet geheel los van het door de overheid gevoerde economische beleid.

De Nieuwe Economie mag dan de facto niet bestaan, iedereen kan zien dat de economie wel degelijk in razendsnel tempo verandert. Succes wordt bepaald door het vermogen van bedrijven en organisaties zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Flexibiliteit en voortdurende innovatie zijn absolute sleutelbegrippen geworden. We moeten dus onze kaarten zetten op de vernieuwingskracht van onze economie, zoals ook is aangegeven in Ruimte voor industriële vernieuwing, de agenda voor het industrie- en dienstenbeleid voor de komende jaren. In de beleidsnota De digitale delta wordt geconstateerd dat Nederland er qua uitgangspositie op ICT-terrein helemaal niet slecht voorstaat (zevende van 55 landen), maar dat nog wel wat extra's nodig is.

Dan gaat het er niet om dat de overheid massaal gaat investeren in de infrastructuur voor ICT, maar wel dat de randvoorwaarden voor een optimaal gebruik van ICT worden geschapen. Denk aan effectieve regulering van de telecommunicatie en de kabel, zodat voldoende wordt geïnvesteerd in de infrastructuur. Denk aan de permanente aandacht voor ICT in het onderwijs en de kennisinfrastructuur. Denk ook aan het zorg dragen voor het juiste juridische en fiscale kader op de elektronische snelweg. En, last but not least, ook aan het beleid dat concurrentie op markten bevordert en meer ruimte voor ondernemerschap creëert. Juist de combinatie van ICT en een goede werking van markten kan een enorme impuls betekenen voor de efficiency.

Van een Nieuwe Economie die de oude wetmatigheden op zijn kop zou zetten, is geen sprake. Wel van een sleuteltechnologie die grote invloed op de groei van de arbeidsproductiviteit kan hebben. Politici die alvast het dividend willen incasseren van de ICT-basisinnovatie raad ik aan nog eens in een boek met oude spreekwoorden het hoofdstuk over huiden en beren op te zoeken. Tegelijk rust op de overheid wel de taak, de randvoorwaarden voor ICT-gebruik in de economie te optimaliseren. Het zou prachtig zijn wanneer we er op die manier in slagen voortgezette economische groei, maar dan in de èchte economie, te bereiken. Dat vergt natuurlijk ook het doorzetten van het succesvolle Paarse beleid van lastenverlichting, hervorming van de sociale zekerheid, het vergroten van de concurrentie en investeren in de kennis- en de fysieke infrastructuur. Toegegeven, dat is minder spannend dan speculeren over een Nieuwe Economie.

A. Jorritsma is minister van Economische Zaken en vice-premier. Zij is lid van de VVD.