`Nederlanders hebben een werknemerscultuur'

Nederlanders ondernemen niet genoeg. Het kabinet gaat daar een einde aan maken door `barrières te slechten en starters en groeiers te stimuleren'. Trekken en duwen aan het ondernemerschap.

Met dagelijks ruim honderd startende ondernemers bruist Nederland ogenschijnlijk van de ondernemerszin. Maar schijn bedriegt. Internationaal loopt Nederland procentueel ver achter op landen als Groot-Brittannië, Denemarken en de Verenigde Staten. Zeker op het gebied van innoverende starters scoort Nederland slecht: slechts zes procent van de starters is `technostarter'. En de groei van het aantal starters stagneert.

Vanmiddag presenteerde staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) de nota `De ondernemende samenleving'. Zijn doel: geen 100 maar een kleine 140 starters per dag (50.000 per jaar) aan het eind van deze regeerperiode, vooral in het midden- en kleinbedrijf. Samen met de ministeries van Grote Steden, Financiën, Sociale Zaken en Onderwijs investeert EZ de komende jaren ruim twee miljard gulden in het stimuleren van ondernemerschap.

Ybema wil subsidies en stimuleringsregelingen eenvoudiger maken zodat ondernemers daar meer gebruik van gaan maken. Nu blijkt dat veel ondernemers wel een subsidie kunnen krijgen, maar daar geen weet van hebben. Daarom wil Ybema een bedrijvenloket oprichten. Snelle groeiers, potentiële exporteurs en `technostarters' zullen extra benaderd worden.

Afgelopen vrijdag werd al duidelijk dat minister Jorritsma (EZ) de Vestigingswet, die de voorwaarden stelt waaronder een ondernemer een eigen bedrijf mag beginnen, gedeeltelijk intrekt. Zo wordt het voor ondernemers makkelijker een eigen zaak te beginnen. Ook op andere terreinen wordt het ondernemerschap gestimuleerd. Zo wordt de Faillissementswet aangepast (zodat ondernemers met betalingsproblemen minder snel failliet gaan), is er in februari een exportprogramma opgezet voor startende ondernemers, worden de administratieve lasten tegen het licht gehouden en wordt onderwijs meer bij het bedrijfsleven betrokken.

Waarom moet Nederland meer ondernemen, het gaat nu toch goed met de Nederlandse economie?

,,Het maatschappelijk belang van ondernemers moet niet worden onderschat. Het is al vaak gezegd, maar het midden- en kleinbedrijf is echt de banenmotor van onze economie. Ondernemerschap betekent vernieuwing, flexibiliteit, het is een voertuig voor emancipatie en integratie. De trend die je de laatste jaren ziet is dat bedrijven zich ook maatschappelijk verantwoordelijk gaan voelen. Grote bedrijven gaan in de sportsponsoring, kleinere ondersteunen buurtprojecten, ondernemers komen dichter op het onderwijs te staan. Dat zijn goede ontwikkelingen.''

Dus ondanks het intrekken van het middenstandsdiploma toch een belangrijke rol voor het onderwijs?

,,Zeker, maar niet meer op de klassieke manier. Het bedrijfsleven zou nog meer bij het onderwijs over de vloer moeten komen. Colleges over ondernemerschap, op alle niveaus, MBO, HBO en universiteit. Je moet jongeren confronteren met enthousiaste ondernemers, zodat ze zich af gaan vragen: `Is dat niets voor mij, een eigen zaak?'.

,,Maar andere projecten zijn ook denkbaar, kijk maar eens naar de Universiteit Twente. Die hebben zich een paar jaar terug ten doel gesteld `de ondernemende universiteit' te worden. Ze bieden studenten de kans een bedrijfje op te richten dat dan twee jaar onder de vleugels van de universiteit draait en daarna zelfstandig wordt. Fantastisch toch. Randstad uitzendbureau is dertig jaar geleden ook zo begonnen, als een project van twee studenten.''

De trend van de laatste jaren is toch meer die van een terugtredende, regulerende overheid. Veel van uw voorstellen zijn echter interveniërend. Hoe verhoudt zich dat?

,,Het zijn twee gezichten van dezelfde overheid. Aan de ene kant proberen we barrières te slechten door wetten en regels in te trekken of te vereenvoudigen. Het intrekken van de Vestigingswet is daar een goed voorbeeld van. Maar ook het aanpassen van de Faillissementswet hoort daarbij, zodat ondernemers met betalingsproblemen niet meer zoals nu bijna per definitie failliet gaan.''

,,Aan de andere kant is het ook nodig om het ondernemerschap actief te stimuleren. Je moet als overheid voorwaarden scheppen om een markt goed te laten functioneren. Via subsidieregelingen, onderwijs, fiscale stimulansen. Het is push & pull, je haalt wat weg, je voegt wat toe, maar alles met hetzelfde doel.''

Hoe lang moet de overheid stimulerend blijven optreden? Zal de markt ooit op eigen benen kunnen staan?

,,Wat mij betreft gaan we hier nog heel lang mee door. Feit is wel dat door het stimuleren van ondernemerschap er een soort vliegwiel gaat ontstaan. Een startende ondernemer heeft vaak geen tijd om zelf zijn boekhouding te doen en zal die uitbesteden aan een ander. Dat is niet erg, maar juist goed. Die ander richt namelijk op zijn beurt, als hij meer van dat soort opdrachten heeft, een eigen boekhoudbedrijfje op. Dat is de dynamiek waar we naar toe moeten.''

,,Waar ik op hoop is een mentaliteitsverandering, een uiteindelijke cultuuromslag. Nederland heeft nu nog te veel een werknemerscultuur. Jongeren weten nu prima wáár ze willen werken, bij welke werkgever bedoelen ze dan. Dat zou moeten veranderen, ze zouden zich ook moeten afvragen of ze niet zélf een bedrijf willen beginnen. Maar die drempel is nu nog te hoog. Wat dat betreft zouden we wat meer op Amerika moeten gaan lijken. Als je daar failliet bent gegaan, is dat niet erg, Je probeert het nog eens en dat wordt zeer gewaardeerd. Zo ver zijn we hier nog lang niet, dat red je niet in een paar jaar. Maar dit is een begin.''

Nota `De ondernemende samenleving' : www.nrc.nl/Doc

    • Egbert Kalse