Lucebert op zijn 75ste geboortedag herdacht

,,Ik ben niet moeilijker dan Shakespeare'', vond Lucebert. De vier jaar geleden overleden dichter en schilder werd gisteren geëerd met voordrachten en filmpjes.

`Ik tracht op poëtische wijze / dat wil zeggen eenvouds verlichte waters / de ruimte van het volledige leven tot uitdrukking te brengen.' Deze lyrische dichtregels van Lucebert staan in het geheugen van elke poëzieliefhebber gegrift. Ze klonken gisteravond uit de mond van dichter/theoloog Huub Oosterhuis, die in de overvolle Rode Hoed in Amsterdam Lucebert Levend presenteerde. Deze hommage met voordracht en muziek vond plaats ter gelegenheid van de 75ste geboortedag van de dichter en schilder, die in 1994 overleed. Behalve voordracht en muziek was er ook een dichtmachine, die op verzoek twee willekeurige regels uit de Nederlandse poëzie samensmeedde, en een tapdanser die alleen danste als je een regel van Lucebert uit je hoofd kende.

Frank Lodeizen, wiens schilderijen waaronder een portret van Lucebert in de foyer hingen, vertelde dat hij de `Keizer der Vijftigers' in 1948 in café Eylders aan het Leidseplein ontmoette. ,,We zijn ook samen naar Parijs gelift. Dan logeerde hij bij Rudy Kousbroek en ik sliep onder een brug aan de Seine.'' ,,Mocht je niet bij Kousbroek naar binnen?'' vroeg Oosterhuis. ,,Jawel, maar ik mocht niet blijven slapen.'' Lodeizen las tenslotte het gedicht Prent voor, dat Lucebert ooit aan hem opdroeg, en Oosterhuis verraste met gedichten uit Luceberts laatste maanden, zoals Woede, over lichamelijk verval: `Vanochtend heb ik de rambam gekregen/ uit de spiegel viel het met irriterend gegiechel.'

,,Wat is moeilijk? Ik ben niet moeilijker dan Shakespeare'', heeft Lucebert ooit gezegd. Toch was de voordracht van zijn gedichten niet altijd goed te volgen, zeker niet als je ze voor het eerst hoorde. Meestal ging het te snel met toonloze stem, in het geval van de klankkunstenaar Jaap Blonk werd er juist teveel nadruk gelegd op de woorden. Blonk las grommend, spuwend en bekkentrekkend het gedicht Horror, er was niets van te verstaan maar angstaanjagend was het zeker. Op de muur werden ondertussen videofilmpjes van de studenten van het Sandberg Instituut vertoond. Het hoofd van Rinus Michels kwam in beeld, een opname van het EK in 1994, met daarbij Luceberts woorden `ik draai een kleine revolutie af'. Vervolgens sprong de ene voetballer enthousiast bij de andere op de rug, en we lazen `op mijn rug rust een zeemeermin'.

Peter Hofman, oud-leraar Nederlands, vertelde over zijn speurtocht naar Luceberts leven vóór zijn debuut in 1949, toen het gedicht Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia in het blad Reflex verscheen. Hofman ontdekte in Luceberts correspondentie aan zijn vriendin Corinne de Wit een schets van een verloren gegane wandschildering, in 1946 gemaakt in vakantiehuis De Eekhoorn in de buurt van Heemskerk. Ook vond Hofman twee schriften uit 1947-48 met onbekende gedichten en dagboekaantekeningen, die weergeven hoe Lucebert zich langzaam ontwikkelde tot de grootste vernieuwer van de Nederlandse poëzie. `De revolutie die zich aan mij voltrekt is van een heel bijzondere aard', schreef hij in 1948 aan De Wit. `Ik veroorloof mij nu veel vrijheden, zowel in woordkeus als grammatica.'