`Laat goede scholen met rust'

De basisvorming heeft de kwaliteit van het voorgezet onderwijs niet verbeterd en van didactische vernieuwing is niet veel terecht gekomen. De inspectie wil voor zwakke leerlingen minder vakken.

Om te spreken van een mislukking van de basisvorming, dát gaat inspecteur-generaal van het onderwijs F. Mertens te ver.

In 1991 noemde C. Schuyt, een van de medebedenkers, de basisvorming al een ,,een compromis, van een compromis, van een compromis''. En dat was het ook, vindt Mertens. ,,Dan kun je de resultaten van nu niet steeds gaan toetsen aan de idealen van de middenschool uit de jaren zeventig en dan roepen dat er niets van terecht is gekomen. Dat is net iets te makkelijk.''

Maar dat er een hoop niet goed gaat, blijkt uit de gisteren gepresenteerde evaluatie door de inspectie van de basisvorming, het in 1993 ingevoerde gezamenlijke lesprogramma in de eerste klassen van de middelbare scholen. Doel was binnen het onderwijs meer aandacht te besteden aan vaardigheden en `actief leren', alle kinderen een basispakket aan kennis bij te brengen en de definitieve schoolkeuze uit te stellen.

De kwaliteit van het onderwijs is niet verbeterd, zoals de bedoeling was en ook van de didactische vernieuwing is weinig terecht gekomen, zo blijkt uit het rapport. Leraren prefereren nog steeds klassikaal lesgeven boven het stimuleren van zelfstandig leren. Ook vinden ze het aanleren van vaardigheden minder belangrijk dan kennisoverdacht. Op twintig procent van de scholen, voornamelijk kleinere vbo en mavo-scholen met veel allochtone leerlingen, is de leskwaliteit onvoldoende.

Daarnaast is het lesprogramma van vijftien vakken dat álle leerlingen voorgeschoteld krijgen, voor de leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) overbeladen, constateert de inspectie. Zij stelt dan ook voor delen van het programma te laten vallen voor de zwakste leerlingen.

Een belangrijk doel was een basispakket van kennis en vaardigheden dat nodig is om in de maatschappij te functioneren voor alle kinderen. Juist voor de zwakkere leerlingen wordt dat uitgangspunt losgelaten.

,,Je moet realistisch blijven. Je kunt blijven zeggen dat vbo-scholen een bepaald programma moeten afwerken. Maar als het niet lukt, moet je niet de schijn willen ophouden. De ene leerling is nu eenmaal slimmer dan de ander. Bovendien moeten juist de zwakkere leerlingen op het vbo de basisvorming in twee jaar afronden terwijl vwo'ers er drie jaar over kunnen doen. Die verhouding is scheef. Wij stellen een lichter verplicht basisprogramma voor, met een facultatief gedeelte voor de leerlingen op hogere schooltypen.''

De inspectie concludeert dat er ,,een begin is gemaakt'' met het uitstel van de schoolkeuze. Maar de meeste kinderen worden toch al in het eerste jaar voorgeselecteerd voor bijvoorbeeld vbo of vwo?

,,Een verlenging van de basisschool met drie jaar, waarbij iedereen in dezelfde klas zou zitten, is er nooit gekomen. Het politieke compromis bij de invoering van de basisvorming was dat de verschillende schoolsoorten als mavo en vwo zouden blijven bestaan. Doordat veel scholen zijn gefuseerd tot grote scholengemeenschappen komt een groot deel van de kinderen in een brede brugklas of een gemengde mavo/havo of havo/vwo klas terecht. Zij kunnen dan makkelijker overstappen naar een ander schooltype. Daarnaast is de begeleiding van leerlingen verbeterd, waardoor leerlingen vaker dan vroeger tijdig doorverwezen worden.''

De didactische aanpak van leraren is op de meeste scholen nauwelijks veranderd. Op twintig procent van de scholen is de leskwaliteit onvoldoende. Wat gaat u daaraan doen?

,,Wij gaan daar niets aan doen. De inspectie heeft de pijnpunten blootgelegd. Het is niet onze taak om die op te lossen. Het is in de eerste plaats aan de scholen om daar iets mee te doen. De inspectie zal uiteindelijk wel controleren of het beter gaat. En als dat niet het geval is, kan de minister besluiten om geld in te houden, de school te dwingen te fuseren of te sluiten. ,,Ons dringende advies aan de politiek is om hun beleid puur en alleen te richten op de scholen waar het slecht gaat en alsjeblieft niet weer met maatregelen te komen voor álle scholen. Laat de scholen waar het goed gaat met rust en kijk hoe de slechtere geholpen kunnen worden: wellicht met meer geld of betere begeleiding. Soms kan het beter zijn als ze zich aansluiten bij een andere school in de regio.''

De leraar als spil van de vernieuwing heeft het behoorlijk laten afweten. Denkt u echt dat als leerlingen geen 32 maar 30 uur per week les krijgen, de leraren in de vrijgekomen tijd enthousiast aan de vernieuwing gaan werken?

,,Leraren, ouders en leerlingen waren decennia lang gewend aan de traditionele manier van lesgeven. Vernieuwingen kosten nu eenmaal veel tijd. We willen leraren meer ruimte geven om zich daarin te verdiepen. Veel zal afhangen van het schoolbestuur dat bijvoorbeeld moet stimuleren dat leraren van verschillende vakken met elkaar overleggen. Niet alleen over de vakinhoud, maar over de manier van lesgeven en de vorderingen van de leerlingen.''