Jorritsma niet naar Indonesië

Minister Jorritsma (Economische Zaken) gaat eind deze maand niet op bezoek in Indonesië. Het kabinet vindt het gezien de kwestie-Oost-Timor ,,thans'' niet opportuun om met Indonesië te praten over handelszaken.

Dit heeft minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) gisteren gezegd in een overleg met de Tweede Kamer. Hij zei dat het kabinet daarmee de mening van een overgrote meerderheid van de Kamer wilde volgen. De Kamer had zich al voor opschorting van minister Jorritsma's oriëntatiereis uitgesproken.

In het algemeen is Van Aartsen het met de Kamer eens dat bezoeken aan landen waarop kritiek is wegens hun mensenrechtenbeleid eerst door de minister van Buitenlandse Zaken moeten worden bezocht. Dat geldt ook voor een voor oktober geplande reis van staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) naar Cuba. Of die reis moet worden opgeschort of afgelast zal afhangen van een gesprek dat Van Aartsen volgende week bij de Verenigde Naties in New York wil hebben met zijn Cubaanse collega. In dat gesprek zullen inzake de mensenrechten ,,enkele harde noten moeten worden gekraakt''. Als het onbevredigend eindigt, zal Ybema moeten wachten tot Van Aartsen zelf in Cuba op bezoek is geweest, zei de minister.

Zo'n lijn houdt het kabinet ook aan jegens Iran. Daar gaat geen handelsmissie heen voordat Van Aartsen er geweest is. En de minister van Buitenlandse Zaken is niet van plan naar Iran te gaan vóór de parlementsverkiezingen in dat land, die voor februari volgend jaar gepland zijn. Ook met dit uitgangspunt is een grote meerderheid van de Kamer het eens.

Van Aartsen kreeg het gisteren aan de stok met een kleine Kamermeerderheid (PvdA, D66, GroenLinks en de kleine christelijke fracties), die hem had verweten dat hij afgelopen maandag in de ministerraad van de Europese Unie met Frankrijk ,,op de rem'' was gaan staan aangaande een wapenembargo tegen Indonesië. Volgens de minister moest maandag zo'n ,,kritisch signaal'' naar het Indonesische leger worden afgewogen tegen de in het weekeinde gebleken bereidheid van de Indonesische regering om een ,,robuuste'' internationale vredesmacht op Oost-Timor toe te laten. De Kamermeerderheid bleef ook daarna bezwaar maken tegen zo'n ,,afwegingsmix''. De PvdA'er Koenders en de D66'er Hoekema herhaalden dat het embargowapen in deze zaak niet moet worden gebruikt om een land te belonen of te straffen maar als een middel om kritiek op het beleid van zo'n land te uiten. Of op het leger van zo'n land, zoals het Indonesische leger.