In financiële top van Italië is de machtstrijd begonnen

Decennialang waren de Italiaanse handelsbank Mediobanca en de familie Agnelli, van Fiat, trouwe bondgenoten. Nu staan zij lijnrecht tegenover elkaar, met als inzet de vraag hoe open de binnenlandse financiële markt wordt.

Heren schelden niet op elkaar, maar Umberto Agnelli kwam dicht in de buurt. Als in de Italiaanse financiële top hardop woorden als `aanmatigend' en `arrogant' vallen, is het slaande ruzie. Via woordvoerders suggereert Agnelli dat het vijandige overnamebod van de Italiaanse verzekeringsmaatschappij Generali op haar concurrent Ina niets minder is dan een plan om een financieel regime te vestigen.

Vlak na het vijandige bod op Telecom Italia (een van de grootste overnamepogingen ooit in Europa) en in een periode van ingrijpende herschikking van de bankwereld, maakt het land zich nu op voor een nieuw, waarschijnlijk bitter gevecht dat zal leiden tot een financiële herschikking.

Het gaat om veel meer dan een poging van Generali, de grootste Italiaanse verzekeringsmaatschappij, om verder te groeien en de derde verzekeringsgroep van Europa te worden. Generali is een sleutelelement in een groter financieel netwerk dat draait rondom de handelsbank Mediobanca. Als Generali erin slaagt branchegenoot Ina in te lijven, dwarsboomt zij daarmee ook de concurrentie. Generali zou via de overname voorkomen dat de bank San Paolo-Imi, nu de grootste van Italië, door samenwerking met Ina een nieuw financieel machtscentrum gaat vormen. Dat machtsblok zou de concurrentie aan kunnen met wat hier wordt genoemd ,,de Mediobanca-galaxie''.

,,Het is oorlog,'' zei Paolo Fresco, de president van de Fiat-groep. Hij sprak als direct belanghebbende: de verzekeringsmaatschappij Toro (onderdeel van de Fiat-Groep) is een van de kleinere verzekeraars die moeten opboksen tegen de machtige Generali. Maar belangrijker is zijn band met de familie Agnelli. Die heeft nog steeds een doorslaggevende stem bij Fiat.

Umberto Agnelli, de broer van honorair president Gianni Agnelli, werkt via de houdstermaatschappijen Ifil en Ifi al enige jaren aan de vorming van een nieuw machtscentrum. Daarbij speelt het relatief kleine belang (4,6 procent) in San Paolo-Imi een grote rol. Met bondgenoten als Monte dei Paschi di Siena en de Spaanse Banco Santander probeert de familie Agnelli een nieuwe financiële kolos te vormen.

Een eerste poging is mislukt. San Paolo-Imi kondigde dit voorjaar een bod aan op de Banca di Roma (waarin ABN Amro een belangrijke aandeelhouder is), maar werd teruggefloten door het kabinet en de Italiaanse centrale bank. Vorige week begonnen fusiegesprekken met het voormalige staatsbedrijf Ina. Dat is een interessante partner, omdat zij naast de verzekeringsmaatschappij Assitalia ook een belang van 51 procent heeft in de Banca di Napoli. Ook heeft Ina een belang van 7,25 procent in de Banco Nazionale del Lavoro (BNL).

Generali wil die fusieplannen torpederen met zijn vijandige bod. Argument voor het bod is dat de maatschappij uit Triest wil groeien om beter te kunnen concurreren op Europees niveau. Maar financiële analysten vragen zich af of een buitenlandse overname dan niet meer voor de hand ligt.

Bovendien valt een reactie van de anti-trust autoriteiten te verwachten. La Repubblica becijferde dat na eventuele overname door Generali de groep verzekeringsmaatschappijen rondom Mediobanca vijftig procent van de binnenlandse markt in handen zou hebben. Dat zou Italië volgens de krant ,,een brezjneviaans financieel systeem'' geven.

Het bod van Generali kan ook worden gezien als een defensieve maatregel. Heel de zomer heeft het gegonsd van de geruchten dat de Europese nummer 1, het Franse Axa, het oog heeft laten vallen op Generali. Door zelf Ina over te nemen zou Generali zichzelf minder kwetsbaar maken voor overname.

De raad van bestuur van Ina heeft gisteren officieel het bod van Generali afgewezen. Voor het verdere verloop van deze financiële oorlog zal de opstelling van het kabinet belangrijk zijn. Premier Massimo D'Alema heeft zich ontvankelijk getoond voor argumenten van Mediobanca dat de regering een uitverkoop van bedrijven aan het buitenland moet voorkomen. Wij moeten een aantal ,,Italiaanse kampioenen'' hebben, heeft D'Alema eerder gezegd. Nu houdt het kabinet zich vooralsnog op de vlakte en luidt de officiële boodschap dat de markt maar moet beslissen.

    • Marc Leijendekker