Goedkoop duurkoop

KUNNEN ZE INTERNET aan de straatstenen niet meer kwijt? Het lijkt er op, nu de gratis abonnementen worden uitgestrooid alsof het niets is. Een bankrekening is al voldoende om ogenschijnlijk kosteloos te kunnen gaan surfen. Alleen de telefoonkosten zijn nog voor de klant. Het gratis aanbieden van Internet markeert een omslag. Want hoe anders was het een jaar geleden. Toen moest de burger gewoon betalen voor toegang tot Internet en kon de rekening boven een aantal minimumuren behoorlijk oplopen. Wat is er veranderd?

Ten eerste heeft Internet zich, ondanks sceptici die vijf jaar geleden nog van een kruising tussen vrijblijvende speelsheid en zelfbevrediging gewag maakten, een positie verworven op de mediamarkt. Hoewel het wereldwijde web nog altijd meer door de hoger opgeleide mannen en inmiddels ook vrouwen wordt bezocht dan door de lagere strata, begint dit nieuwe cultuurgoed onmiskenbaar af te dalen in veel bredere sociale kring. Juist daarom is Internet zo belangrijk geworden. Wie toegang heeft tot het volk, heeft massa.

Ten tweede maakt Internet het mogelijk de consument veel gerichter op te zoeken. Het nieuwe medium kan het gat tussen `broadcasting' (met hagel schieten) en `narrowcasting' (langs de deur gaan) doelmatiger en goedkoper opvullen. Bij de marketing-managers loopt het water in de mond. Met een paar drukken op de knop kunnen ze straks via de `logbestanden' nog meer van de burger te weten komen dan ze dankzij Airmiles of Bonuskaart al wisten: hoeveel tijd hij on-line achter de computer zit, welke `sites' er wanneer en hoe lang bezocht worden, welke financiële transacties er digitaal plaatshebben, welke informatie hij `download', met wie er gecorrespondeerd wordt en wellicht nog andere gegevens waarvan we de relevantie thans nog niet kennen.

Ten derde biedt Internet de kans om alle media te integreren. Post, krant, boek, telefoon, radio, film, televisie en andere audiovisuele informatiedragers kunnen straks allemaal via dezelfde kabel het huis binnenkomen. Dit is voor de dominante media- en communicatieconcerns een belangrijk perspectief. Gelet op hun verlangen om binnen afzienbare termijn zoveel mogelijk producten achter `decoders' te zetten, moeten ze nu de schaal van hun operaties vergroten om de hele trits techniek, vorm en inhoud in eigen hand te krijgen.

DE ONTWIKKELINGEN met Internet impliceren dus niet dat het aanbod `gratis' ook daadwerkelijk `gratis' is. De consument die van de offertes gebruik maakt, moet weten dat hij een ongebreidelde `database' helpt opbouwen. Op zichzelf is daartegen weinig in te brengen. Een simpel abonnementenbestand van een dagblad wordt nu immers ook al commercieel geëxploiteerd. Bovendien kan de gebruiker zichzelf, met een digitale variant op de brievenbussticker, ook enigszins beschermen tegen ongewenste marketing-intimiteiten. Hetzelfde geldt voor de producenten die de zogeheten `content' (inhoud) leveren. Nu staan de auteursrechten op het spel. Maar als ze vooruitkijken, doemen nieuwe terreinen op waar wel keurig betaald zal worden.

DE SCHOEN kan echter wel gaan wringen. De Internetmarkt is nog chaotisch. Er is juridisch amper iets geregeld. Alle partijen kunnen zich redelijk makkelijk toegang verwerven. Dat zal door de schaalvergroting hoe dan ook veranderen. De informatie- en communicatieproducenten zullen gaan standaardiseren en fuseren, totdat er concerns overblijven die de hele keten van boven naar beneden voor hun rekening nemen. De ervaringen met Microsoft zijn een indicatie voor de eventuele gevolgen daarvan: een soort monopolievorming. Om maar te zwijgen over de sociaal-culturele consequenties die op dit moment, zoals zo vaak, niet te overzien zijn.

Door Internet gratis aan te bieden, moet de klant gewend raken aan dit type communicatie als burgerlijke basisvoorziening. Als iedereen straks lustig surft en de nieuwe conglomeraten hun prijzen opnieuw kunnen vaststellen, moet de klant betalen of ontnuchteren. Dat kan tot confrontaties leiden, waarbij het conflict in de publieke opinie over het olieplatform Brent Spar kinderspel was.