Fusie HBO-WO

Het hoofdredactioneel commentaar op het voornemen van minister Hermans om het fusieverbod voor HBO- en WO-instellingen af te schaffen, onder de titel `Hogere ambachtsschool', kan ik niet anders lezen dan demagogie.

De suggestie van het commentaar is dat de bestuurlijke fusie (van een fusie van opleidingen is geen sprake) van twee instellingen volksbedreigende gevolgen heeft: het leidt tot afschaffing van het wetenschappelijk onderwijs en het verdwijnen van het wetenschappelijk onderzoek, de vergelijkbaarheid (wat is dat?) van HBO- en WO-opleidingen zal noodzaken tot samenvoegen van Havo en VWO in een zesjarige basisvorming en ten slotte zal daarmee het openbare karakter van het hoger en wetenschappelijk onderwijs in gevaar komen. Dit zijn werkelijk enkele `fundamentele kanttekeningen bij de integratie van HBO en WO'. Maar in werkelijkheid beter te betitelen als een op hol geslagen fantasie. Want het gaat over de gevolgen van niets meer en niets minder dan een fusie die alleen de organisatie cq het bestuur van de instellingen betreft. De organisatorische binariteit willen we afschaffen en de programmatische binariteit (het verschil tussen HBO en WO-opleidingen) handhaven of zelfs aanscherpen. De wetenschappelijke opleidingen en de HBO-opleidingen behouden dus hun eigen karakter: geen enkele reden dus om denigrerend over `een hogere ambachtsschool' te spreken.

Het onderscheid tussen Havo en VWO blijft relevant, want ook na de fusie zal de havist niet (zonder meer) in de wetenschappelijke opleiding kunnen instromen. De fusie heeft per definitie geen consequenties voor het wetenschappelijk onderzoek: geen zinnig mens die verwacht dat HBO-docenten door de fusie fundamenteel onderzoekers zullen worden.

Waarom wij die fusie willen? De studenten zullen ervan profiteren dat beide instellingen elkaar niet meer beconcurreren: de voorlichting zal objectiever worden, de studie-advisering beter, omzwaaien gemakkelijker omdat het binnen een enkele instelling kan. Kortom, ons beleid `de juiste student op de juiste plaats' kan bij een instelling die zowel wetenschappelijke als HBO-opleidingen verzorgt beter verwezenlijkt worden. Bovendien kan op infrastructuur en overhead bezuinigd worden. Ten derde zullen de HBO-studenten profiteren van de voorzieningen (sport, artsen, cultuur) die bij universiteiten vaak beter zijn dan bij HBO-instellingen.

Dreigen er geen gevaren? Kan zijn, maar niet de gevaren die het hoofdartikel voorspelt. Het grootste gevaar is dat de mening zou postvatten dat iedere HBO-instelling of universiteit zou moeten fuseren om serieus genomen te worden. Laat iedere instelling de ruimte om een eigen profiel te kiezen. UvA en HvA willen fuseren onder de bovengenoemde condities: goede argumenten om daar tegen te zijn, heb ik nog niet gehoord.