Egeïsche aardbeving

Zoals bekend hebben aardbevingen Griekenland en Turkije dichter bij elkaar gebracht – geofysisch enkele centimeters, psychisch veel en veel meer. Overstelpend zijn wederzijds de blijken van medeleven en van dank voor de hulp die men elkaar bood.

Twee Turkse kranten, de Hürriyet en de Turkish Daily News, zijn gekomen met het voorstel dat de twee parlementen de EMAK en de AKUT voordragen voor de gezamenlijke Nobelprijs voor de Vrede. De EMAK en de AKUT zijn de Griekse en Turkse hulpploegen die samen hebben gewerkt, eerst in Turkije, daarna bij Athene, bij het redden van bedolvenen onder het puin. In Griekenland zingt Katharina Kouka sedert jaren het grote lied: `Ik zeg je, er bestaan geen engelen'. EMAK en AKUT hebben aangetoond dat dit niet waar is, schreef een Atheense krant.

Er zijn ook dissonanten. Groot was de woede onder de Turken tegen hun minister van Gezondheid die, tijdens de hulpzendingen uit Griekenland verkondigde: we hebben geen behoefte aan Grieks bloed. Groot ook is de verontwaardiging onder de Grieken jegens de oude bisschop van Komotini – altijd al gebeten op de Turkssprekende minderheid in zijn diocees – die een archimandriet (priester) overplaatste omdat hij een collecte had laten houden voor de Turkse aardbevingsslachtoffers.

Allerlei onvriendelijke dingen die vroeger heel gebruikelijk waren, kunnen plotseling niet meer. Zo werd op de Griekse televisie de Amerikaanse film `Midnight Express' vanouds met grote graagte vertoond. Daarin worden de belabberde toestanden in Turkse gevangenissen aangeklaagd, iets waar natuurlijk op zichzelf geen bezwaar tegen is. Maar het eindproduct was een film die over de hele linie anti-Turks was. Eigenlijk is het een wat racistische film, anders dan het gelijknamige boek dat door de regisseur, Alan Parker, sterk is misvormd. Deze heeft zich later van de film gedistantieerd en ervoor gepleit haar niet meer te vertonen. Maar in Griekenland kreeg men niet genoeg van de film. Tot enkele dagen geleden, toen het televisiekanaal Mega de film, zonder opgave van redenen, door een andere verving. En het mooiste: daar is helemaal geen protest tegen gekomen in de pers.

Turkije blijft niet achter. Op 9 september wordt ieder jaar in Izmir, het oude Smyrna, een militaire reconstructieceremonie gehouden om te herdenken hoe daar in 1922 de laatste Grieken, militairen en burgers, in zee werden gedreven. Daartoe worden als Grieken uitgedoste soldaten gebruikt, die van de kade in zee worden gegooid, onder gejuich van het publiek. Dit jaar heeft men voor het eerst van het feest afgezien.

En de grijze, ultranationalistische commentator Rauf Taner schreef in de Tercüman: ,,Elk jaar op 9 september placht ik een column te schrijven waarin de verdrijving van de Grieken feestelijk ter sprake kwam. Dit jaar heb ik daar niet alleen van afgezien, maar ik heb ook al mijn voorgaande 9 septemberstukken uit mijn archief gehaald en verscheurd.''

Misschien komt er nu ook ruimte om de roman `Bebloede Aarde' van Dido Sotiriou in Grieks-Turkse coproductie te verfilmen. Het is een aanklacht tegen de Turkse nationalisten onder Atatürk in 1922, maar ook tegen het heilloze Griekse plan om in 1919 in Smyrna te landen en het verslagen Turkije binnen te dringen.