Een Middeleeuwse fitness-oefening

Flierefluiten,

snorrebotten en

kakkebussen: in

Assen is een expositie

te zien van opgegraven muziekinstrumenten. Ze

komen uit beerputten, graven en slotgrachten en je mag er op spelen.

`Jan, heb je even?' Jan heeft even. Hij en Jaap Beuker, curator archeologie van het Drents Museum, nemen plaats aan weerszijden van een prachtig, nagebouwd orgel van een meter of vier lang en twee hoog, en trappen in vertraagd wandeltempo op vier blaasbalgen zodat het beroeren van het klavier resulteert in warme, hese fluittonen. Op de achtergrond staat een uitvergroting van een miniatuur uit het Engelse Rutland Psalter (1260), met precies zo'n orgel - ook met personeel op de flanken dat bezig is met een Middeleeuwse fitness-oefening. Een van de redenen waarom er geen geniale melodie door het Drents Museum in Assen klinkt, is dat de toonintervallen tussen de toetsen verre van gebruikelijk zijn; zelfs de volgorde laag-links, hoog-rechts is losgelaten.

Iedereen die met twee assistenten de tentoonstelling Opgedolven Klanken bezoekt, mag op het orgel spelen en, zonder hulp, op tientallen andere replica's van oude tot oeroude muziekinstrumenten. De echte liggen er ook, maar achter glas. Dat je van de meeste instrumenten een kopie in handen mag nemen, maakt de expositie ook interessant voor bezoekers die beter horen dan zien. ,,Voor blinden is het aardig om dat uit te proberen'', zegt Beuker, ,,en voor zienden ook. Het mogen geen dode vitrines zijn - men moet zelf bezig kunnen zijn.''

De collectie werd vergaard in Nederland (80 procent), België, Polen en Duitsland en gaat later op tournee naar Maaseik, Poznan en Oldenburg. Er zijn flierefluiten (de oudste uit 1050 voor Chr.), schalmeien, kakkebussen, snorrebotten, luren, litussen, vedels, trompetten en gusli's. De oudste trommel komt uit Polen, uit de tijd van de Hunebedbouwers (3000 voor Chr.). Het vlies ontbreekt uiteraard, maar korte uitsteeksels die van de potopening af wijzen dienden vrijwel zeker voor de bespanning. Het oudste strijkinstrument is van omstreeks 1000, gevonden in een Viking handelspost in Duitsland. Nagenoeg alles wat hier te zien is, werd opgegraven: het viel in een beerput of slotgracht, ging mee in een graf of verdween met muzikant en al in de golven. ,,Daarmee hebben we ons een stevige beperking opgelegd'', zegt Beuker, ,,maar daarom heet het ook opgedolven klanken''.

Twee trommelstokken zijn heel precies te dateren op 1596: ze ontsnapten aan het vuur tijdens de overwintering op Nova Zembla. Metaforisch illustreren ze het belang van de innerlijke warmte die muziek kan geven - en dat wordt weer geïllustreerd door de hele tentoonstelling. Beuker wijst op een van de vele oude illustraties tussen de vitrines, van een groepje Nederlanders van een paar eeuwen terug dat zich vrolijk maakt. Eén strijkt met een mes over de spijlen van een haardrooster, een ander kleppert met een tang. Hoe rijker we zijn, hoe scherper het onderscheid tussen wat wel en wat geen muziekinstrument is. Ter verhoging van de verwarring omvat de tentoonstelling veel signaalapparaten, terwijl het verschil tussen muziek en signaal niet altijd duidelijk is. Beuker pakt een aardewerken, koehoornvormig instrument, bolt de wangen en blaast uit alle macht. Helemaal lukken wil het nog niet, maar de juiste toon had - driehonderd jaar geleden in een Drents dorp - tot een acute toestroom van agrariërs geleid.

Een vitrine verder liggen de oudste Nederlandse instrumenten van deze tentoonstelling: twee benen fluitjes waar een of meer Hollandse jagers rond 2500 voor Chr. op geblazen hebben om een maaltijd te lokken. Ook functioneel zijn de kleppers waarmee leprozen onder het voortgaan lawaai moesten maken zodat de niet-leprozen zich tijdig schaars konden maken. Maar wie weet hielden de lepralijders in hun kolonie af en toe een jam session met al die kleppers. En wie weet hoort tante Bep uit Bunnik wel muziek als ze op haar fietsbel belt. Over duizend jaar graaft iemand het ding op en belandt hij gegarandeerd in de verkeerde vitrine.

Opgedolven klanken - archeologische muziekinstrumenten van alle tijden. T/m 28 nov in Drents

Museum, Brink 1, Assen. 0592-312741. Open di t/m zo 11-17u.

Demonstraties: elke zondag vanaf 13u. Op 10 okt (Muziekdag en

Nationale Wetenschapsdag) extra veel demonstraties van 11-16u30

Boek: Opgedolven klanken, door Annelies Tamboer, uitg. Waanders; ƒ29,50. Te koop in het museum en bij de boekhandel.