Cleese was hier

Voor driehonderd gulden per plaats mochten de managers van Nederland gisteren in de Utrechtse Jaarbeurs anderhalf uur lang naar John Cleese staren. Vierhonderd van hen maakten gebruik van die mogelijkheid – `de zaak' betaalde ongetwijfeld mee – waarmee het Beatrix Theater bij lange na niet was uitverkocht.

Hadden de thuisblijvers ongelijk?

Nee, helaas.

Met John Cleese is het vreemd gesteld. Dankzij zijn wereldwijde successen met Monthy Python en Fawlty Towers moet hij beschouwd worden als een van de belangrijkste komieken van deze eeuw. Tegelijk valt niet aan de constatering te ontkomen dat hij zijn talent zeker in de tweede helft van zijn leven verwaarloosd heeft. Cleese, nu 59 jaar, begon toen videotrainingsfilms te maken voor managers in het bedrijfsleven. Niet onaardige, maar over het algemeen toch heel brave films met simpele, psychologische boodschappen. Die films kan men huren of kopen (zeer kostbaar: ruim 2.500 gulden) en Cleese heeft er dan ook veel aan verdiend: hij heeft zijn bedrijf inmiddels voor tien miljoen pond verkocht.

Dat bleek overigens niet voldoende, zuchtte Cleese in interviews. Hij moest de helft aan de fiscus afdragen en 2,5 miljoen aan zijn tweede ex, en bovendien houdt hij van een hoge levensstandaard, waartoe een huis in Engeland (1 miljoen pond) en een in Amerika horen. Het werd dus tijd om weer eens de boer op te gaan met een vorstelijk betaald praatje, hier en daar in Amerika en Europa.

En daar zaten we dan, in het Beatrix Theater, dankzij TFC Trainingsmedia, het bedrijf dat Cleese's films destijds als eerste voor Nederland aankocht. Veel mannelijke bezoekers, voor het merendeel goed in het donkere pak. Cleese ging gekleed in een fraai, beige zomerkostuum, grijze Armani-sokken en soepele mocassins. Hij liep nogal stijf, wat toe te schrijven is aan een recente heupoperatie.

Zijn praatje duurde slechts een uurtje en er viel weinig te lachen. Het bevatte alleen maar psychologische clichés van de saaiste en voorspelbaarste soort. Dat managers vaak te haastig beslissingen nemen om maar besluitvaardig te lijken, dat het verkeerd is om te gaan zwalken na een eenmaal genomen beslissing, dat de meeste vergaderingen overbodig zijn omdat men ze slecht heeft voorbereid.

Waarom zouden managers niet zelf op zulke weinig oorspronkelijke gedachten kunnen komen?

Het onthullendste moment vond tijdens het vragengedeelte plaats. Iemand vroeg Cleese of hij psycholoog zou worden als hij zijn leven kon overdoen. `Zeker', zei Cleese, zonder enige ironie.

Het was alsof we Rembrandt hoorden zeggen dat hij eigenlijk toch liever huisschilder was geworden.