Brinkhorst zoekt steun bij pastoor

De plannen voor de veehouderij zijn hard aangekomen op het platteland. Minister Brinkhorst op stap om zijn goede bedoelingen uit te leggen. Kerk en staat aan tafel.

Varkenshouders in de Peel zijn van oorsprong helemaal geen varkenshouders. Het zijn timmerlieden en bouwvakkers die in de economisch zware jaren vijftig hun toevlucht hebben genomen in de varkenshouderij en daar een hoop geld hebben verdiend. ,,Als er hier boeren hun bedrijf moeten beëindigen, dan kunnen ze toch weer terug naar hun oude beroep'', probeerde minister Brinkhorst (Landbouw) gisteren, bij een bezoek aan pastoor Jenniskens van Ysselsteyn.

Brinkhorst was in het Limburgse dorp naar aanleiding van een publicatie in deze krant afgelopen zaterdag. Daarin werden de gevolgen van het mestplan voor Ysselsteyn geschetst, onder meer door Jenniskens. Brinkhorst las het artikel en liet gelijk een afspraak maken met `meneer pastoor'.

Brinkhorst zoekt steun voor zijn ingrijpende mestplan, dat hij vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Met de politieke steun in de Kamer zit het wel goed, ondanks een recalcitrante opstelling van coalitiepartner VVD, zo meent de minister. Het werkelijke probleem ligt bij de boeren. Die willen niet.

En waarom zouden ze ook. Op basis van het plan zullen er tot 2003 zo'n zesduizend veehouderijen verdwijnen. Boeren die hun bedrijf staken, zullen worden omgeschoold en aan een andere baan, buiten de veehouderij, worden geholpen. Het dorp Ysselsteyn – 2.200 inwoners, 250 veehouderijen – heeft het moeilijk met de plannen van het kabinet.

Brinkhorst zoekt steun bij de boeren voor zijn plan, niet via allerleiboerenorganisaties, maar er omheen: bij de veehouders zelf. ,,Het beeld is als volgt'', zegt Brinkhorst. ,,Hier zit de man die in iedere varkenshouder wil snijden. Dat beeld klopt niet.'' De minister zit in de verdediging. ,,Met mij valt over heel veel te praten. Maar hoe leg ik dat uit? Waar moet ik beginnen?''

En zo zat de minister gisteren bij de pastoor van Ysselsteyn. ,,Het gaat te snel, het komt als een blok op ze af'', zegt de pastoor over de plannen van zijn gesprekspartner. ,,We weten al vijftien jaar dat de varkenshouderij te groot is, waarom reageren ze dan nu pas?'', vraagt Brinkhorst.

,,De overheid heeft ons jarenlang gestimuleerd, heeft iedere keer andere plannen voorgelegd over hoe het zou moeten. De boeren wachten nu af'', aldus de pastoor.

De denker Brinkhorst tegenover zielenherder Jenniskens. Beiden hebben moeite elkaar te begrijpen. Een dorpse gemeenschap worstelt met de macro-economische plannen van een ministerie. Maar aan de plannen van `Den Haag' valt niet te tornen, geeft de minister aan. Als Nederland in 2003 niet aan de Europese Nitraatrichtlijn voldoet, volgen boetes die kunnen oplopen tot honderden miljoen guldens. Het zegt Jenniskens weinig.

,,Heerst er hier grote werkloosheid?'' vraagt de minister na een korte stilte.

,,Nog niet...'', aldus een sceptische Jenniskens.

Brinkhorst denkt, vraagt, legt uit en heeft na een uur de oplossing. Het sociale plan, waarbij de omscholing van werkloze veehouders wordt geregeld, moet in de dorpen zelf worden uitgewerkt. ,,Wat zou vervangende werkgelegenheid kunnen zijn in dit gebied?'', vraagt hij.

Jenniskens aarzelt, ,,Met omscholing kan er van alles, het zijn slimme mensen hier: natuurbeheer, recreatie, dat zijn mogelijkheden,'', begint hij. ,,Maar ik denk niet dat de boeren al zo ver hebben doorgedacht.''

,,Ik wil maatwerk leveren'', zegt de minister. Over een paar weken gaat hij terug naar Ysselsteyn, belooft hij. De pastoor moet intussen een groep voortrekkers uit de veehouderij selecteren en daarmee om de tafel, kijken hoe zijn mestplan in Ysselsteyn zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd. Brinkhorst wil ,,draagvlak'', Brinkhorst wil ,,begrip''. En de kerk moet hem helpen.