Bij nieuw kwintet No can do gaat het om de achtergrond

Het duo Frans Vermeersen en Arend Niks verkent al geruime tijd een moeilijk in hokjes te vatten repertoire tussen jazz, rock en geïmproviseerde muziek. Na te hebben samengespeeld in de grotere formaties Dead nettles do jazz, The real men en het Niks Project, besloten ze dit seizoen hun stilistische stoofpot te koken met een kleine bezetting. Hun nieuwe kwintet No can do trad gisteren voor de eerste keer op in het kader van het Festival Rotterdams Fabrikaat.

In No can do strijden Niks' voorliefde voor stuwende rock en Vermeersens affiniteit met Afrikaanse muziek om voorrang. Met het volume van een rockband – zelfs de drums waren versterkt – werden de verschillende invloeden samengeperst in krachtige, up-tempo composities, die gekenmerkt werden door ongebruikelijke maatsoorten en goed getimede breaks. In de muziek van No can do gaat het niet om het spelen van ellenlange virtuoze solo's over een repetitief achtergrondje, maar om het uitdiepen van juist die achtergrond. De individuele bandleden zoeken steeds weer een andere manier om ritme en melodie te verwoorden en die bij elkaar te laten aansluiten. Het resultaat is een puzzel waarvan het telkens lijkt alsof hij net niet past maar waarvan uiteindelijk alle stukjes toch op hun plek vallen.

Zo begon bijvoorbeeld het nummer Slip met een intro van de elkaar aanvullende bas en basklarinet. Al snel viel gitarist Paul Pallessen in met een ingehouden motiefje, dat werd ondersteund door hoekige drumritmes van Niks en lange lyrische lijnen van Vermeersen. Slalommend tussen thema en improvisatie werd het spel tussen de lage tonen geleidelijk aan uitgebouwd en wisselend ingevuld door de drie andere muzikanten. Ook composities als Open boot en Dram waren zorgvuldig opgebouwde sfeertekeningen, waarin lossen flarden van solo's meer bedoeld waren als schakeringen binnen de totale klankkleur dan als verkenning van een individueel geluid. Dit pakte de ene keer beter uit dan de andere. De misthoornuitbarstingen en net achter de beat hangende accentjes van rietblazer Nils van Haften voegden iets wezenlijks toe aan het geheel. De houterige gitaarlijnen van Pallessen, daarentegen, hadden achterwegen kunnen blijven.

Over het algemeen slaagde de groepsleden er toch in de spanning te handhaven door binnen het raamwerk van de composities vrij heen en weer te springen tussen ondersteunende partijen en kort commentaar. Binnen dit steeds verschuivende mozaïek vervulden de bijna dreunende loopjes van contrabassist Steven Lievestro de rol van rots in de branding waar de rest van de groep omheen danste.

Concert: No can do. Gehoord: 15/9, Lantaren/Venster, Rotterdam.