Alleen voor stoere jongens

België voor wandelaars lijkt zoiets als het Amsterdamse Bos: moeilijkheidsgraad nul. De Grande Randonnée AE echter is een lijdensweg. Geen wonder dat Godfried van Bouillon zijn kasteel in deze ongenaakbare streek verkocht. Deel 11 in een serie over wandelen in Europa.

Op 15 juli was het negenhonderd jaar geleden dat deelnemers aan de Eerste Kruistocht onder leiding van Godfried van Bouillon (1061-1100) Jeruzalem veroverden. Het merkwaardige nu is dat Godfried enige tijd voor vertrek naar het Midden-Oosten het riante kasteel van de hand deed dat nog steeds in Bouillon staat, ongenaakbaar op een steile Arden aan België's zuidoostflank. Wie hier begint aan een stuk van de Grande Randonnee AE (Ardennen-Eifel) zou zich kunnen afvragen wat de kruistochtbobo tot die transactie bewoog – maar wie Bouillon als eindpunt heeft, begrijpt het.

Voor ons is Bouillon de start. België, dachten we voor vertrek, da's een kwestie van profielzolen, een rol mariakaakjes, een fles water en doorstappen. GR AE leek in dezelfde categorie te vallen als het Amsterdamse Bos, en de eerste vijfhonderd meter buiten Bouillon sterkten ons in dat vermoeden. Maar daarna leidde de route ineens steil het groene dal van de sympathieke Semois uit, tweehonderd meter omhoog. Meer dan honderd in elk geval. Even mochten we een stukje horizontaal, gevolgd door een afdaling naar de rivier. Tijdens de autorit Nederland-België had het stevig geregend en terwijl we de rugzakken omhingen, hadden we van geluk gesproken dat het net droog werd. De kleiige randonnee bleef echter nat.

Wat ook bleef, was een parcours dat meander na meander van de Semois afsneed: omhoog, naar beneden, paar kilometer langs de rivier, omhoog et cetera. Als Middeleeuwse processiegangers verplaatsten we ons bij het klimmen steeds een stukje voorwaarts over de modder en dan weer een decimeter of anderhalf terug. En bij de afdalingen was veel aandacht en energie nodig om beschadiging van de onderste twee ledematen te voorkomen, zodat veel landschappelijk fraais ongezien bleef. De oplossing is om af en toe even stil te staan en je blik te laten dwalen – bijvoorbeeld over de schitterende Tombeau du Géant, een lange, smalle, hoge, beboste heuvel waar de Semois als een zilveren lint omheen lust, of het prachtige dorpje Frahan, waarop je in Rochehaut van grote hoogte neerziet alvorens erheen te wandelen.

Als je Rochehaut haalt, want vlak daarvoor bevindt zich de `promenade des échelles', ofwel de wandeling van de ladders – een treffende benaming omdat de ladders zelf ook een beetje wandelen. De officiële gids rept van `delicaat tot gevaarlijk' en ook van l'état défectueux de certaines échelles. Voordat de ladders in beeld komen, gaat het traject rakelings langs de rivier, over een dichtbegroeide helling van pakweg zestig graden, maar dan dus niet omhoog of omlaag maar horizontaal – voor zover dat wil lukken. Na regenval pertinent ongeschikt voor zuigelingen en bejaarden. Mijn advies is om het zittend te doen en je als een aap van tak naar tak te trekken. Na een paar honderd meter voortglibberen komen de loodrechte, tientallen meters lange ijzeren échelles als een opluchting. Echt defect zijn ze niet, al zitten ze ook niet echt vast. Niet loslaten, niet op het zwiepen letten, niet naar beneden kijken, niet aardig doen tegen tegenliggers en niet ophouden met klimmen, dan komt het allemaal goed.

Na zoveel afzien verlangt de randonneur naar een maaltijd met veel friet erbij en een bed met een groot nylon ijsbeervel erop – en dat is precies waarvoor je terecht kunt in Hostellerie Fief du Liboichant in Alle. De ellende komt na het ontbijt, althans voor wandelaars die nog steeds niet zo slim zijn om het parcours hier en daar een beetje aan te passen en daarbij vooral goed op de hoogtelijnen op de kaart te letten. Wie gehoorzaam de GR-route volgt, mag al 400 meter na de Fief aan zijn eerste klimmetje beginnen, maar wij volgden gewoon de rivier. Die bleek verderop echter zulke verdraaid grote lussen te maken dat er geen ontkomen meer aan was: nog drie keer moesten we omhoog en omlaag alvorens vrijwel ongemerkt de Belgisch-Franse grens over te steken.

Kort daarna bood de Auberge des Ardennes in Les Hautes Rivières everzwijn op het menu en goede nachtrust voor wandelaars van korter dan 1.75 m. Ik was een deel van de nacht kwijt aan de demontage van mijn ledikant en een deel van de ochtend aan het incasseren van reprimandes van de hotelhoudster. Een andere tegenvaller was dat een aantal van onze twaalf knieën en evenveel enkels dringend verzocht de resterende halve dag klimmen en dalen uit de planning te lichten. Dat deden we, gesterkt door het vermoeden dat Godfried er alle begrip voor had gehad.

G.R. AE-S, Topo-guide du sentier de grande randonnée Ardenne-Eifel (Semois), uitg. Les Sentiers de Grande randonnée, Luik. Met topografische kaarten.

Hostellerie Fief du Liboichant, Rue du Liboichant 44, Alle. tel. 00-32-61-500333

Auberge des Ardennes, Les Hautes Rivières, tel. 00-33-2453-4193