Adelmund: basisvorming aanpassen

Staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) wil de basisvorming, in de brugklas op de middelbare school, aanpassen zodat de kwaliteit van het onderwijs verbetert. Dat is sinds de invoering ervan in 1993 niet gebeurd.

Ze wil het uniforme lesprogramma voor alle leerlingen aanpassen, zodat zwakke leerlingen minder vakken hoeven te volgen. Ook wil ze bekijken of de zwakke leerlingen een aantal praktische vakken kunnen volgen in plaats van theoretische. Verder stelt ze voor dat alle leerlingen twee uur per week minder les krijgen – 30 uur in plaats van 32 – zodat leraren meer tijd krijgen om lessen voor te bereiden.

Dit zegt Adelmund in reactie op het rapport van de Onderwijsinspectie waaruit blijkt dat de basisvorming de afgelopen vijf jaar niet goed van de grond is gekomen. Het doel van die basisvorming was de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren; dat doel is niet bereikt.

Ook de Tweede Kamer wil dat Adelmund de basisvorming aanpast naar aanleiding van de evaluatie, zo blijkt uit reacties van PvdA, VVd, D66 en CDA. Toch verwerpt de VVD het idee om het aantal lesuren per week te verminderen. Kamerld C. Cornielje vindt ,,dat geen goed idee, omdat uit het rapport blijkt dat leerlingen eerder meer les moeten krijgen dan minder''.

Met name de zwakste leerlingen, in het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo), hebben moeite met de vijftien vakken in de basisvorming, concludeert de Inspectie. Op de lange termijn is zowel de Inspectie als Adelmund optimistisch over het slagen van de basisvorming, al lijkt die niet op het oorspronkelijke ideaal.

Bedoeling van de in 1993 ingevoerde basisvorming was dat alle leerlingen tot de leeftijd van vijftien jaar dezelfde vakken zouden krijgen, net als op de basisschool. Zij zouden drie jaar lang in gemengde brugklassen zitten, zodat hun definitieve schoolkeuze zou worden uitgesteld. In de praktijk blijkt dat de meeste scholen slechts één jaar lang gemengde klassen hanteren. Daarna gaat 60 procent van de leerlingen naar een vwo, havo, mavo of vbo-klas. Ook moesten leraren meer aandacht besteden aan vaardigheden in plaats van aan kennisoverdracht en leerlingen zelfstandig laten leren. Van deze laatste twee doelstellingen is weinig terechtgekomen, aldus de Inspectie.

De Kamerleden Cornielje (VVD) en Lambrechts (D66) kritiseren het optimisme van de Inspectie over de basisvorming. Volgens hen is dat onterecht. Cornielje wil dat ,,onafhankelijke wetenschappers'' de bevindingen van de Inspectie toetsen.