Virtuele campagne voor het hoogste Franse ambt

Nicolas Sarkozy was gisteren het jongste slachtoffer van president Chiracs voornemen in 2002 herkozen te worden. Ook premier Jospin loopt zich warmer en warmer voor de hoogste post.

De jaren verstrijken en lijken op elkaar. Najaar '94: minister-president Edouard Balladur runt Frankrijk; president François Mitterrand wordt ouder en zieker, maar voert uit het Elysée de werkelijke oppositie. Najaar '99: Lionel Jospin pronkt met de eindelijk dalende werkloosheidscijfers. Ook hij voelt zich uiterst presidentiabel. Op het Elysée doet Jacques Chirac alles om in 2002 zeven nieuwe jaren te winnen.

Zelfs de uitschakeling van zijn kundigste medestanders uit de leiding van de Rassemblement pour la République (RPR) heeft Chirac er voor over om als enige serieuze kandidaat van rechts over te blijven. Na de afgedankte voorzitters Balladur, Juppé en Séguin voor hem, ging gisteren Nicolas Sarkozy door de knieën. De ambitieuze, politiek uiterst bedreven parlementariër en waarnemend partijvoorzitter had geen zin nog langer kandidaat-voorzitter van de RPR te zijn, gezien de actieve tegenwerking van de president achter de schermen.

Een ruziënde ruïne wordt de RPR vaak genoemd, de partij die door Chirac in 1976 werd opgericht, om hem in 1995 uiteindelijk naar het hoogste ambt te dragen. Officieel ging het er om het politieke erfgoed van generaal De Gaulle te beheren. Daarom heet het ook geen partij maar een `rassemblement', een beweging die zo breed mogelijke steun van het hele volk nastreeft. Sinds hij het Elysée bewoont is zowel de RPR als de coalitie met liberalen en ex-christendemocraten goeddeels uit elkaar gevallen.

,,Wat maakt het uit, partijen stellen toch niks meer voor?'', moet Chirac maandag troostend tegen Sarkozy hebben gezegd, volgens anonieme bronnen in verschillende Franse kranten. Hij denkt zó zichtbaar en zó consistent in zijn oppositie tegen de breedlinkse coalitie van Jospin te kunnen zijn, dat hij het enige, natuurlijke alternatief van rechts belichaamt. Bijna geen dag gaat er voorbij of het staatshoofd leest zijn regering de les. Jospin en de zijnen moeten de boeren meer steunen, de directe belastingen verlagen, eindelijk het op termijn failliete Franse pensioenstelsel hervormen.

Het zijn geen onzinnige punten, iedereen weet waar Jospin om coalitieredenen of uit voorzichtigheid jegens de publieke opinie uiterst behoedzaam is. Maar rechts heeft toen Chirac zelf minister-president was ('86-'88) en onder Balladur en Juppé ('93-'97) de meeste pijnpunten ook niet met succes behandeld. De kritiek is dus terecht en een beetje makkelijk.

Het succes van de strategie is intussen onweerlegbaar. Jospin wordt erdoor geïrriteerd. Dat heeft hem in de eerste twee jaar van zijn ambstperiode uitglijers laten maken. Nu hij openlijk over de `tweede fase' van zijn werk als minister-president spreekt, beperkt Jospin zich meestal tot een sneer. Om weer door te gaan over zijn methode, zoals maandagavond in een drie kwartier durend tv-interview midden in het grote avondjournaal.

Nog bijna drie jaar moeten de Fransen aanzien hoe de twee hoogste leiders vechten om de sleutels van het presidentieel paleis. Die virtuele verkiezingscampagne heeft een paar nadelen: de regering schrikt terug voor fundamentele projecten, en de herfundering van één of meer coherente rechtse partijen schiet niet op. Misschien dat belastingverlaging als links lokkertje vlak voor 2002 nog in de strijd wordt gegooid.

De huidige voortgezette `cohabitatie in het centrum' van een linkse regering en een nominaal rechtse president heeft ook een voordeel: een vrij constant beleid, dat pro-Frans en pro-Europees is, gebaseerd op een economie die open staat voor de wereld. De feiten laten het zien, de rest is politiek theater.