Tsjetsjeense rebellen weg uit Dagestan

De Tsjetsjeense rebellenleiders Basajev en Chattab, die het Kremlin verantwoordelijk houdt voor het opblazen van drie woonflats in Rusland, hebben hun strijders onverwachts teruggetrokken uit de deelrepubliek Dagestan.

Een `Bevrijdingsleger van Dagestan' eiste vanochtend in een anoniem telefoontje de verantwoordelijkheid voor de aanslagen op.

Gistermiddag trokken Russische verkenners het Dagestaanse plaatsje Novolaksk binnen. Met een overval op de politiepost van dit dorp hadden de opstandelingen tien dagen geleden de tweede fase van hun ,,heilige oorlog'' tegen de Russen gelanceerd. Na een loopgravenoorlog van een week vielen maandag de mitrailleurs stil: de rebellen waren verdwenen.

De 34-jarige Sjamil Basajev verklaarde dat het Russische leger nog een hele dag tegen ,,een fantoomvijand'' had gevochten, nadat hij zijn strijders had teruggeroepen. Hoewel Moskou zijn gezag nu tot in alle uithoeken van Dagestan heeft kunnen herstellen, was het huiverig om te vroeg te juichen. Igor Sergejev, de Russische minister van Defensie, gewaagde van een ,,verbetering'', maar voegde daar aan toe: ,,We mogen onze alertheid geen moment verliezen.''

Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde gisteren onomwonden dat Basajev en zijn rechterhand Chattab, een Jordaniër in Tsjetsjeense dienst, achter de recente terreurgolf zitten. Hoewel Chattab zondag nog zinspeelde op sabotage-acties in heel Rusland, ontkent hij elke betrokkenheid bij de bomaanslagen op wooncomplexen in het Zuid-Russische stadje Boejnaksk (64 doden), in de Moskouse Goerjanov-straat (94 doden) en in de Kasjirskoje-weg (118 doden). ,,Wij hebben nog nooit overwogen om onschuldige burgers in hun bedden te vermoorden'', aldus Chattab.

Bij een grootscheepse veiligheidsoperatie, waarbij ook militairen in de straten van Moskou patrouilleren, zijn drie verdachten opgepakt. Op muren en in portieken van flatgebouwen hangen overal compositiefoto's van vier andere verdachten. De politie, bijgestaan door burgerwachten, is een drijfjacht begonnen op ,,Kaukasische types'', dat wil zeggen: iedereen met een donkere huid en zwarte haren. Vijftig handelaren uit Kaukasische gebieden zijn op de Loezjniki-markt bij een massale controle opgepakt. Hun papieren zouden niet in orde zijn.

Premier Vladimir Poetin noemde Tsjetsjenië gisteren in het parlement ,,één groot terroristenkamp''. Net als de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov pleitte hij voor de aanleg van een cordon sanitaire rond de afvallige republiek. De felle Poetin overweegt de Tsjetsjeense president Aslan Maschadov een ultimatum te stellen. Hij eist de uitlevering van Basajev en Chattab. Gebeurt dat niet binnen een nog te stellen termijn, dan ziet Moskou zich niet langer gehouden aan het in 1996 bereikte vredesbestand.