Topclubs willen meer geld zien van voetbal op tv

De topclubs uit het betaald voetbal ruiken geld nu de rechtbank heeft bepaald dat zij hun televisierechten zelf mogen uitbaten.

Schokkend was het niet dat de rechtbank in Rotterdam vorige week bepaalde dat de televisierechten voor wedstrijden in het betaalde voetbal berusten bij thuisspelende clubs. Bij wie de rechten berusten was niet bekend. De Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond ging er stilzwijgend van uit dat de rechten van alle clubs samen waren én van de KNVB als overkoepelende bond. Maar in de praktijk deed de vraag wie rechthebbende is er niet zo veel toe, omdat de opbrengst van de verkoop van de rechten toch wel bij de gezamenlijke clubs terechtkwam. De rechtbank heeft met de uitspraak de bestaande praktijk bevestigd, of ten hoogste aangescherpt.

Maar toch. De Nederlandse topclubs Feyenoord, Ajax en PSV zijn erg in hun nopjes met het vonnis, waartegen de KNVB overigens nog in beroep gaat. De drie clubs voelen zich door de uitspraak gesterkt in hun wens om de eigen uitzendrechten zelf, per individuele club, te exploiteren. In de woorden van Frank Kales, directeur van Ajax: ,,We weten nu dat het huis waarin we wonen, van ons is. En dat we het kunnen verkopen.''

De grote clubs ruiken geld. Ajax-directeur Kales schat de waarde van zijn club in termen van televisierechten op 50 miljoen gulden per jaar. De club denkt daarbij aan een serie inkomsten: meer wedstrijdverslagen verkopen aan buitenlandse zenders; zelf live wedstrijden aanbieden volgens het systeem van pay per view; verslagen via Internet; meer binnenlandse omroepen zien te interesseren; en, niet op de laatste plaats, een herziening van de verdeelsleutel voor de huidige opbrengst van de televisiegelden. Kales: ,,Als Barcelona 200 miljoen gulden per jaar waard is, en AC Milan is 100 miljoen gulden waard, dan is Ajax 50 miljoen gulden waard. Er wordt nu 70 miljoen betaald voor de rechten, maar ten tijde van Sport7 was er sprake van 160 miljoen.''

Wat de drie topclubs nu krijgen is te weinig, vinden ze. Om te beginnen vinden ze het verschil tussen wat de topclubs krijgen aan televisiegelden en de andere clubs in het betaalde voetbal te gering. NOS en Canal Plus betalen nu per jaar ruim 70 miljoen gulden aan uitzendrechten. Dat bedrag wordt solidair verdeeld volgens een verdeelsleutel die is afgesproken binnen de Eredivisie NV, een samenwerkingsverband van de clubs in de hoogste afdeling. Slechts de helft van de opbrengst is afhankelijk gesteld van de prestaties van de club over drie seizoenen, de andere helft wordt gelijkelijk over clubs van de hoogste divisie verdeeld. Bovendien delen ook de clubs uit de eerste divisie mee. De grote clubs redeneren dat zij door de verdeelsleutel ondergewaardeerd worden. Immers, zonder deelname van de drie topclubs zou de belangstelling van de televisiekijker voor de competitie minder groot zijn, waardoor er minder voor de rechten zou worden betaald. Landskampioen Feyenoord kreeg dit jaar zo'n zes miljoen gulden. Voorzitter Jorien van den Herik nam vorige week geen blad voor de mond toen hij tegenover het ANP verklaarde: ,,Wij van Feyenoord roepen al jaren dat de uitzendrechten niet moeten worden verdeeld. Ik ben blij dat we opnieuw gelijk hebben gekregen. Wij zijn tegen de verdeelsleutel.''

Verder zien de drie topclubs het met lede ogen aan dat de buitenlandse clubs waarmee zij zich graag vergelijken, zoals het Engelse Manchester United, het Spaanse Barcelona en het Italiaanse AC Milan, een veelvoud verdienen aan de exploitatie van televisierechten. Omroepen uit deze landen hebben een grotere thuismarkt en betalen meer. Gevolg is dat de Nederlandse topclubs achterop dreigen te raken. De beste spelers vertrekken naar de best betalende club, die daardoor nog beter wordt. Aan deze opwaartse spiraal draagt ook de Europese competitie van topclubs bij, de deze week weer losgebarsten Champions League.

Als de winnaar van de Champions League het komende seizoen uit een groot land komt, kan de club 70 miljoen Zwitserse francs verdienen, maar komt de winnaar uit een land met een kleine televisiemarkt, dan kunnen de inkomsten tot 32 miljoen Zwitserse francs beperkt blijven. De premies die de Europese voetbalbond UEFA uitlooft, zijn namelijk afkomstig van de inkomsten uit televisiegelden en sponsorgelden, dit jaar 828 miljoen Zwitserse francs.

De Nederlandse topclubs zoeken naarstig naar mogelijkheden om via een opwaardering van de televisiegelden de Europese top bij te benen. In opdracht van Eredivisie NV onderzoekt KPMG op dit moment de mogelijkheden om de uitzendrechten individueel te exploiteren. Dat blijkt niet zo simpel. Om te beginnen, zegt onderzoeker Mark Minkman van KPMG, zul je als rechthebbende thuisclub altijd de bezoekende club bij een contract moeten betrekken. Zonder een fatsoenlijke overeenkomst zal een gevecht ontstaan tussen de grotere en kleinere clubs. De topclubs mogen zich ondergewaardeerd voelen, zij hebben de zwakkere broeders nodig om een competitie in stand te houden.

Minkman: ,,Het dilemma van de topclubs is dat ze enerzijds ervoor moeten zorgen dat de competitiewedstrijden interessant genoeg blijven om de televisierechten ervan te kunnen verkopen, en anderzijds willen meegroeien met de Europese top.''

Een forse uitbreiding van de markt voor televisierechten zit er niet in, meent Cees Vis, directeur van de STER. Vis: ,,Daar is de competitie niet interessant genoeg voor. In Engeland zijn er tal van clubs met een uitstraling ook buiten de eigen regio. In Italië wordt steeds weer een andere club kampioen van het land. Maar in Nederland zijn het altijd weer Ajax, Feyenoord en PSV die kampioen worden. Het is onrealistisch om te denken dat je de markt kunt vergroten. We zijn nu eenmaal een klein land. Het is statistisch gezien al heel merkwaardig dat het Nederlandse voetbal internationaal zo goed kan meekomen. Geschiedkundigen zullen later oordelen dat zij een uitzonderlijke grote prestatie hebben geleverd.''