Schaamte over olympische oogst

Vandaag over een jaar beginnen de Olympische Spelen in Sydney. Kan Nederland daar de recordoogst van Atlanta '96, negentien medailles, overtreffen? ,,We moeten onbegrensd leren denken.''

Joop Alberda, technisch directeur van het Team de Mission van NOC*NSF, loopt met lijstje op zak waarop hij nauwkeurig de olympische medaillekansen van Nederland bijhoudt. De Fries reist kriskras over de wereld om de eigen ploegen en sportmensen bij EK's en WK's aan het werk te zien. Daarom kan hij als geen ander de sportieve mogelijkheden van de Nederlandse sporters inschatten. Voorspellingen voor Sydney wil Alberda niet doen. Dat zou alleen maar voor onnodige druk zorgen.

Wel is duidelijk waar Alberda naartoe wil. Met de negentien medailles van Atlanta '96 stond Nederland vijftiende in het olympische landenklassement. Dat moet in de optiek van Alberda dus veel beter kunnen. ,,Ik schaam me voor het aantal medailles dat Nederland haalt'', is zijn keiharde oordeel. ,,Een land als Australië, dat maar iets meer inwoners heeft, gaat volgend jaar wel voor zestig medailles. Zestig! Oké, het weer is daar beter, maar wij hebben een veel betere infrastructuur.''

Alberda wijst er op dat de gemiddelde Nederlander lang, sterk en slim is. Ook is hij creatief en inventief en kan hij goed samenwerken; goede eigenschappen om op sportief gebied te slagen. Alberda: ,,We hebben ook genoeg talent. Helaas wordt er veel talent verkwanseld. Dat komt omdat we veel te lang met een te grote groep bezig blijven. We moeten sneller elitegroepen formeren.''

Een ander struikelblok op weg naar succes zou het mentale aspect kunnen zijn. De Nederlandse sporter heeft door de jaren heen aangetoond vaak op belangrijke momenten te falen. ,,We praten onszelf altijd naar beneden'', vindt Alberda. ,,We moeten onbegrensd leren denken en trots durven zijn. Dat is best moeilijk. Want we zijn calvinistisch, alles moet in vakjes en hokjes passen.'' Alberda vindt de Nederlander te veel macha, een zelf bedacht woord, als tegenhanger van macho. ,,De macho-wereld is gericht op de individu en zijn ego en status zijn belangrijk. Hier heb je een machawereld, met veel oog en zorg voor elkaar, emancipatie. Status is ook belangrijk, maar het is niet zaligmakend.''

Het zijn de coaches die de sporters anders kunnen laten denken. In zijn functie als technisch directeur moet Alberda waken over de kwaliteit van de begeleiding. Hij is een soort coach van de coaches. Desnoods moeten die, om succesvol te kunnen zijn, uit het buitenland worden gehaald. Want het is volgens Alberda geen toeval dat Arie Selinger de volleyballers de weg naar olympisch goud wees en dat Peter Mueller van schaatser Jan Bos een winnaar maakte. Alberda: ,,We konden in het schaatsen niet goed sprinten, maar nu hebben we toch een wereldkampioen.''

,,De grenzen in de sport zijn slechts hersenspinsels'', vindt Alberda. ,,De echte sportprestaties worden geleverd op de intensive care en in oorlogsgebieden. In Kosovo zou ik iemand drie dagen op mijn rug kunnen meetorsen, hier zou ik al na vijfhonderd meter door mijn hoeven zakken. In Turkije wordt een jongetje na zes dagen ongedeerd uit een ingestort flatgebouw gehaald. De eerste reactie is dat dat niet kan. Maar het kan dus wel. We kunnen gewoon meer dan we denken. Er zit altijd rek in. De vraag is hoe we dat in de sport eruit kunnen krijgen. Maar je kan moeilijk met mitrailleurs rond het veld gaan staan.''

NOC*NSF kan er in combinatie met de bonden in elk geval voor zorgen dat de voorbereiding op de Olympische Spelen optimaal is. Niets mag nog aan het toeval worden overgelaten. Geld is er voldoende. Voor het traject naar Sydney 35 miljoen gulden, voor Athene in 2004 is er misschien wel 60 miljoen nodig. Alberda: ,,Iedereen moet met respect kunnen terugkijken op de geleverde prestatie en achteraf niet zeuren over dingen die slecht waren geregeld. Het streven is dat er straks geen excuses meer zijn.''

Elk serieus olympisch project wil NOC*NSF financieel steunen. Later kan blijken dat het weggegooid geld is geweest. ,,Als het niet lukt, is het niet erg'', stelt Alberda. ,,Het is pas erg als je het niet probeert. Als je er alles aan hebt gedaan en het lukt niet, moet je er vrede mee hebben.'' Het uiteindelijke uitgangspunt om een ploeg of individuele sporter naar de Olympische Spelen te sturen, is een gerede kans op een positie bij de eerste acht. ,,We willen op de laatste dag van een onderdeel nog meedoen'', legt Alberda uit. ,,Dan trek je de aandacht en ben je een goede ambassadeur voor je land. En dat helpt weer om in Nederland een topsportklimaat te creëren.''

Bij NOC*NSF zijn de topsporters ingedeeld in vier categorieën: kanshebbers, deelnemers, potentiële deelnemers en projecten. Per 1 januari komt daar de groep medaillekandidaten bij. Vooralsnog lijkt duidelijk wat de Nederlandse speerpunten zijn: zwemmen, zeilen, hockey, judo, hippische sport, wielrennen en vrouwenwaterpolo. Roeien en volleybal, in Atlanta beide goed voor een gouden medaille, zijn de probleemgevallen. ,,Roeien is even een zorg'', beaamt Alberda. ,,Op 17 september hebben we een gesprek. Het gas moet wel open. Er is nog een jaar te gaan. Ja, dat zou te kort kunnen zijn.''

Voor Alberda is volleybal een bijzonder onderdeel. Hij was in 1996 de coach van de mannenploeg die olympisch kampioen werd. Veel wil hij niet zeggen over de matige prestaties van de afgelopen tijd. Een nieuwe medaille lijkt ver weg. ,,Ik denk dat deze groep volleyballers volwassen genoeg is om eerlijk in de spiegel te kijken en zich af te vragen wat ze moeten doen'', aldus Alberda.

Alberda en zijn collega's van NOC*NSF moeten over een jaar in Sydney opboksen tegen de negentien medailles van Atlanta. ,,Natuurlijk voel ik druk. Daarom werk ik keihard. Als ik dat niet zou doen, zou ik een koude manager zijn en zelf niet, zoals de sporters, met respect kunnen terugkijken.''