Ons kan dit nie glo nie

Ooit spoelden Zuid-Afrikaanse wijnboeren hun product in de sloot omdat ze veel te veel produceerden. Nu kunnen de Kapenaars de vraag voor de export van wijn bijna niet aan. Zelfs enkele kleurlingen en zwarten profiteren. Ze weten niet wat hen overkomt.

Mmm, de Avontuur Avon Rouge – Private Collection 2000 – is al goed op dronk: rijpe bessen aan het verhemelte, zeggen de kenners, zachte tannine, een weelderig vanille-aroma met een ondertoon van noten. Het zal wel, voor mij is het gewoon een lekker `avontuurtje', zoals vele andere glaasjes op het Wijnfestival van Johannesburg de moeite van het proeven waard zijn. Een Groenekloof Chardonnay '98 is niet te versmaden, de Rhebokskloof Merlot '97 een `killer' en de Laborie Blanc de Noir 1996 streelt de tong. Maar de Landzicht Cabernet Sauvignon 1999 kan beter nog een paar jaar blijven liggen, te jong, te wreed. Zuid-Afrikaanse wijn is een hit in Europa, de wijnhuizen in de Kaapprovincies kunnen de flessen voor de export bijna niet aanslepen. Vooral de Britse en Nederlandse kelen kunnen nauwelijks genoeg krijgen van de Zuid-Afrikaanse alcoholische geneugten.

De Zuid-Afrikaanse wijnboeren verscheepten vorig jaar in totaal 116 miljoen liter wijn naar het buitenland, waarvan bijna 15 miljoen liter naar Nederland, de tweede exportmarkt na Groot-Brittannië (46 miljoen liter). Zuid-Afrikanen zelf zijn naar verhouding geen grote wijndrinkers, bier is onder alle bevolkingsgroepen drank nummer 1. In 1998 bleef 340 miljoen liter wijn in eigen land; de acht liter wijn die Zuid-Afrikanen daarmee gemiddeld drinken is maar weinig in vergelijking met de topdrinkers: de Portugezen en de Fransen, die per hoofd jaarlijks 61 en 60 liter wegklokken. Zuid-Afrika is de zevende wijnproducent ter wereld, met een marktaandeel van 3 procent. Maar de groeimogelijkheden zijn enorm. In de drie Kaapprovincies ligt nog veel grond braak.

De Zuid-Afrikaanse wijngaarden werden, zoals overal in de nieuwe wereld, geïntroduceerd door de Europeanen, in dit geval door de Hollandse gouverneur Simon van der Stel en later Franse hugenoten, eind zestiende begin zeventiende eeuw. De meest bekende Zuid-Afrikaanse wijnstreken liggen in de provincie West-Kaap, maar er zijn uitlopers naar de Noord-Kaap en de Oost-Kaap. De West-Kaap (hoofdstad Kaapstad), met een oppervlakte van drie keer Nederland, heeft een voor wijnbouw ideaal klimaat, met droge, warme zomers (december, januari, februari) en milde, vochtige winters (juni, juli, augustus). De belangrijkste wijngebieden, waar de beste wijnen vandaan komen, zijn Paarl, Worcester en Stellenbosch. Deze drie zijn ook de grootste producenten.

Ruim tachtig jaar geleden was het overschot aan wijn in Zuid-Afrika zo groot dat de boeren niets anders te doen stond dan het teveel aan kostelijk vocht weg te gooien in de rivieren. Dit geeft ook de niet al te hoge kwaliteit van de Zuid-Afrikaanse wijn in die tijd aan: bewaren had geen zin, de wijn die werd gemaakt was geschikt voor snelle consumptie en was na een paar jaar al `stuk'.

In 1918 sloegen wijnboeren de handen ineen en richtten de Kooperatieve Wijnbouwersvereniging (KWV) op, die productie, verkoop en prijzen controleerde en de industrie redde van de ondergang. KWV domineerde sindsdien de markt en dat kwam de kwaliteit niet ten goede. De coöperatie was producent en beoordelaar tegelijk, kleine wijnhuizen werden weggedrukt. Zuid-Afrika produceerde tot in de jaren tachtig vooral bulkwijn, die werd gebruikt om slobberwijntjes van te maken of als basisproduct voor sterke drank.

Ook dat is veranderd: de KWV bestaat nog steeds, maar is inmiddels omgevormd tot een private onderneming. In december 1997 kregen de ruim 4.500 aangesloten wijnboeren aandelen in hun bezit en liet de coöperatie haar ijzeren greep op de wijnbouw varen.

De wijnindustrie van Zuid-Afrika is, zoals overigens zoveel bedrijfstakken, altijd een zwart-wit aangelegenheid geweest: zwarten deden het werk, blanken hadden de leiding. In grote lijnen is dat nog steeds zo. Op het wijnfestival in Johannesburg, waar kwaliteitswijnmakers hun producten presenteerden, was geen enkele zwarte ondernemer te bekennen. Dat is een probleem in een land waar 75 procent van de bevolking zwart is en de overwegend zwarte regering een actief beleid van positieve actie voert. KWV mocht daarom van de toenmalige minister van Landbouw Derek Hanekom – uitgerekend een van de weinige blanke bewindslieden – twee jaar geleden alleen privatiseren als van de winst door het uitzetten van de aandelen een trust werd opgezet ter waarde van omgerekend 200 miljoen gulden voor onderzoek, ontwikkeling en exportbevordering ten gunste van beginnende zwarte wijnboeren.

Ook op een ander terrein moesten de wijnboeren hun houding veranderen: aan de erbarmelijke behandeling en betaling van landarbeiders werd paal en perk gesteld. Veel werkers in de wijngaarden kregen voorheen hun toch al schamele loon voor een deel uitbetaald in wijn van de allerslechtste soort. Dit beloningssysteem, de zogenoemde dop, maakte generaties lang van hele gemeenschappen alcoholisten. Hoewel de dop al in 1962 werd verboden, was het systeem tot de politieke omwenteling nog wijd en zijd verbreid. Pas in het `nieuwe Zuid-Afrika' kwam er ook controle op de naleving.

Een van de weinige wijnboeren die black empowerment tot nu toe serieus heeft genomen is Alan Nelson in Paarl. Nelson is advocaat van beroep, wijn maken is zijn hobby. In 1988 kocht hij een verwaarloosd wijnlandgoed op uit een failliete boedel. Nelson maakte een belofte tegenover de achtergebleven landarbeiders op zijn nieuw verworven bezit: als zij hem zouden helpen een eersteklas wijn van de grond te krijgen, zou hij hen belonen met eigen grondbezit. De werkers hielden woord, de Nelson's Creek Chardonnay kreeg in 1996 de prijs voor de beste witte wijn van het land. Het jaar daarop kwam Nelson zijn belofte na, hij schonk 9 hectare van zijn grond aan zijn arbeiders. De zestien families die voor hem werkten en op het landgoed woonden, stichtten een vereniging van eigenaars onder de naam Klein Begin Boerdery. Met financiële steun van de overheid en Nelson zelf begonnen de leden van Klein Begin, na hun gewone dagtaak, met het bewerken van het land en het planten van wijnranken. Begin dit jaar was de eerste wijn, wit, klaar en kwam hij onder de naam New Beginnings op de markt.

De Nelson Estate is inmiddels omgevormd tot een schitterend landgoed. De witte huizen met rieten daken, stammend uit de tijd van de hugenoten, zijn volledig gerestaureerd. De landarbeiders hebben hun eigen bescheiden huisjes, maar overwegen nu van de winst die ze hebben gemaakt nieuwe woningen te bouwen. ,,Er bestaat een beetje onenigheid onder de mensen'', geeft Victor Titus, de woordvoerder van Klein Begin toe, ,,sommigen willen het geld meteen gebruiken om hun eigen levensomstandigheden te verbeteren, anderen willen eerst de wijnproductie verhogen en het geld daarin investeren.'' Jan en Piet Scheepers kunnen hun geluk niet op. De twee broers van in de vijftig – kleurlingen zoals dat in Zuid-Afrika heet – werken al hun leven lang in de wijnbouw. ,,Ons het ons eie grond, ons eie wyn, ons kan dit nie glo nie'', zeggen ze als uit één mond in hun typisch ratelend West-Kaapse Afrikaans.

Alan Nelson zelf doet bescheiden over zijn rol in Klein Begin. ,,Het was ook een kwestie van eigenbelang. Mijn grond wordt zo optimaal benut'', zegt hij. Een van de landarbeiders, Mattheus Thabo (zwart) is inmiddels omgeschoold tot wijnmaker, degene die de wijn `samenstelt'. Een wijnmaker is in de wijnindustrie een zeer specialistisch beroep, een kunst bijna, waarvoor men jaren moet studeren – bij voorkeur in Frankrijk – en experimenteren. Mattheus ging in de leer bij de wijnmaker van de Nelson's Creek wijn en slaagde er met diens hulp in de eerste witte wijn op de markt te brengen. 7.000 flessen New Beginnings leverde de eerste oogst op. Maar de vraag, onder meer uit Nederland, bleek veel groter dan dat; zolang Klein Begin nog niet voldoende eigen wijn kan maken, koopt men ook van andere wijngaarden om een blend te maken en het volume te vergroten.

Zwarte belangengroepen zijn behalve op ambachtelijk niveau ook zakelijk de wijnindustrie binnengedrongen. De Stellenbosch Farmers Winery (SFW), een groot samenwerkingsverband van wijnboeren, richtte vorig jaar een project op onder de naam Papkuilsfontein, waarin zwarte financiers behorend tot de Maluti voedsel- en drankketen een belang van 36 procent hebben. Het project, met een totale investering van 10 miljoen gulden, behelst de aanleg van een geheel nieuwe wijngaard in Papkuilsfontein, 100 kilometer ten noorden van Kaapstad. De 250 hectare grond levert naar verwachting 2.500 ton eersteklas druiven op. Over de komende 12 jaar zal Maluti geleidelijk de gehele financiering overnemen. 15 procent van de aandelen zijn geoormerkt voor een trust van landarbeiders en lokale gemeenschappen die tijdens de apartheidstijd werden gediscrimineerd. Behalve de intrede van `zwart kapitaal' in de wijnindustrie, hopen de initiatiefnemers ook dat zwarte consumenten er een stimulans in zien wijn te gaan drinken.

De wijnindustrie van Zuid-Afrika nam na de politieke omwenteling van begin jaren negentig een grote vlucht. Ineens hoefde Zuid-Afrikaanse wijn niet meer onder de toonbank te worden verkocht, stonden er geen actiegroepen meer op de hoek bij de geringste geur van Zuid-Afrikaanse drank. De export nam exponentieel toe: van slechts 7 miljoen liter in het jaar dat Nelson Mandela werd vrijgelaten, 1992, via het verkiezingsjaar 1994 (48 miljoen liter), tot 116 miljoen liter vorig jaar. Van politiek fout werd Zuid-Afrikaanse wijn ineens politiek zeer correct. Maar in een sector waar de concurrentie groot is geeft uiteindelijk de kwaliteit-prijs verhouding de doorslag. Konden de Zuid-Afrikanen voor een acceptabele prijs wijn produceren? Dat was de lakmoesproef. Ja, dat konden ze, gelet op de aanhoudende vraag.

Zuid-Afrika maakt alle soorten wijn en versterkte dranken, maar mag door bescherming van streek- en soortnamen veel gangbare termen niet gebruiken: de termen champagne, bordeaux, bourgogne, cognac en nog enkele namen zijn exclusief eigendom van de Fransen. Tot nu toe mochten wel de soortnamen sherry en port worden gehanteerd. Met de Europese Unie is hierover jarenlang strijd gevoerd, met name Portugal en Spanje eisten de exclusiviteit van de twee namen op. In maart van dit jaar bereikten Zuid-Afrika en de EU na lang touwtrekken een akkoord: de namen sherry en port zullen gefaseerd verdwijnen van de Zuid-Afrikaanse etiketten en worden vervangen door nog te bedenken aanduidingen.

Voor de aanduiding van hun wijnen houden de Zuid-Afrikaanse huizen de soort verwerkte druiven aan: onder andere Cabernet Sauvignon, Merlot, Shiraz, Pinotage voor rode wijn, Chardonnay, Hanepoot, Riesling, Witte Steen etc. voor witte wijn. Champagne heet Sparkling Wine of in het Afrikaans: Vonkelwijn.

Is de kwaliteit van de Zuid-Afrikaanse wijnen vergelijkbaar met die van de Franse? Sommige wel, andere niet, zeggen de experts van de Kaapse Wijnacademie. ,,Champagne kan alleen uit Champagne komen'', zegt Marilyn Cooper, manager op de dependance van de academie in Johannesburg, ,,Zuid-Afrikaanse vonkelwijn is niet slecht, maar het is geen champagne. We hebben geen kalk in de grond hier die de druiven die typische smaak geeft.''

Wijnschrijver John Platter wijst op het ,,desastreuze historische overwicht'' van inferieure druivensoorten (80 procent), bestemd voor het maken van bulkwijnen, in verhouding tot topdruiven voor kwaliteitswijnen (20 procent). Buitenlandse wijndeskundigen waren daarom de afgelopen jaren maar matig tevreden over Zuid-Afrikaanse wijn.

De verandering is inmiddels in gang gezet. Met de dictatuur van de KWV achter de rug herontdekten wijnboeren en wijnmakers de kunst van het maken van topwijnen. Dat kost tijd, de wijnbouw kent een lange cyclus. Tussen het moment waarop een druivenstruik wordt geplant en het ogenblik dat de eerste wijn kan worden gemaakt verloopt ten minste vijf jaar. En om tot werkelijke kwaliteit te komen moeten de wijnranken tot volwassenheid komen en dat duurt meestal zo'n 25 jaar. Kennelijk bestaat er onder Zuid-Afrikaanse wijnondernemers groot vertrouwen in de toekomst van de bedrijfstak, de laatste vijf jaar zagen 50 nieuwe wijnhuizen het licht, dat is meer dan in de hele 25 jaar daarvoor.

    • Lolke van der Heide