NS heeft monopolie op spoor terug

Met het failliet van Lovers eindigt de episode van het geliberaliseerde spoor in een anti-climax. Het hoofdnet blijft tot in lengte van jaren weer exclusief van de NS.

Met zichtbare tegenzin moest minister Netelenbos (Verkeer ) de Kamer maandag vertellen dat Lovers Rail nog altijd het recht had de trajecten Leiden-Den Haag en Utrecht-Hilversum te berijden. Nog geen 24 uur later maakte Lovers zelf bekend dat het van de enige concurrent van de NS allemaal niet meer hoefde. Lovers had te veel tegenwerking ondervonden van de overheid en de NS. ,,Nu verdwijnt het vanzelf'', stelde Netelenbos gisteren tevreden vast, alsof ze zojuist van een hinderlijke kwaal was verlost.

Liberalisering en privatisering: het zijn belangrijke doelstellingen van het paarse kabinet in diverse nutssectoren als afval, stroom, gas en openbaar vervoer. Maar op de pogingen tot introductie van meer marktwerking op het Nederlandse spoor rust bepaald geen zegen. Met het failliet van Lovers eindigt de episode van het geliberaliseerde spoor al na drie jaar in een jammerlijke anti-climax, zonder dat ze ooit echt op gang was gekomen.

Natuurlijk heeft Lovers met haar klachten over tegenwerking van de NS en de overheid boter op het hoofd. De dertig miljoen gulden verlies die de treinvervoerder naar verluidt de das hebben omgedaan zijn deels veroorzaakt door eigen falen. Ondanks het onverbeterlijke optimisme van voormalig directeur Peter Sul en plannen voor ,,leuke dingen'' als videofilms en bars in de trein bleek Lovers niet in staat reizigers te trekken. De wagons die tussen Haarlem en Amsterdam heen en weer pendelden, leken meer op een spooktrein dan op een echte concurrent van de NS.

Toch blijft er voor Lovers nog voldoende om over te klagen. Voor het bedrijf is het tamelijk zuur dat het drie jaar geleden door minister Jorritsma nog triomfantelijk werd binnengehaald als een breekijzer om de monopolistische NS `vrije-marktdenken' bij te brengen. Zij was het ook die Lovers in de zomer van 1997 in een onbewaakt ogenblik concessies gunde op enkele aantrekkelijk geachte trajecten: Amsterdam-Haarlem, Leiden-Den Haag en Utrecht-Hilversum. Tot dan had Lovers zich slechts beziggehouden met een in onbruik geraakt lijntje tussen Amsterdam en IJmuiden. De komst van de Franse multinational CGEA als meerderheidsaandeel in Lovers was precies waarop Jorritsma had gehoopt: voor het eerst concurrentie voor de NS.

De NS deed intussen al het mogelijke om het de kleine concurrent zo moeilijk mogelijk te maken. Zo weigerde het bedrijf de kaartverkoop te integreren. Wie een Lovers-kaartje wilde bemachtigen, moest daarvoor naar een apart loket, waaruit bleek hoe snel de NS zich het marktdenken eigen had gemaakt: welk bedrijf helpt de concurrent immers een handje met de poging onder haar prijzen te duiken? Maar er was een cruciaal verschil: De NS is niet een gewone partij op de vrije markt, het bedrijf is vooralsnog de zittende monopolist met een volledige greep op de infrastructuur.

Hoe de overheid samen met de NS van dat streven naar marktwerking een potje had gemaakt, bleek in juni uit een vernietigend rapport van de Algemene Rekenkamer. De publieke diensten zoals de organisatie die de capaciteit op het spoor moet verdelen (RailNed) of de NS Verkeersleiding waren formeel weliswaar van de NS gescheiden, maar zaten in de praktijk gewoon nog op schoot bij de raad van bestuur van de NS. Railned presteerde het zelfs vertrouwelijke informatie over Lovers door te spelen aan de NS. De Rijksverkeersinspectie was voorts door conflicten niet meer `on speaking terms' met Railned. En het ministerie greep nauwelijks in. Tot overmaat van ramp voor Lovers draaide ook de politieke wind en toonde ook Jorritsma zich in de vorige kabinetsperiode al wankelmoedig. In het concept voor een beleidsnota over het spoor van begin vorig jaar sprak zij plotseling weer over een exclusieve concessie voor de NS op het hoofdnet tot 2008. ,,De vergunningen van Lovers Rail voor treindiensten op het hoofdrailnet passen conceptueel niet binnen een systeem van concessies'', vond de minister. Ze erkende dat ze Lovers en eventuele andere gegadigden daarmee ,,geen wenkend perspectief'' bood. Nog donkerder wolken pakten zich samen na de komst van minister Netelenbos vorige zomer. In het regeerakkoord was vastgelegd dat de NS voor tien jaar exclusief op het kernnet met intercity's zou mogen rijden. Het duurde niet lang of Netelenbos riep Sul op een bijeenkomst in het Kurhaus toe dat ze Lovers ,,van de rails zou kieperen'', als hij niet onmiddellijk ging rijden op de trajecten Leiden-Den Haag en Utrecht-Hilversum.

Nu Lovers zelf het veld heeft geruimd, blijft er weinig over van de plannen voor marktwerking. Het hoofdnet blijft tot in lengte van jaren weer exclusief van de NS. De overige, minder rendabele, lijnen zullen worden aanbesteed. Maar zoals in de recent uitgekomen studie Marktwerking op Weg wordt opgemerkt: doordat de NS voor die trajecten allianties aangaat met busmaatschappijen bestendigt de NS zo haar monopolie en wordt het voor andere treinvervoerders vrijwel onmogelijk nog de Nederlandse markt te betreden.