Mediakunst heeft een plek veroverd op het internet

Vanavond begint op verschillende plekken in Amsterdam het 17de World Wide Video Festival. Het wordt tijd dat het festival zijn naam verandert, want het omvat veel meer dan alleen videokunst.

De komende dagen kun je voor het eerst met een Museumjaarkaart naar de Melkweg. De pas verbouwde muziektempel is naast het Stedelijk Museum de hoofdlocatie van het 17de World Wide Video Festival in Amsterdam. Kunstenaars als Micha Klein, Jeroen (Eboman) Hofs, Angela Melitopoulos en Wiggle doen er 's avonds hun veejay- en andere mediaperformances. De leden van de band Wiggle wonen in verschillende werelddelen en musiceren doorgaans via Internet.

Evenals vorig jaar maakt het festival duidelijk dat videokunst, of liever: mediakunst, behalve in het officiële tentoonstellingscircuit ook een plek heeft verworven in het clubcircuit en op internet. In het Stedelijk Museum is een cd-rom/website galerie met tientallen werken, waaronder het initiatief van het eigenzinnige Dia Centre for the Arts uit New York. De afgelopen vier jaar vraagt Dia met enige regelmaat kunstenaars een website te maken. Omdat het voor een groot aantal van hen de eerste keer is dat ze iets voor Internet maken, zegt het overzicht meer iets over de technische ontwikkeling in dit tijdsbestek dan over de artistieke ontwikkeling. Zo is er een groot verschil tussen het houterig vormgegeven non-lineaire verhaal over Arcadië uit 1995 van Tony Oursler waarin tekst, geluid en video los van elkaar staan, en de soepel lopende animatie uit 1999 van Francis Als, geïnspireerd op de perspectivische tekeningen uit het vijftiende-eeuwse boek Della Pittura van Leon Battista Alberti.

Dat nieuwe media het patent hebben op `interactiviteit', blijkt weer eens uit de presentaties op andere festivallocaties. In het Internetproject On(e)Line van de Gate Foundation wordt middels een video conferentie een culturele uitwisseling aangegaan met niet-westerse kunstinstellingen en kunstenaars. En bij MonteVideo/TBA is videokunst te zien die digitaal wordt aangestuurd door spraakherkenning of beweging van de bezoeker. Zoals de installatie van Tobias Schalken en Stefan Dinther waarbij een geprojecteerd mensfiguur op een scherm nieuwsgierig op je af komt maar zich bij té heftige bewegingen angstig terugtrekt in de mist. De bijna lichamelijke wisselwerking die dit teweeg kan brengen, brengt het werk Tall Ships van Gary Hill in herinnering.

Naast al dit nieuws zijn er ook vertoningen van `oude' media, van traditionele videotapes en installaties. De herondekte video-opnamen Outer and Inner Space (1965) van Andy Warhol bijvoorbeeld, en de gigantische videoprojectie Overhanging (1999) van de Israëliër Michal Rovner op alle ruiten van de begane grond van de Nieuwe Vleugel. Zeer amusant zijn de video's van de bijna bejaarde Ursula Hodel (1934). In New York waar zij bekend staat als kunstverzamelaar weet men zich geen raad met haar werk. Pas sinds drie jaar maakt zij eigenhandig en in een hoog tempo zeer persoonlijke filmpjes. Poses van haar met een boa om haar nek of tussen haar benen, lippen stiftend en bonbons etend, waarmee ze vooral zichzelf lijkt te bevredigen. Ze gaat in menig filmpje letterlijk én figuurlijk uit de kleren. Door het filmpje die waarin zij met andermans stem haar levensverhaal vertelt (gedramatiseerd weliswaar) begrijp je dat het scènes uit Hodel's autobiografie betreffen. Haar levenservaring relativeert in één keer het populaire navelstaren van jongere videokunstenaars.

Zoals gisteren in deze krant stond vermeld, beleeft het project Flash op het festival (Stedelijk Museum) haar première. Aan deze cross-over tussen de beeldende kunst en podiumkunsten, tussen video en moderne klassieke muziek, zijn namen als Louis Andriessen en Marijke van Warmerdam, Paul Thermos en Ansuya Blom verbonden. Het levert desondanks een beschamend resultaat op. Neem Ger van Elk die zich op de muziek van Maarten Altena er gemakkelijk vanaf heeft gemaakt door een video-registratie te tonen van zijn expositie The horizon, a mental distance, die op dit moment te zien is in Museum Boijmans van Beuningen. Of J.C. Ruggirello die gekleurde vlakken op een flauwe manier afwisselt met een rond rennende kip of gekantelde schildpad, namelijk: precies op het moment dat de zangeres uit het muziekstuk van Martijn Padding een hoge kreet slaakt. Helaas gaan de producties niet in een `flash' voorbij, maar duren gemiddeld vier tot acht minuten. Ze doen verlangen naar de minder pretentieuze veejay performances zoals we die kennen uit het clubcircuit, rechtstreeks reagerend op de gedraaide house of ambient muziek.

17de World Wide Video Festival. Opening: vanavond om 20.30 in het Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 19 september. Locaties: Stedelijk Museum, Melkweg, Gate Foundation, W139, Veemvloer in Amsterdam. De exposities zijn te bezichtigen t/m 10 oktober.