`Leraren minder uren voor de klas'

Leraren die lesgeven in de laagste klassen van de middelbare school zouden meer voorbereidingstijd moeten krijgen voor hun lessen en minder uren voor de klas moeten staan.

Dit stelt de Onderwijsinspectie voor in het rapport `Werk aan de basis; Evaluatie van de basisvorming na vijf jaar', dat vanmiddag aan staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) is aangeboden.

Als leraren minder uren voor de klas staan, hebben ze meer tijd voor de inhoudelijke en didactische vernieuwing van de laagste klassen van de middelbare school, de basisvorming, die tot nu toe onvoldoende van de grond is gekomen, aldus de Onderwijsinspectie.

De basisvorming is het in 1993 ingevoerde gemeenschappelijke lesprogramma in de eerste klassen van beroepsonderwijs tot en met gymnasium. Alle leerlingen volgen dezelfde vijftien vakken, met daarnaast een door de school in te vullen `vrije ruimte'. Doel was het onderwijs te moderniseren, alle kinderen eenzelfde pakket aan kennis en vaardigheden bij te brengen en de definitieve schoolkeuze van kinderen uit te stellen.

De inspectie is milder over de basisvorming dan onderzoekers uit Groningen en Twente die begin deze maand concludeerden dat de basisvorming ernstig tekort schiet. Zo zou de vroege schoolkeuze juist gestimuleerd worden en de leerprestaties van vwo'ers zijn gedaald.

Volgens de inspectie hebben leraren te weinig tijd gekregen om zich te bekwamen in de nieuwe aanpak. Door de lesweek te bekorten van 32 naar 30 uur, krijgen leraren meer tijd om zich te verdiepen in de inhoud van het onderwijs en kunnen ze zich laten bijscholen. Vooral het aanleren van vaardigheden en het stimuleren van zelfstandig leren van de leerlingen laat te wensen over.

Verder is de basisvorming voor zwakkere leerlingen te ambitieus geweest, constateert de inspectie. Scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) laten daarom delen van het overladen programma vallen.

De inspectie stelt voor de vijftien vakken te handhaven, maar niet te eisen dat alle leerlingen de stof even intensief bestuderen. De afsluitende toets voor alle leerlingen kan dan ook vervallen. Dit staat haaks op het ideaal van de basisvorming: een gelijk onderwijsaanbod voor alle leerlingen.

De inspectie ziet ook positieve aspecten aan de basisvorming: het onderwijspeil van de leerlingen is niet gedaald, er gaan meer leerlingen naar havo en vwo en het aantal zittenblijvers is afgenomen. Ook is er een voorzichtig begin gemaakt met het uitstel van de schoolkeuze.