Kapsonesloos

De enige die rustig blijft onder de belangstelling voor Johan Cruijff, is Johan Cruijff.

Het bleek gisteren weer eens bij de opening van de zogeheten Johan Cruijff University, een vierjarige opleiding voor sportlieden aan de Hogeschool van Amsterdam. Het gebeuren was, zoals gebruikelijk bij dergelijke presentaties, omlijst met veel opgewonden pee-er-franje: hapjes, mapjes, meisjes en een heuse persconferentie. Cruijff wordt bij zo'n gelegenheid spoedig omstuwd door allerlei gewichtigdoenerige mensen, die zichtbaar over hun toeren raken bij de gedachte dat zij de levende legende even mogen aanraken.

Hij doet alsof hij het niet merkt en gedraagt zich volstrekt kapsonesloos. Hij laat zich door niets of niemand intimideren en zal zijn kleding of spraak niet aanpassen aan zijn omgeving. Hij verscheen weer goed gekleed, maar zonder stropdas aan het publiciteitsfront, en ook in deze onderwijsomgeving deed hij geen moeite om zijn Cruijffiaanse taaleigenaardigheden (`De speler weet meer dan de voorzitter, wie alleen op de tribune zit') te vermijden.

Cruijff weet wat er in zulke omstandigheden van hem verwacht wordt. Hij moet wat handjes geven, een paar bestuurderen een vriendelijke glimlach schenken en een kletspraatje houden op de persconferentie. Dat is alles, en dat is genoeg. Iedereen dik tevreden.

Wat altijd enigszins schemerig blijft bij dergelijke ondernemingen, is de motivatie van Cruijff. Doet hij het om ideële redenen – die suggestie wordt vaak enigszins gewekt – of is het een commercieel initiatief van zijn kant?

Ik was vooral naar de persconferentie gegaan om hem die vraag te stellen, en ik kreeg zowaar een duidelijker antwoord dan ik had verwacht. Hij begon weliswaar aan enkele ingewikkelde slalom-zinnen die het ergste deden vrezen, maar op zeker moment zei hij toch met zoveel woorden: `Ik ben natuurlijk geen filantropische instelling, ik heb ook mijn kosten, maar dit is zeker geen idee waarmee ik een vracht geld kan verdienen.'

Laten we het dus houden op een vrachtje geld, temeer omdat het idee in Spanje zozeer is aangeslagen dat er volgende maand tien van zulke `universiteiten' zullen zijn. Wél was hij nogal ontstemd over de wijze waarop de Barcelonese universiteit – de eerste – de zaken in het eerste jaar had gerund. `De samenwerking met hun was slecht, ik hep er ook wat van gezegd. Laten ze zich opstellen zoals ze hier doen.'

Rest de vraag of de Johan Cruijff University méér voorstelt dan een handig initiatief van een school om leerlingen binnen te krijgen. Dat zal nog moeten blijken. Er stapten nu 37 trotse eerstejaars rond, nog wel in het oranjeshirt met Cruijffs nummer 14, wat overigens geen garantie is op succes, zoals we sinds 1974 weten. Zij gaan commerciële economie studeren en mikken op werk in de sportwereld. En zij willen allemaal ongetwijfeld minstens een vrachtje geld verdienen.

    • Frits Abrahams