India zál stemmen, tot aan de sneeuwgrens

Kosten noch moeite spaart India om 630 miljoen kiesgerechtigden tijdens de vijf weken durende verkiezingen te laten stemmen. 800.000 stembureaus worden opgezet, van de woestijnen in het westen tot in de verste uithoeken van de Himalaya's.

De rook van tientallen kampvuurtjes kringelt op als de dageraad aanbreekt boven het plateau van Tegazung. Zover het oog reikt grazen schapen, geiten, paarden, dzo's en yaks in kuddes tussen de lage, bruine nomadententen. Twee tentjes, allebei wit, horen er niet bij. Ze zijn van de Indiase verkiezingscommissie. Klokslag zeven uur kruipt Ghulam Kumar, belast met de verkiezingen in Tegazung, naar buiten met een kop hete thee en een bruin kistje dat hij op een tafeltje zet. `Presiding officer' staat op een witte band om zijn bovenarm gedrukt. ,,Stembureau Tegazung is geopend, de verkiezingen zijn begonnen'', verklaart hij plechtig. Veel toehoorders heeft hij niet. Kumar duikt in een stapel papieren op zoek naar de stembiljetten. Zijn collega in de slaaptent zet opnieuw water op een gasbrandertje en warmt zijn handen bij het vuur.

In de verte, halverwege het uitgestrekte plateau, balkt een ezel die zonder succes indruk probeert te maken op een ezelin. Een troepje joelende kinderen rent achter een stel waakhonden aan dat de schapen opjaagt, tussen de tentenkampen door, in de richting van de besneeuwde bergen. ,,India is de grootste democratie ter wereld'', zegt Kumar niet zonder trots. ,,Het is onze plicht om iedereen te laten stemmen, dus ook de boeddhistische nomaden in de Himalaya's.''

Drie heren van de verkiezingscommissie zijn met hem meegereisd. Vijf dagen geleden waren ze met hun Gypsy, een jeep van Japans-Indiase makelij, op weg gegaan om op de woeste hoogvlakte van Ladakh, niet ver van de Tibetaanse grens, één van de ruim 800.000 Indiase stembureaus op te zetten. Op ongeveer 4.500 meter is Tegazung, een plateau boven het Moriri-meer, één van de hoogstgelegen stembureaus van India. De weg was meestal niet meer dan een karrenspoor geweest, en soms helemaal niks, vertelt Kumar. Tot en met de ruim 5.000 meter hoge Taglang-pas ging het nog wel, zegt hij, maar daarna was het urenlang hotsen door steppen en woestijnen, over keien en zandvlaktes, door rivieren en door meren – totdat de sneeuwgrens in zicht was gekomen. Het enige wat ze onderweg hadden gezien, waren kale bergen, met af en toe een groepje nomaden, paarden of wilde reuzenmarmotten. ,,De nomaden keken verbaasd toen wij hier de vlakte opdraaiden en onze tent gingen opzetten'', zegt Kumar. ,,Maar ze hadden al gehoord dat er weer verkiezingen aankwamen. We moeten het ruim op tijd aankondigen'', zegt hij en wijst op het dikke `Handboek voor het houden van algemene verkiezingen in India' dat naast de stembus op de grond ligt.

In de verte komt een oude man met Tibetaanse gelaatstrekken in een flinke pas aanlopen, zijn handen op de rug. Zijn gevlochten paardenstaart bungelt tegen zijn lange, donkerrode jas. ,,Juleh!'', begroet hij het verkiezingscomité in het Ladakhi. Urgen Rigzen moet tegen de zeventig zijn, maar hoe oud precies weet hij niet. Hij is één van de stamleiders. ,,Vertel ons maar wat we moeten doen'', zegt hij tegen Kumar.

Na de ochtendrituelen en de verzorging van het vee komen steeds meer nieuwsgierigen in kleine groepjes naar de verkiezingstent. ,,We gaan vandaag stemmen'', zegt de oude Rigzen. Op de koude grond gaan de mannen geanimeerd zitten vergaderen. Veel programmapunten zijn er niet. De grootste klus is om uit de namen op de officiële kiezerslijst te destilleren wie wie is, want ze schrijven zelf niet.

De hand van de Indiase overheid is nauwelijks zichtbaar in Tegazung, waar de nomaden een paar maanden per jaar doorbrengen – totdat het vee de vlakte heeft kaalgevreten en het te koud wordt. Elektriciteit, telefoon, winkels, kranten, auto's of scholen zijn er niet in dit deel van Ladakh – en ze zijn ook niet nodig, vinden de nomaden. Het vee geeft hun melk en vlees, de bergen geven kruiden, water en medicijnen. Wat ze nog meer nodig hebben, zoals gedroogde vruchten uit de valleien, wordt geruild met nomaden uit andere windrichtingen, of soms met handelaren uit één van de dorpen in het dal van de Indus. Van premier Atal Behari Vajpayee of oppositieleidster Sonia Gandhi hebben de meesten nog nooit gehoord. Pakistan en de prijsindex op de beurs van Bombay zijn te ver weg om hun last te bezorgen.

Wel kan het semi-autonome bestuur van Ladakh worden afgerekend op de kleine zonnepaneeltjes die onlangs aan de bewoners van het afgelegen gebied zijn geschonken. Er staat er één naast vrijwel elke tent, zodat de nomaden 's avonds een peertje kunnen laten branden. ,,Ze werken slecht'', zegt Rigzen. ,,De solar wordt nat of vriest 's nachts kapot. We kunnen ze zelf niet repareren.'' Over de regering in New Delhi heeft hij, desgevraagd, geen klachten.

De nomaden spinnen wol, vlechten een staart of spelen met hun gebedskralen terwijl de vergadering voortduurt. Dan staat de eerste kiezer op met een papiertje in zijn hand en loopt strompelend naar de tent. Hij heeft polio. Bij de verkiezingstent krijgt hij een biljet van Kumar uitgereikt, waarop zeven partijen staan – op de rechterhelft in Urdu-tekens, op de linkerhelft met een symbool, om het stemmen ook voor analfabete kiezers mogelijk te maken. Een hand, symbool van de Congrespartij, prijkt bovenaan; de lotusbloem van de regeringspartij BJP eronder. Hij drukt zijn duim op een donkerpaars inktkussen en zet daarmee zijn handtekening op het biljet, want schrijven kan hij niet. ,,Nee! Je moet binnen kiezen, in de tent!'', roept presiding officer Kumar als de nomade recht voor zijn neus zijn stem wil uitbrengen met een stempeltje op het biljet. ,,De stemming is geheim'', legt Kumar uit. Als de nomade weer uit de tent komt en zijn biljet in de kist frommelt, krijgt hij onafwasbare inkt op zijn nagel ten teken dat hij zijn beurt heeft gehad.

Twee uur na de opening van het stembureau hebben 22 nomaden gestemd, louter mannen. De vrouwen zijn bezig met water halen of koeien melken. ,,Ze komen later'', verzekert Kumar. ,,Ik heb 310 namen op mijn stemlijst. Ik denk dat er vandaag 200 komen. We kunnen helaas niet alle nomaden bereiken. Achter de bergen zijn er nog meer, maar we kunnen niet overal een tent neerzetten. Veel nomaden hebben het te druk met hun vee om hiernaartoe te komen.''

    • Rob Schoof