Ik heb nu een applausmachine

Remco Imker: ,,Mijn eerste gitaar heb ik gejat bij muziekhandel Meek, hier in Assen, die bestaat allang niet meer dus dat mag je rustig opschrijven. Ik was twaalf jaar. En zo is het begonnen, met het naspelen van bluesplaten van die makkers... John Lee Hooker, Muddy Waters en zo.

Drenthe was `Cuby and the Blizzards' en anders was er niet. Harry Muskee beweert nog steeds dat hij de blues naar Drenthe heeft gebracht... dat de blues wordt opgeroepen door de weidsheid van de hei... Laat me niet lachen, jongen! Toen mijn broertje en ik ook met een bandje begonnen, vonden die jongens van Cuby dat helemaal niet leuk. `Een maf stelletje' vonden ze ons.

Die afgunst he? Eelco Gelling zei: `Wat willen jullie nou, jij kan maar met een vinger gitaarspelen!'. Ik zei: `Wees maar blij dat ik niet met tien vingers speel want dan kun jij wel inpakken.' Van dat soort dingen.

Mijn broertje heet Robert maar hij stond bekend als `Tokkel'. We noemden de band naar onze achternaam. Het werd `Sound of Imker'. Wij waren de luizen in de pels van Cuby! We repeteerden in een boerderij in Holten. Wanneer we begonnen te spelen haalden de boeren de koeien uit de wei. Zo nerveus werden die dieren van onze sound. Ik speelde slag op een zessnarige basgitaar. Dat was een speciale techniek, dat vond je nergens. We hadden geen bassist, een bassist hield ons tempo geen twee dagen vol!

Het singletje werd ons aangeboden door een directeur van Philips. Hij vond ons helemaal te gek. We konden direct de studio in! Het nummer heette `Train of Doomsday': trein naar de vernietiging... Het was een grote ruige bende. We waren de voorlopers van de punk... dat elementaire... weetjewel... Moet je nagaan, en dat al in 1967!

Maar het plaatje kwam nooit in de winkels terecht. Ik moest langs komen voor een gesprek met het bestuur van de platenmaatschappij. Ze zeiden `Wij brengen die rotzooi niet uit!' Zo vreselijk vonden ze het.

Ik zei: `Nou mensen, geef mij die platen dan maar voor niks mee.' Twee volle dozen kreeg ik mee naar huis! Duizend singletjes! Een week later stonden we in het weiland die plaatjes door de lucht te scheren. Dat ging wel lekker, zo tegen de wind in.

Vooral in het Noorden maar ook in Duitsland en Denemarken werden we een veelgevraagde band.

We waren met hele gekke dingen bezig hoor. Je had in die tijd de eerste harttransplantatie van die dokter Barnard, dat fascineerde ons... We begonnen met namaak harttransplantaties op het podium. Dat ging zo: we stonden met operatiepakken aan, mondkapjes voor ons gezicht. Compressors werden aangesloten op plastic zakjes gevuld met bloed. Er lagen kadavers, stukken vlees, alles wat we maar te pakken konden krijgen uit het abattoir. Met drum en gitaar werd de hartslag nagebootst waarna slagaders, gemaakt van rubberslangen, werden doorgesneden. Het bloed spatte tegen het plafond. Het publiek in de zaal kwam ook onder te zitten, het werd een gigantische bende! En Tokkel kon zo goed dat gevoel van pijn en leed in zijn gitaar leggen... daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen – dan ben je een stelletje koekenbakkers.

Een optreden van `Sound of Imker' dat was chaos, drank, bloed. Ruig en demonisch! De kranten stonden er vol van. Er was geen platenmaatschappij die ons nog wilde hebben maar we trokken volle zalen!

Onze ouders vonden het verschrikkelijk... Ze zeiden: `Jullie moeten veranderen, anders trappen we je allebei de deur uit!' Het waren vrij christelijke mensen en wij... het was in de tijd van de seksuele revolutie, hè? We neukten als jonge konijnen, zeg maar. Die meiden kwamen allemaal op je af... Al had je een kop als een varken...

Ik had een Gibson-gitaar gekocht en liep daarmee over de markt in Assen te paraderen. Allemaal meiden achter me aan! Ik was heel interessant voor ze. We hadden een kostbare installatie en een dikke bus met vliegtuigstoelen. We leefden van dag tot dag... drank en drugs, het geld ging allemaal op.

Het heeft slachtoffers geëist. We kwamen een keer met de bus van een optreden uit Paradiso en de drummer begint te zeuren over z'n gage en zo. Ik heb hem er met drumstel en al uitgegooid. Niet lang daarna heeft-ie een eind aan z'n leven gemaakt. Hij werd gevonden in zijn auto met een afscheidsbrief op schoot.

Tokkel raakte aan de drugs. De band viel uit elkaar, er kwam een nieuwe Sound of Imker met jonge gasten, maar daar paste ik niet meer zo goed in.

En dan, rond de jaren zeventig, die discotheken en al die rotzooi. Het werd vechten tegen de bierkaai. Het heeft mij uiteindelijk mijn huwelijk gekost.

Ach, en met Tokkel, mijn broertje... ik had het helemaal niet zo in de gaten, maar op een gegeven moment zat-tie aan de speed. Daarna kwam hij bij de band van Herman Brood terecht. En toen begon het... die heroïne, coke, alles...

Zo zie je maar, Brood functioneert nog, maar Tokkel loopt hier als zwerver in Assen rond... Hij is inmiddels zo ver afgegleden. Slaapt in schuren en parken... Hij loopt te bedelen in het winkelcentrum. Ik zie hem nog vaak rondscharrelen maar hij is niet meer aanspreekbaar. Dat plaatje `Train of Doomsday' doet nu tweehonderd gulden op platenbeurzen, haha.

Die rockscene van toen is er niet meer. Wanneer ik die mensen van vroeger zie, ik word er beroerd van... De jeugd van nu is geestelijk moe en dood. Ze zijn zo gefixeerd op die computer, die hypotheek, die BMW voor de deur. Wij kwamen tenminste nog in actie wij schopten tegen de maatschappij aan.

Ik ben altijd in Assen gebleven. Ik hoor wel eens: `Je moet naar het Westen gaan, daar maak je het!' Maar als ik een dag in Amsterdam ben geweest, ben ik blij dat ik weer terug ben in mijn stamkroeg. `Daar komt die Beatle ook weer aan' zeggen ze dan. Ach je bent in de vijftig en in wezen sta je natuurlijk met een been in het graf, ja toch?

Ik woon alleen in een verbouwde boerderij... een complete rocktempel heb ik er van gemaakt! Een podium, jongen, de allermodernste apparatuur.

Ik ben nu weer bezig met die ouwe Sound of Imker, maar dan in een nieuw jasje of zo, begrijp je? Ik sta 's morgens op en dan pak ik mijn gitaar. Ik heb zo'n applausmachine aangeschaft, een simpel apparaat hoor, gewoon een geluidsbandje eigenlijk. Ik treed wel voor mezelf op en dan zet ik dat ding aan. Ik wil dat gewoon nog een keer meemaken.''