Het politiecomplex

DE PRIVATE POLITIE is in opmars. Een particuliere beveiligingsorganisatie houdt toezicht op het havengebied van Enkhuizen. Particuliere beveiligingsfunctionarissen doen steeds vaker aan surveillance op de openbare weg. Een wijk in Den Haag heeft een stichting opgericht om particuliere bewakers in te huren. Deze trend maakt minister Korthals (Justitie) ,,huiverig'', zo zei hij vorig jaar ronduit tegen de Tweede Kamer. Hij is bezorgd dat de rechtspositie van de burger tegenover de particuliere beveiligingsindustrie er niet duidelijker op wordt. Minister Peper (Binnenlandse Zaken) zit daar minder mee. In zijn Integraal Veiligheidsplan van juni vormt het contracteren van particuliere beveiligingsorganisaties voor toezicht op het publiek domein juist een van de speerpunten.

Korthals wordt nog aan een andere kant ingehaald. Politiechefs pleiten openlijk voor het uitwisselen van persoonsinformatie met particuliere recherchebureaus. Tot dusver is dat een kwestie van een ,,old boys network'', een verschijnsel waarvan de voorganger van Korthals vond dat ,,het absoluut moet worden tegengegaan''. Politie-informatie geldt niet voor niets als een gevoelige categorie waarmee extra moet worden opgepast.

VAN OUDSHER heeft het openbare opsporingsapparaat dan ook een vergaand monopolie op de aanpak van criminaliteit. Dit monopolie is echter in toenemende mate ,,een mythe'', zoals politie-expert A. Hoogenboom het enkele jaren geleden al noemde. In een bekroond proefschrift sprak hij van ,,het politiecomplex''. Het merendeel van de fraude bij bedrijven komt niet naar buiten, maar wordt privaat opgespoord en afgehandeld.

De vraag naar politiegegevens heeft verschillende kanten. Gerichte informatie door de politie wordt steeds meer gezien als onderdeel van de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen. Bij de fraudebestrijding denkt de Stichting maatschappij, veiligheid en politie veeleer aan een grotere inbreng van private opsporing. Deze functie is net zoals alle particuliere beveiligingsactiviteiten onderworpen aan wettelijke regulering. In de praktijk bestaat er volgens Hoogenboom echter slechts ,,een papieren controle''.

Dat is onvoldoende basis voor de uitwisseling van gevoelige persoonsinformatie. Private politie staat in het teken van de belangen van de opdrachtgever en niet van het algemeen belang. Dat maakt verschil. Ook los daarvan is het risico dat politie-informatie averechts uitpakt niet denkbeeldig. Het gaat immers vaak slechts om vermoedens en verdenkingen en niet om bewezen feiten.