Esmée de la Bretonière

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Esmée de la Bretonière, het gangsterliefje uit `The Delivery' die alles in zich heeft om een Nederlands B-filmidool te worden.

Als Esmée de la Bretonière (Amsterdam, 12 april 1973) niet zo graag Hollywoodster zou willen zijn, dan zou ze alles in zich hebben om een nieuw Nederlands B-filmidool te worden. Het opmerkelijkste wapenfeit uit haar korte carrière (drie speelfilms) is namelijk niet de succesvolle vertolking van Ems in Orlow Seunkes Gordel van Smaragd (1997), die twee jaar geleden het Nederlands Filmfestival opende, maar het feit dat de twee andere films waarin zij een rol voor haar rekening neemt, De Johnsons (Rudolf van den Berg, 1991) en The Delivery van Roel Reine beiden tot de schaarse Nederlandse pogingen op genregebied behoren.

Maar Nederland kent geen echte B-filmtraditie en de dochter van een Amsterdamse schoenenfabrikant noemt als haar idolen liever Marlon Brando, Al Pacino en Robert De Niro (bij wiens acting coach Ed Kovens zij na het uitkomen van Gordel van Smaragd drie maanden les nam in New York), dan Barbara Steele, Susan Tyrrell of Mary Woronow. Ze moest naar Hollywood, schreef ze op haar elfde in haar dagboek, omdat alles in films leuker was, maar ze eindigde in de ban van de boosaardige Zuidamerikaanse god Xangadix in de Biesbosch in De Johnsons, waarin ze op haar veertiende opvallend naast Monique van de Ven debuteerde. Het gebeeldhouwde schoolmeisje met de geloken ogen, olijfkleurige teint en glanzend zwarte haren werd van de ene op de andere dag gebombardeerd tot Playboy-seksymbool én favoriete actrice van de lezers van het meidenblad Viva.

Onbesuisd en het hart op de tong, spontaan en brutaal waren de karaktereigenschappen die zij vervolgens op de toneelopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen en de Kleinkunstacademie in Amsterdam tot beheersing, dictie, inleving en présence moest laten omvormen en toen kreeg ze in 1997 dan die hoofdrol in Gordel van Smaragd. Oplettende toeschouwers hebben haar in de tussenliggende jaren kunnen zien in een aantal interessante korte (Filmacademie-)films (zoals Mr. Magic, Guido van Gennep, 1994 en Weg van Sytske Kok, 1996), waarin haar achter eindeloze wimpers verscholen kijkers een optimaal gevoel van stille wateren diepe gronden wisten op te roepen. In interviews (onlangs nog met Het Parool) presenteert ze zich daarentegen als een gezellige Hollandse meid met veel praatjes over de voordelen van de Amerikaanse filmindustrie zonder er ooit een film opgenomen te hebben. Ze weet in die rol meer te overtuigen dan in haar films, en dat maakte haar het ideale gezicht voor de Zwitserleven-reclamecampagne, waarin zij naast Joost Zwagerman en Wibi Soerjadi figureert als levensgenieter en kindvrouwtje dat weet wat ze wil. Waar Ellen ten Damme en Huub Stapel in de bijbehorende televisiespotjes hun sterrendom relativeren, is De la Bretonière in de voor de tijdschriftenmarkt bedoelde fotoserie een icoon voor een verlangen geworden. Je hoeft alleen maar filmster te willen zijn en Zwitserleven zorgt voor het bijbehorende gevoel.