De driewieler leeft!

Een driewielig Nederlands auto-ontwerp als de avantgarde voor de volgende eeuw? Dat klinkt ongeloofwaardig, zeker in Frankfurt, waar vanaf morgen de mondiale auto-industrie de laatste ontwikkelingen toont. Toch is de op deze internationale Automobilausstellung (IAA) debuterende Vandenbrink Carver zeker innovatief, al doet het driewielige concept misschien anders geloven.

Het idee is namelijk op zichzelf niet nieuw. De eerste auto – de Benz uit 1886 – was een driewieler en tien jaar later telde 's werelds meest verkochte motorvoertuig van de vorige eeuw – de Franse Dion-Bouton, twee wielen achter en een voor. De (eveneens Franse) pionier Leon Bollee voerde zelfs een sportmodel driewieler in 1896. De zitconfiguratie met twee zitplaatsen achter elkaar – een 1+1 in moderne vaktermen – vond toen ook al toepassing. Waarom de driewieler kort na de vorige eeuwwisseling in de vergetelheid raakte is eigenlijk nooit bestudeerd, laat staan dat historici weten waarom.

Dat de driewieler dankzij een slimme, Nederlandse vinding nieuw leven wordt ingeblazen, mag natuurlijk opzienbarend heten. Ons land heeft immers een geringe rol in de ontwikkeling van de auto gespeeld, afgezien van Jacobus Spijkers geniale uitvinding van permanente vierwielaandrijving (1903) en Hub van Doorne's automatische, continue variabele transmissie CVT in 1956. Ton van den Brink – een kleine maar succesvolle industrieel uit 's Gravendeel – en zijn tot voor kort snowboardende zoon Chris (inmiddels vliegtuigconstructeur) zagen in de driewieler echter een nieuwe toekomst. Alleen moesten bestaande vooroordelen over het knullige image van de driewieler alsook technische dogma's aangaande het voertuiggedrag dan wel overboord worden gezet.

Ton van den Brinks heilige geloof in een 1+1 zitopstelling (ten behoeve van smalle afmetingen) en de sterke behoefte bij zoon Chris aan een dynamisch sturend voertuig vormden het uitgangspunt voor de Carver, waarvan de eerste principes al zes jaar geleden werden bedacht. De gedachten gingen uit naar een tweewielige achtertrein voor de aandrijving en een ranke tweepersoons cockpit die als een motorfiets in de bocht moest kunnen overhellen. Mercedes-Benz lanceerde meer dan een jaar geleden ook een sportieve driewieler met de naam Life Jet, maar die is het prototype stadium nooit ontgroeid.

Bij de Carver worden door middel van een eenvoudig hydraulisch kantelmechanisme de stuurkrachten beperkt maar de reactie van de besturing versterkt, terwijl het gedrag van de Mercedes-Benz life Jet op elektronica was gebaseerd. De afgelopen jaren is door Vandenbrink (zo luidt de merknaam) veel tijd gestoken in de patentering van het Dynamic Vehicle Control gedoopte hydraulische kantelsysteem en de juiste dosering van de bekrachtiging. Maar de resultaten zijn inmiddels zodanig dat een grote Japanse motorfietsfabrikant het DVC inmiddels onderzoekt voor toepassing op Quads. Dat zijn kleine terreinwaardige voertuigjes die vooral in Amerika populair zijn, maar door hun instabiele gedrag veel ongelukken veroorzaken. Tijdens proeven bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer voerde de Vandenbrink Carver moeiteloos de elandtest uit, waarover twee jaar geleden de Mercedes-Benz A-klasse struikelde.

De totale ontwikkeling kostte Ton van den Brink 10 miljoen gulden, waarvan 8 miljoen uit eigen middelen. Vanuit een Brusselse innovatiepot kreeg het project 2 miljoen subsidie. Voor dat geld heeft Ton van den Brink met zijn tien man sterke team de afgelopen vijf jaar een volwaardig voertuig ontwikkeld. De Carver is voorzien van een achtertrein met buizenframe en een zelfdragende stalen cockpit met kunststof carrosserie. De aandrijving bestaat uit een 660 cc 16-kleps Daihatsu-turbomotor met vijf versnellingen.

Omdat de Carver net 570 kg weegt en met een breedte van slechts 120 cm geringere luchtweerstand biedt dan een auto, zijn de prestaties hoog. In acht seconden flitst deze sportieve tweezitter naar de 100 km/uur. Maar tevens is een gemiddeld benzineverbuik van circa 1 op 25 reëel haalbaar. Ton van den Brink, die zes jaar geleden de pers haalde met zijn innovatieve overdekte tweepersoons motorfiets Econe, vindt milieu-aspecten namelijk nog altijd belangrijk, al is hij er wel van overtuigd dat een dynamisch voertuig als de Carver betere kansen heeft in de markt. Prestaties en uiterlijk stellen wat dat betreft bij de eerste kennismaking niet teleur. Gezeten achter het stuur waant men zich in een F16-cockpit.

Tot nu toe zijn vier voorserie-Carvers gebouwd. Drie ervan staan in Frankfurt op de IAA terwijl een vierde uitgebreid door TNO aan de tand wordt gevoeld. Na nog twee voorserie-exemplaren zal volgend jaar de productie kunnen beginnen. Uit eigen middelen denkt Vandenbrink een serie van 50 stuks te kunnen produceren, tegen een prijs van (af fabriek) 40.000 euro, want het blijft vooralsnog een exclusief speeltje. Of daar nog BPM bovenop komt hangt af van een besluit van het ministerie van Financiën of dit een motorfiets dan wel auto is. Uiteindelijk hoopt mem in 's Gravendeel op een jaarproductie van 200 stuks, waarvoor men extern kapitaal denkt nodig te hebben.