Burgeroorlog blijft de Spanjaarden verdelen

Zestig jaar na dato blijft de Spaanse burgeroorlog de gemoederen bezighouden. Gisteren weigerde de regeringspartij van de conservatieve premier Aznar mee te stemmen met een resolutie waarin de ,,fascistische militaire staatsgreep'' van 1936 tegen het Republikeinse gezag wordt veroordeeld.

Het is voor het eerst in 22 jaar democratie dat de militaire opstand uit 1936 expliciet wordt veroordeeld. De opstand onder leiding van generaal Francisco Franco leidde tot een bloedige burgeroorlog en stortte Spanje in ruim dertig jaar dictatuur. Na de dood van Franco in 1975 is stelselmatig gezwegen over deze episode. Dit `pact van het vergeten' is een ongeschreven regel in de Spaanse samenleving. Volgens sommigen kon Spanje dankzij dit `pact' na 1975 zonder bloedvergieten terugkeren naar de democratie.

De resolutie was besproken binnen de parlementaire commissie voor Buitenlandse Zaken, die wil dat de regering eer betoont aan de vele Spanjaarden die na de burgeroorlog in ballingschap zijn gegaan. Bovendien, zo zegt de socialist Jesús Caldera in El País, ,,kunnen democratieën niet gebaseerd zijn op vergetelheid''.

De conservatieve Partido Popular van premier Aznar stemde als enige tegen de resolutie wegens de ,,toon'' en het ,,kromme'' karakter ervan, aldus PP-woordvoerder José María Robles Fraga. De linkse groepen die tegen Franco vochten zouden te veel worden geëerd, terwijl ,,liberalen, christen-democraten en monarchisten'' volgens Robles ook hadden gestreden voor ,,herovering van vrijheden''.

Volgens Robles vertekent de resolutie ook de geschiedenis. Dat de opstand van 1936 als enige oorzaak voor de burgeroorlog wordt gepresenteerd, vindt hij een ,,simplificatie'' van de feiten. In de burgeroorlog vielen rond 500.000 doden.