Wie wil er nog een naaimachine?

Het gaat slecht met de naaimachine. Na het Duitse Pfaff is nu ook het Amerikaanse Singer in moeilijkheden. Naaien is leuk, is de boodschap, maar wie heeft er nog tijd?

Zo vlak voor het naaimachineseizoen is in het nieuwste magazine van Pfaff geen naaimachine te zien. Wel veel glanzende foto's van stralende mensen en patronen van geborduurde vazen, ansichtkaarten en kamerschermen. Naaien is leuk en functioneel tegelijk, is de boodschap voor jonge twintigers (`naai zelf je mantelpakje' en bijbehorende tolle Taschen). Voor vutters met tijd en geld is het maken van een `degelijke klusoverall' een mooie hobby.

De boodschap is helder als je bedenkt dat de economische noodzaak om kleding te maken ontbreekt en vrije tijd schaars is. Bovendien kan geen naaimachine op tegen de bodemprijzen van kledingzaken als Zeeman en H&M.

Ook de industriële naaimachinehandel heeft een nichemarkt gevonden: lasapparaten bijvoorbeeld om synthetische stoffen samen te smelten en een machine om plastic haakjes in gordijnen te naaien. Het mag allemaal niet baten. Wereldwijd haalden industriële naaimachinebedrijven het afgelopen half jaar eenderde minder omzet dan in dezelfde periode van 1998.

,,Jarenlang vroegen bedrijven om zo gespecialiseerd mogelijke industriële naaimachines, om zo min mogelijk personeel in te hoeven zetten. Nu de confectie wegtrekt uit Europa naar de goedkopere loonlanden, heeft niemand meer iets aan deze sophisticated machines'', zegt algemeen directeur J. Maas van Pfaff Machines. Volgens Maas en zijn verkoopdirecteur J. Reversma zijn niet alleen Pfaff en Singer de dupe van een verzadigde markt, maar zijn alle naaimachinebedrijven de klos. De zwakke conjunctuur in Duitsland deed Pfaff vervolgens de das om en sleepte het 148 jaar oude Singer (80 procent eigenaar van Pfaff) mee.

De Nederlandse machineverkopers weten te vertellen dat de inzakkende jeans-, auto- en meubelmarkten hiermee samenhangen. Maar eerlijkheidshalve geven ze toe dat de directie van het traditionele Duitse Pfaff te laat heeft ingegrepen. Met een mammoettanker, zegt Reversma, moet je op tijd bijsturen. Het 137 jaar oude bedrijf heeft in Kaiserslautern een sociale functie – de bedrijfskantine verzorgt het eten voor de bejaardentehuizen in de omgeving.

Bovendien zouden Pfaff en Singer tevergeefs veel geld hebben gestoken in de Russische, Braziliaanse, Chinese en Vietnamese ,,opkomende markten''.

Ondanks een hoge graad van automatisering is de bewerkelijkheid van onder meer jeans, autobekleding, bankstellen, parachutes en zonnewering er de oorzaak van dat veel dure mensenhanden nodig blijven. In de fabriekshal van meubelbedrijf Leolux in Helmond staan bijvoorbeeld al zestig bemande naaimachines.

Maas: ,,Tunesië, Tsjechië, Roemenië, Polen en Egypte zijn nu volop in trek als productieland. Alhoewel, Tsjechië is nu al weer twee keer zo duur als Tunesië. Je stuurt de spullen maandag op en vrijdag komt het alweer uit Polen terug. Egypte duurt tien dagen. Daar kan Europa niet tegenop.'' De afgedankte naaimachines waar ze in deze landen mee werken, gaan voorlopig nog jaren mee, dus van een nieuwe afzetmarkt is geen sprake.

Sinds in Nederland de confectie, waarin ooit tienduizenden mensen werkten, verdween, is volgens Reversma ook de leer- en doorgeeffunctie van het naaien verdwenen. ,,De vrouwen in de naaiateliers gaven de vaardigheden door aan hun dochters. Bovendien was de doorstroom groot, na vijf jaar trouwden ze en kwamen er nieuwe werkplekken vrij.'' Die leerschool is er niet meer. Vandaar dat de naaimachine tegenwoordig vooral gebruiksvriendelijk moet zijn.

De zware zwarte metalen machines kregen vanaf de jaren twintig steeds meer functies en minder versierselen. De gestroomlijnde naaimachine van de jaren negentig kan alles: rondnaaien, quilten, patchworken, locken en knoopsgaten maken in spijkerstof, leer, rubber en synthetische stoffen. Een aai over de tiptoets is voldoende om de ingewikkeldste steek en het moeilijkste borduurpatroon binnen enkele seconden via een pc-scanner uit te laten voeren. Bovendien is het apparaat niet te groot, licht van gewicht en het liefst niet te duur.

,,Een goede industriële naaimachine moet daarentegen één ding extreem goed kunnen, heel precies en ontzettend snel'', toont Reversma in de distributiehal van Pfaff in Geldermalsen. De breedstikmachine bijvoorbeeld, kan alleen breedstikken en de kolommachine maakt niets anders dan kolommen. Een computer meet elke centimeter bewerkte stof, iedere steek die de machine per minuut maakt. Was vroeger materiaal de belangrijkste factor, nu is dat tijd.

Maas schat dat de in totaal ruim 350 vakwinkels in Nederland alsnog moeten worden teruggebracht naar hoogstens tweehonderdvijftig gezonde zaken. Voor beide takken geldt immers dat er veel aanbieders zijn op een te krappe markt.

Een huishoudnaaimachine kost tussen tweehonderd en achtduizend gulden. In Nederland hebben Pfaff en Singer volgens Maas de helft van de markt in handen. Singer heeft daarvan weer een groter aandeel in een goedkoper segment, Pfaff verkoopt minder, maar duurdere naaimachines. De naaimachinebranche is gesloten, waardoor geen van de bedrijven zijn verkoopcijfers bekendmaakt. ,,Een kruideniersmentaliteit'', verklaart Maas.

De verkoop van huishoudelijke naaimachines halveerde in Nederland in vijftien jaar naar 70 duizend per jaar. Toch denkt Maas dat Pfaff en Singer door hun sterke merknaam overeind blijven. Hij verwacht dat de huishoudelijke takken naar een andere eigenaar gaan, terwijl de productie van de industriële machine mogelijk naar ondernemers in Oost-Europa en het Verre Oosten gaat.