Weerloze poppen uit het atelier

Ze zijn nog steeds in iedere winkel voor kunstenaarsmaterialen te koop, de beweeglijke houten poppetjes die in alle gewenste houdingen gebogen kunnen worden. Al in de Renaissance behoorden deze ledenpoppen tot de vaste uitrusting van het schildersatelier en het opmerkelijke is dat ze in vijfhonderd jaar nauwelijks van uiterlijk zijn veranderd. De meeste schilders liepen er niet mee te koop dat zij zo'n houten dummy gebruikten bij gebrek aan een model van vlees en bloed. Maar aan het begin van deze eeuw dook de ledenpop op als motief in de kunstwerken van dadaïsten en surrealisten. Man Ray dichtte de geslachtsloze poppen in zijn foto's erotische eigenschappen toe door ze 27 standjes te laten opvoeren. En in de schilderijen van Giorgio de Chirico en Max Ernst bevolken de levenloze figuren zonder ogen, neus of mond verlaten pleinen en straten.

Niet alleen ledenpoppen, maar ook marionetten, etalagepoppen en robotten zijn in de moderne kunst veelvuldig afgebeeld, zo blijkt uit Puppen Körper Automaten - Phantasmen der Moderne. De tentoonstelling in de Düsseldorfse Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, die ruim vierhonderd werken van meer dan negentig kunstenaars bijeenbrengt, richt zich op de beeldende kunst van de eerste helft van de twintigste eeuw, de periode waarin de historische avantgardes hun opmars maakten. Met name de surrealisten, de constructivisten en de futuristen gebruikten de pop vaak als hybride en artificiële tegenhanger van het menselijk lichaam.

In de fotografie, een medium dat van zichzelf al vragen oproept omtrent authenticiteit, zorgde de aanwezigheid van poppen vaak voor spannende resultaten. Zo is het bij de foto's van Erwin Blumenfeld en Karl Schenker moeilijk te zien of de elegante fotomodellen nu `echte' mannequins of toch etalagepoppen zijn. En wanneer de vrouwen vervolgens gruwelijke operaties en transplantaties ondergaan, zoals in de foto's van Herbert List, leidt dat tot angstaanjagend realistische beelden.

Aangrijpend zijn ook de foto's die Hans Bellmer in de jaren dertig van zijn zelfgemaakte poppen maakte. De vrouwenlichamen, vaak zonder hoofd en met meerdere geslachtsorganen, liggen gekneveld onder aan een trap of half ontkleed op een bed. Ze lijken het slachtoffer te zijn geworden van sadomasochistische spelletjes. En ook al zie je onmiddellijk dat de wulpse figuren van hout gemaakt zijn, de dreiging die uit de foto's spreekt wordt er niet minder om.

De zaal waarin de poppen en poppenfoto's van Bellmer tentoongesteld worden, is op zichzelf al een bescheiden retrospectief te noemen. Het is terecht dat de in Polen geboren kunstenaar zo nadrukkelijk onder de aandacht wordt gebracht, want zijn werken doen ook nu, ruim een halve eeuw na hun schepping, nog opvallend hedendaags aan. Bellmer was met zijn erotische opnamen de vergelijkbare poppenportretten van Cindy Sherman ver vooruit. En na het zien van zijn gemuteerde en getergde vrouwenlijven zijn de bloeddorstige sculpturen van de Britse broers Jake en Dinos Chapman plotseling een stuk minder origineel.

De schijnbare onschuld en weerloosheid van poppen inspireerden veel kunstenaars tot het maken van seksueel getinte werken. Oskar Kokoschka gaf de poppenmaakster Hermine Moos in 1919 de opdracht om een levensgrote replica te maken van zijn grote liefde Alma Mahler. Die pop, door Kokoschka zijn Fetisch genoemd, is op de tentoonstelling niet aanwezig. Wel te zien zijn de verleidelijke tekeningen waarvoor zij, gewillig achteroverliggend op de sofa, model stond.

Een minstens zo obsessieve houding ten opzichte van vrouwen spreekt uit Marcel Duchamps raadselachtige kunstwerk Étant donnés, dat in Düsseldorf door de Fransman Richard Baquié zorgvuldig gereconstrueerd is op basis van de schriftelijke montage-aanwijzingen van Duchamp. De installatie, waaraan de beroemde kunstenaar tussen 1946 en 1966 in het geheim had gewerkt, werd pas na zijn dood in 1968 ontdekt. Te zien is een van varkenshuid gemaakte vrouw die naakt en met gespreide benen in het riet ligt, met op de achtergrond een kitscherig bergachtig decor, compleet met gemotoriseerd watervalletje. Als bij een peepshow kun je haar door een minuscuul gaatje in een zware houten deur begluren. Je wordt deelgenoot gemaakt van een mysterieus schouwspel dat niet voor jouw ogen bestemd lijkt.

Puppen Körper Automaten is een fascinerende tentoonstelling, die de toeschouwer aan de hand van een origineel thema op ontdekkingsreis door de kunstgeschiedenis stuurt. In de half verduisterde zalen volgen de hoogtepunten elkaar in rap tempo op: de reconstructie van de Parijse surrealistische tentoonstelling uit 1938 (waarin kunstenaars als Duchamp, Masson en Dalí hun fantasieën loslieten op etalagepoppen), de kostuums en de registratie van de houterige balletten van Oskar Schlemmer, de prachtige machinemensen in de schilderijen van Malewitsch en Léger en de futuristische robotten in de lithos van El Lissitzky. Kosten noch moeite lijkt door de organisatoren gespaard om wereldwijd kwalitatieve bruiklenen te vergaren. En het aardige is dat je geen moment het gevoel hebt dat je naar gedateerde kunstwerken kijkt.

Tentoonstelling: Puppen Körper Automaten – Phantasmen der Moderne. T/m 17 oktober in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Grabbeplatz 5, Düsseldorf. Di t/m zo 10-18u, vr 10-20u. Catalogus DM 49,–.