Vreemde taal

De column `Vreemde taal: kwaliteitsverlies' van de heer Heldring (10 september) was me uit het hart gegrepen. Gelukkig weer eens een geluid over de domme minachting die steeds meer aan de dag wordt gelegd als het gaat om de bediening van het Nederlands. Dat mensen aan het hoofd van een grote onderneming menen in een handomdraai van hun moedertaal te kunnen overschakelen naar het Engels is toch wel een grof staaltje zelfoverschatting.

Aan de door Heldring terecht geschetste ongelijkwaardigheid wordt volkomen voorbijgegaan. Zo stel ik me voor dat in een bijeenkomst van Europese ministers van Buitenlandse Zaken waarin over een twistpunt moet worden onderhandeld, de ministers die hun eigen taal in discussie kunnen brengen een grotere kans maken hun gelijk te halen dan de excellenties die in een voor hen vreemde taal staan te stotteren. Accenten spelen hierbij uiteraard een belangrijk rol. Maar zelfs in het allergunstigste geval van een goed voorbereide redevoering van onze vorstin bekruipt mij het gevoel dat ik naar een van kunststof vervaardigd Queen's English zit te luisteren.

    • M. Vaalburg