Vermogen ƒ66.111: aanslag ƒ344

Een rekenvoorbeeld voor de vermogensrendementsheffing. Belastingplichtige A heeft op 1 januari een vermogen van 55.093 gulden en op 31 december een vermogen van 77.130 gulden. Het gemiddelde bedraagt 66.111 gulden, waarvan 37.463 gulden mag worden afgetrokken, zodat een bedrag van 28.648 gulden overblijft. Het fictieve rendement van 4 procent over dat bedrag is 1.146 gulden. Daarop komt de heffing van 30 procent, zodat A een bedrag van 344 gulden aan belasting moet betalen.