Vaste aftrek plus korting

De belastingaftrek voor beroepskosten verdwijnt. Deze aftrek waarmee werknemers in loondienst werkelijk gemaakte beroepskosten op hun belastbare inkomen in mindering konden brengen, wordt vervangen door een vaste aftrek. Voortaan mag een werknemer 4 procent van zijn loon aftrekken met een minimum van 308 gulden en een maximum van 1.263 gulden. Bovendien wordt wordt een `arbeidskorting voor werkenden' ingevoerd. Deze zal bij de algemene heffingskorting van maximaal 3.321 gulden (de opvolger van de belastingvrije som) worden opgeteld. De arbeidskorting bedraagt 10 procent van de arbeidsinkomsten met een maximum van 1.536 gulden. De heffingskorting kan ook verhoogd worden met kortingen van in totaal maximaal 5.316 gulden voor alleenstaande ouders en 930 gulden voor ouderen.