Vanaf 2001 nieuw belastingstelsel

Nederland krijgt een nieuw belastingstelsel, met ingang van 1 januari 2001. Minister Zalm (Financiën) en staatssecretaris Vermeend hebben vanmiddag de Belastingherziening 2001 gepresenteerd, die onder meer voorziet in een lastenverlichting van 5 miljard gulden.

,,De herziening is gericht op het creëren van een robuust belastingstelsel, met een bredere grondslag en lagere tarieven. Een stelsel dat adequaat inspeelt op toekomstige ontwikkelingen'', luidt de toelichting van de bewindslieden op het wetsvoorstel.

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) neemt de werkgelegenheid dankzij het nieuwe stelsel met 1,6 procent toe.

Het nieuwe belastingstelsel moet arbeid goedkoper en consumptie en milieuvervuiling duurder maken. Het moet ook zorgen voor een inkomstenstroom voor de schatkist die niet wordt verstoord door fiscale ontwijkingsconstructies. Alle tarieven van de belastingschijven gaan omlaag en er komen toeslagen voor werkenden. Aan de andere kant worden de BTW (van 17,5 naar 19 procent) en de ecotax verhoogd. Aftrekposten vervallen of worden beperkt. De vermogensbelasting verdwijnt en wordt vervangen door een nieuwe, hogere vermogensrendementsheffing.

Alleenstaanden en tweeverdieners met een minimumloon (31.000 gulden) gaan er volgens het CPB met een koopkrachtstijging van ruim 5 procent het meest op vooruit. Veel minder profiteren kostwinnersgezinnen met een inkomen van 1,5 maal modaal (81.000 gulden), die hun koopkracht met 1 procent zien stijgen. Mensen met een modaal inkomen (54.000 gulden) zien het inkomen stijgen met 2,5 procent als zij kostwinner zijn en met 3,3 procent als zij tweeverdiener of alleenstaand zijn.

Voor burgers die worden getroffen door het aanpakken van bestaande faciliteiten, zoals pensioenverzekeringen, komt er een ,,redelijke'' maar ,,beperkte'' overgangsregeling. Zo valt de kapitaalverzekering straks onder de rendementsheffing, maar krijgen verzekerden tot 2003 de tijd om die verzekering aan de eigen woning te koppelen zodat die niet belast wordt. De lijfrentepolissen waarvoor de premies beperkt aftrekbaar worden, vallen straks zonder meer onder het nieuwe regime. De aanpak van het oneigenlijk gebruik van de aftrek voor spaarhypotheken zal niet gelden voor hypotheken die voor 2001 zijn verstrekt.

De belastingvrije som van ruim 8.000 gulden vervalt. Deze wordt vervangen door een algemene korting op de te betalen belasting van 3.321 gulden. Werkenden krijgen bovendien een extra heffingskorting van 1.536 gulden. De heffingskorting is bedoeld om mensen die nu nog thuis zitten te stimuleren een betaalde baan te zoeken.

Het hoogste schijftarief wordt straks 52 procent (nu 60 procent) voor inkomens boven 101.659 gulden. Het middelste schijftarief wordt 42 procent (nu 50 procent) voor het inkomen van 53.881 gulden tot 101.659 gulden. De onderste schijf (nu ongeveer 36 procent) wordt in tweeën geknipt, met een nieuw laagste tarief van 32,9 procent voor het inkomen tot 31.652 gulden en 36,85 procent voor het inkomen van 31.652 tot 53.881 gulden.

HOOFDARTIKEL: pagina 9