Topondernemers vragen vrijheid

In Parijs spraken topondernemers over Internethandel: hoe om te gaan met persoonsgegevens, consumentenklachten, belastingheffing, kwaliteitskeurmerken? Zij vormen inmiddels een gezamenlijk platform.

Laat het Internet de vrijheid om zich te ontwikkelen tot een efficiënt en fatsoenlijk kanaal voor elektronische handel. Dat vragen de grote mannen van wereldwijd opererende bedrijven die veel te winnen hebben bij e-commerce, maar onzeker zijn hoe dat moet en of zij zelf tot de winnaars zullen behoren.

Op initiatief van de Duitse mediagigant Bertelsmann en de snel groeiende Franse multimedia-speler Vivendi (ex-Générale des Eaux) kwamen zij gisteren in Parijs bijeen: Michael Eisner (Walt Disney), Gerald Levin (Time Warner), Steve Case (America Online), en bestuursleden van groten als Deutsche Bank, Marks and Spencer, DaimlerChrysler, Nokia, Fujitsu, NTT, NEC en ABN Amro. Concurrenten die de handen ineen sloten en een enige maanden geleden een platform vormden om de weg door het onbekende Internetland uit te zetten.

Even opmerkelijk als de samenkomst van deze `captains of industry' was de betrekkelijke eenstemmigheid van de vertegenwoordigers van de Amerikaanse en de Europese (Brusselse) `overheid'. Hun boodschap was, met accentverschillen, de zelfde. Zoals verwoord door de Amerikaanse minister van handel, William Daley: heel interessant, maar waar zijn de consumenten en andere vertegenwoordigers van het algemeen belang?

De Global Business Dialogue on Electronic Commerce (GBDe) deed aanbevelingen die veel de zelfde kant uitgaan. Of het nu ging om de zorg voor bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid om `inhoud' op het net te mogen zetten, als de juridische afwikkeling van consumenten-klachten, steeds kwam de desbetreffende werkgroep gevormd door geïnteresseerede bedrijven van drie continenten tot een variant van de stelling: laat ons zelf reguleren.

Time Warner-directeur Levin ging het verst toen hij na afloop zei: ,,De kansen die er zijn om een wereldwijde markt te openen, die grenzen en politieke systemen overstijgt, is ook een kans op een betere wereld. Die 'digitale ronde' mislukt als we daarbij stranden in een oerwoud van nationale regelgeving.'' Zowel van Japanse als van Franse zijde werd veel verwacht van de instelling van een kwaliteitskeurmerk dat consumenten vertrouwen moet geven dat de elektronisch bestelde goederen of diensten voldoen aan de gewekte verwachtingen.

Mede onder druk van de reacties van de aanwezige `overheden', zegden de ondernemers toe de volgende keer meer ruimte te maken voor consumenten-organisaties en nieuwkomers op de Internet-markt. AOL-topman Steve Case verweerde zich tegen verwijten dat hij en zijn mede-gearriveerden vooral de moeilijk grijpbare Internetmarkt dicht willen houden. ,,Na een periode van snelle groei is het nu tijd voor wereldwijde regels. Dat is nodig voor verdere groei, niet om iemand uit te sluiten.'' Hij en Time Warner's Levin delen volgend jaar het voorzitterschap van de GBDe; ze konden het niet eens worden wie dat alleen zou doen.

Opvallend was dat in het `steering committee' van de GBDe maar één Nederlander zat, ABN Amro-bestuurder Rijkman Groenink. Zijn indruk was dat veel ondernemers wel beseffen dat overheden een rol hebben te spelen in de bescherming van gebruikers; men vreest alleen een jarenlang slepend onderhandelingsproces en wil daarom vast afspraken maken waar mogelijk. Zijn eigen bank heeft recent zijn intrede gedaan in de elektronische handel. 25000 klanten plaatsen hun beursorders via het net, vijftig procent in opties. Hun aantal groeit met 650 per week en de bank overweegt deze succesvolle e-brokerage over niet te lange tijd in andere Europese landen te gaan aanbieden. Hypotheken en persoonlijke leningen via het net zouden kunnen volgen.