Onderzoek misdaden in Oost-Timor

De Indonesische president B.J. Habibie stemt in met een internationaal onderzoek dat moet vaststellen of er de afgelopen weken oorlogsmisdaden zijn gepleegd in Oost-Timor.

Mary Robinson, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, verklaarde dat gisteren in Jakarta na een gesprek met de president. Volgens Robinson stapelen de bewijzen zich op dat het geweld van de afgelopen weken in Oost-Timor is georkestreerd door het Indonesische leger. Ze zei dat ,,schendingen van de mensenrechten op een dergelijke schaal niet ongestraft mogen blijven.'' Vast staat dat een aanzienlijk aantal lokale autoriteiten en mensen in legeruniform verantwoordelijk zal worden gesteld, verklaarde Robinson.

Het onderzoek kan leiden tot instelling van een VN-tribunaal dat de oorlogsmisdadigers moet vervolgen. Of het zover komt, hangt af van de conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers, zei Robinson. Soortgelijke tribunalen zijn eerder opgezet om oorlogsmisdaden te bestraffen in Rwanda en het voormalige Joegoslavië.

De Hoge Commissaris verklaarde onder de indruk te zijn van de steun die ze van president Habibie had gekregen. Zijn opstelling kan hem in conflict brengen met de machtige legertop, die wordt verdacht van betrokkenheid bij de ongeregeldheden in Oost-Timor. Enkele minuten voordat Robinson haar opwachting maakte bij Habibie stormde generaal Wiranto, minister van Defensie en chef van de strijdkrachten, in grote haast het kantoor uit van de president.

Er bestaat geen twijfel dat Indonesische militairen en politiemensen verantwoordelijk zijn voor de moorden, brandstichtingen en massa-evacuatie van vluchtelingen in Oost-Timor. Zij instrueerden en steunden de pro-Indonesische milities die het grootste deel van het vuile werk opknapten. Tot die conclusie komt een delegatie van de VN-Veiligheidsraad die de afgelopen dagen Dili bezocht heeft, de hoofdstad van Oost-Timor. De delegatie constateert in een rapport dat de chaos in Oost-Timor ,,niet het resulaat was spontane volkswoede of van een burgeroorlog, maar dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat het geweld kon worden `in- en uit- geschakeld'.''

Ook andere bronnen bevestigen dat het Indonesisch leger achter het geweld in Oost-Timor zat, en niet eigenmachtig heeft gehandeld maar daartoe opdracht gekregen heeft:

Overheidsvertegenwoordigers in West-Timor zeggen dat ze van de Indonesiche autoriteiten opdracht hebben gekregen vluchtelingenkampen op te zetten, ruim voordat het bloedvergieten begon.

De leider van een pro-Indonesische militie die naar de Portugese kolonie Macao is gevlucht, verklaart dat de gewelddadige acties zijn geleid door de gouverneur van Oost-Timor, Abilio Osorio, en generaal Adam, commandant van Bali en Timor. Voorbereidingen voor het bloedbad zouden zes maanden geleden al zijn gestart. Militairen zouden burgers hebben gedwongen toe te treden tot milities. Voordat ze in actie kwamen, zouden de leden zijn gedrogeerd.

CNN en de BBC lieten tv-beelden zien van Indonesische soldaten die pro-Indonesische milities feliciteren met hun bloedige acties.

Kranten in Australië en Nieuw-Zeeland zeiden over documenten te beschikken waaruit blijkt dat milities door de militairen werden betaald.

Tientallen stafleden van de Verenigde Naties die de afgelopen weken gelegerd waren in Oost-Timor, hebben zich bereid verklaard te getuigen tegen Indonesische officieren en overheidsvertegenwoordigers. Stafleden van de VN verklaren de autoriteiten medeplichtig aan grootscheeps geweld.