Nieuw fiscaal stelsel revolutionair

Nederland loopt in Europa voorop met het nieuwe belastingstelsel.

In de ministerraad werden de onvermijdelijke koopkrachtplaatjes afgelopen vrijdag nog tot op het laatst gepolijst om de in de politiek gekoesterde `middeninkomens' nog wat meer te laten profiteren van het nieuwe belastingstelsel.

Vanmiddag hebben VVD-minister Zalm (Financiën) en PvdA-staatssecretaris Vermeend hun blauwdruk gepresenteerd voor wat waarschijnlijk de meest ingrijpende stelselherziening is van de bijna voorbije eeuw.

De belastingherziening, waarmee in totaal zo'n 23,5 miljard gulden is gemoeid, is de grootste operatie van het tweede paarse kabinet. Iedere burger wordt geacht te profiteren van de lastenverlichting van in totaal 5 miljard gulden, die als `smeerolie' dient voor het nieuwe stelsel. De verdeling van het geld wordt naar verwachting de inzet van een klassieke ideologische strijd tussen `links' en `rechts' in de politiek, met de regeringspartijen PvdA en VVD als antagonisten.

Het nieuwe stelsel met drie `boxen', waarin onderscheid wordt gemaakt tussen inkomsten uit arbeid en die uit vermogen, is tamelijk revolutionair. Sparen en beleggen vallen voortaan onder een vaste vermogensrendementsheffing, die nergens ter wereld nog bestaat. De uit 1893 stammende vermogensbelasting verdwijnt. De verhoging van de BTW en eco-tax voor de financiering van het goedkoper maken van de arbeid, is een verschuiving van directe naar indirecte belasting, die ook elders in Europa druk wordt bestudeerd.

Belastingherziening 2001 is nu uiteindelijk de naam van het belastingplan, dat ruim twee jaar geleden nog door Vermeend in een interview werd aangekondigd onder de werktitel Belastingherziening 21ste eeuw. Bij nader inzien vonden Zalm en Vermeend het wel erg pretentieus om na de vele, niet eens zo lang geleden voltrokken belastingoperaties (Oort, Stevens) maar meteen voor de hele nieuwe eeuw een plan te presenteren.

Toch is de operatie wel degelijk bedoeld om het Nederlandse belastingstelsel klaar te maken voor de ,,uitdagingen van de volgende eeuw''. Wat die uitdagingen zijn? Ongeveer dezelfde als in laatste decennium van deze eeuw, maar dan in versterkte mate.

De globalisering, die door de internationale concurrentie de hoogte van de arbeidskosten in Nederland blootlegt. De vergrijzing, die het lastiger maakt een betaalbare maar solide voorziening voor de oude dag op te bouwen. De `Internet-economie', die geldstromen aan het oog van de schatkistbewaarders onttrekt en die nieuwe, moeilijk te belasten diensten produceert.

De achtereenvolgende kabinetten hebben de afgelopen jaren getracht de gaten in het huidige belastingstelsel te dichten. Vooral de naam van Vermeend is synoniem geworden voor reparatiewetjes tegen belastingontwijking en voor fiscale stimulansen voor goede doelen zoals `groen' beleggen en investeringen in beginnende ondernemingen.

De paarse kabinetten hebben met belastingverlagingen de arbeid goedkoper gemaakt, terwijl er voor de laagst betaalde banen zelfs extra toeslagen worden betaald.

Het is niet genoeg, hebben de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 uiteindelijk geoordeeld.: de reparaties aan het huis helpen niet meer, er moet een nieuw huis worden gebouwd. Minister Zalm en staatssecretaris Vermeend hebben op hun geliefde schootcomputers de afgelopen jaren hoogstpersoonlijk talloze varianten doorgerekend, die uiteindelijk eind 1997 in de `verkenningen' voor een nieuw stelsel zijn gekomen. Bij het aantreden van het tweede paarse kabinet zijn deze `bouwstenen' zoals premier Kok het noemde gebruikt voor het schrijven van het regeerakkoord, waarin het vandaag gepresenteerde plan al globaal staat.

Als het aan Paars II ligt krijgt Nederland een `robuust' stelsel, met een stabiele stroom aan belasting-inkomsten, dat milieu-vriendelijk is en werkgelegenheid stimuleert. De berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zijn wat dat betreft bemoedigend. Er komen 65.000 banen bij, de uitstoot van CO2 zal verminderen en er wordt minder zwart gewerkt

Deze gunstige ramingen zijn echter niet doorslaggevend voor de vraag of het parlement het belastingplan zal goedkeuren en in hoeverre. De politiek-economische discussies gaan in Nederland bijna altijd over de inkomensverdeling en bij een belastingherziening is dat bij uitstek het geval. De koopkrachtplaatjes van het CPB, waaraan het kabinet niet voor niets zo lang heeft gevijld, zullen door de politieke partijen minutieus worden bestudeerd op het beeld voor hun eigen achterban.

Zo heeft de linkervleugel van de PvdA grote moeite met de verlaging van het toptarief van 60 tot 52 procent en met de in zijn ogen te lichte belasting op vermogenswinsten. De drie belastingwoordvoerders van de PvdA in de Tweede Kamer wijzen hun partijgenoten erop, dat dankzij allerlei aftrekposten nu slechts 3 procent van de belastingplichtingen in werkelijkheid 60 procent betalen. Hetzelfde geldt voor de vermogensbelasting, die ook vaak wordt ontweken. Die aftrekposten worden gesnoeid, terwijl staatssecretaris Vermeend (PvdA) ervan uitgaat dat de nieuwe heffing over het vermogen moeilijker te ontwijken is. GroenLinks en de Socialistische Partij, die het nieuwe belastingstelsel, een bevoordeling van de ,,rijken'' vinden, houden niettemin de druk op de linkerkant van de PvdA.

De VVD is zielgelukkig met de verlaging van de tarieven, maar heeft moeite met het snoeien van de aftrekposten die vooral ten goede komen aan de hogere inkomens. Het al eerder uitgelekte plan om de het oneigenlijk gebruik van de spaarhypotheek aan te pakken, werd door de VVD afgewezen. Binnen de VVD zijn er mensen die graag een overgangsgregeling zien voor bijvoorbeeld de pensioenverzekeringen, waarvan de belasting-aftrek wordt beperkt.

Wrikken aan het belastingplan wordt moeilijk. Een overgangsregeling voor verzekeringen kost zo'n 700 miljoen gulden en dat gaat ten koste van de tariefsverlaging. Wat rest is het tekenen van de inkomensplaatjes, waar wel wat aan verschoven kan worden. En alle ogen zullen daarbij zijn gericht op het inkomen van de zogeheten `middengroepen'.