Minister, NS niet eens over kosten kaartje

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) en de Nederlandse Spoorwegen zijn het oneens over de noodzaak om de prijs van de treinkaartjes te verhogen.

De NS betoogt dat het waarschijnlijk niet aan een tariefsverhoging ontkomt doordat de minister het bedrijf een heffing van 250 miljoen gulden wil opleggen voor het gebruik van het spoor.

Tijdens een debat met Tweede Kamerleden over haar beleidsnota `De derde eeuw spoor' stelde Netelenbos gisteren dat de NS de gebruiksheffing heel wel zou kunnen opbrengen uit het geld dat het bedrijf niet meer hoeft uit te geven aan onrendabele stoptreinen in de regio. De verantwoordelijkheid daarvoor zal de NS de komende jaren namelijk opgeven.

Een woordvoerder van de NS stelde vanmorgen dat de tijd echter al tot het verleden behoort dat het bedrijf op zulke stoptreinen veel extra geld moest toeleggen. Het ontvangt daarvoor op het moment al een tamelijke adequate vergoeding. Om de gebruiksheffing te financieren zal er dus elders geld moeten worden gevonden. Daarbij zal een deel naar verwachting ook van de klant moeten komen, al zou de NS dat volgens de woordvoerder liever vermijden.

Bij het debat van gisteren werd duidelijk dat Nederland de derde eeuw met de nodige onzekerheid zal ingaan. De nieuwe spoorwegwet zal zeker niet voor begin volgend jaar gereed zijn. Dat is lastig, omdat het huidige contract van de overheid met de NS dan al is afgelopen. Daardoor wordt een overbruggingsregeling onvermijdelijk.

Intussen moeten Netelenbos en haar departement veel verschillende draden in korte tijd bijeen zien te brengen op zo'n manier dat ze allemaal netjes passen binnen de nieuwe wet. Het kabinet wil de NS opnieuw voor tien jaar de rechten op het hoofdnet (de intercity-treinen) gunnen, maar wil hier wel een prestatiecontract met scherpe voorwaarden aan koppelen. Bovendien moet intussen ook zijn geregeld wie het vervoer op de hsl-zuid mag verzorgen. De NS heeft hiervoor als eerste zojuist een offerte uitgebracht.

Daarnaast moeten nog duidelijke regels worden opgesteld voor de gebruiksvergoeding van het spoor. en worden besloten hoe het toezicht en de toewijzing van capaciteit op het spoor het beste gestalte kan worden gegeven. Een organisatie voor dat laatste zou niet langer onder auspiciën van de Nederlandse Spoorwegen mogen opereren.