Markt zakt in, Singer in surseance

Singer, 's werelds grootste producent van naaimachines, heeft gisteren uitstel van betaling aangevraagd. Het van oorsprong Amerikaanse bedrijf verkeert in grote financiële problemen en wil de surseance benutten voor een reorganisatie.

Singer heeft een beroep gedaan op artikel 11 van de Amerikaanse faillissementswetgeving. Dat biedt bescherming tegen schuldeisers om een financiële herstructurering mogelijk te maken. De onderneming zegt een akkoord te hebben met ,,een belangrijke kredietverstrekker'' dat normale voortzetting van de activiteiten waarborgt tijdens de reorganisatie.

De aanvraag van het 148-jarige Singer komt een week na de faillissementsaanvraag van de 137-jarige Duitse dochter Pfaff. Voor beide ondernemingen geldt dat ze lijden onder de ingezakte vraag naar naaimachines. Pfaff, voor 80 procent in handen van Singer, heeft 180 miljoen mark (zo'n 200 miljoen gulden) schuld. Het vroeg vorige week uitstel van betaling, maar kreeg dat niet.

Behalve met de schulden van Pfaff en een zwakke markt kampt Singer met weinig succesvolle activiteiten in nieuw aangeboorde afzetgebieden als Brazilië, China en Vietnam. Ook in Rusland bouwde Singer voor 50 miljoen dollar aan schulden op. De onderneming is voor 50 procent eigendom van het in Ontario gevestigde bedrijf Semi-Tech Corporation van de Hongkong-Chinees J. Ting.

Singer doet zaken in 150 landen. Behalve naaimachines maakt het bedrijf elektronische huishoudelijke apparaten, meubels en interieurbenodigheden. In 1998 had Singer een omzet van 1,3 miljard gulden, exclusief Pfaff. De dalende omzet van Singer leidde twee jaar geleden al tot 6.000 ontslagen. In Nederland sloot het vorig jaar vijftien van zijn 27 winkels.

NAAIMACHINES: pagina 17