Elektronisch stemmen is leuk en leerzaam

Stemmen op afstand, met de telefoon vanaf de sofa of via de computer op het werk, klinkt zo aantrekkelijk dat bijna iedereen er in eerste instantie voor is. Het is gemakkelijk en `echt van deze tijd'. Het is dan ook niet vreemd dat politici, wetenschappers en instituten serieus de mogelijkheden van elektronisch stemmen willen uitproberen. Het zou wel vreemd zijn als, zoals Kees Aarts in deze krant

(2 september) suggereerde, ze zich `kritiekloos' in de lobby voor stemmen via Internet en telefoon zouden hebben gestort. Dat is geenszins het geval.

Door onderzoek te (laten) doen, ervaring op te doen door experimenten worden het kritische denken en debat gestimuleerd. En dat gebeurt met het volledig bewustzijn van mogelijke bezwaren. Niet in de laatste plaats bij de initiatiefnemers. Overigens geldt voor deze bezwaren wat ook voor het elektronisch stemmen zelf geldt: in eerste instantie is iedereen het ermee eens, maar bij nader inzien is er meer aan de hand.

Zo wordt één van Aarts' grootste bezwaren gevormd door gezinshoofden die namens hun gezin stemmen. Hij vergeet daarbij dat dit probleem nu waarschijnlijk ook al bestaat: als vader wil bepalen hoe zijn kinderen stemmen, kan hij nu hun stemkaarten afnemen en voor hen gaan stemmen.

Een ander punt van zorg is de mogelijkheid van het ronselen of zelfs kopen van stemmen. Ook deze corruptie van de verkiezingen is niet voorbehouden aan elektronisch stemmen op afstand. Dat gevaar is wel sterker bij identificatie door middel van enkel een verkiezings-PIN-code. Combinaties van oproepnummer en PIN-code zijn eenvoudig te verzamelen en met een uurtje telefonisch stemmen te gebruiken.

Deze praktijken worden al onwaarschijnlijker indien identificatie gebeurt met zo'n nieuw elektronisch paspoort-kaartje waar minister Van Boxtel op studeert. Wanneer deze gebruikt wordt samen met een PIN-code die niet alleen voor die verkiezingen geldt, dan wordt de kaart persoonlijker. Indien identificatie dan vervolgens zelfs via biometrie plaatsvindt (denk aan vingerafdruk, stemgeluid of plaatje van iris) dan wordt ronselen echt een moeizame onderneming. Het kopen van stemmen is moeilijk te controleren en kan in alle stemsystemen plaatsvinden.

Naast bezwaren kent stemmen via Internet ook een meerwaarde. Natuurlijk niet in de zin dat een digitale stem zwaarder zou meetellen, maar wel kan het een opkomstverhogende werking hebben en tevens een verrijking opleveren van het stemproces.

Wat betreft die verrijkende werking eerst een `slecht' voorbeeld: bij de Statenverkiezingen dit voorjaar kregen de Amsterdammers pas in het stemlokaal de lijst met kandidaten uitgereikt. Dat is geen service. Zo krijg je niet het idee dat je van belang bent als burger. Stemmen gaat zo lijken op het slechts braaf vervullen van de burgerplicht door even de deur uit te gaan en een hokje rood te kleuren.

Werkelijk digitaal stemmen kan meer zijn dan eenvoudigweg een politicus `aanklikken'. Als de kiezer zijn stem uitbrengt in een digitale wereld, dan zijn er tal van mogelijkheden die het proces van stemmen kunnen verrijken. Denk aan programmavergelijkingen, stemadviezen, chats met politici en sites waarin het stemgedrag van politici kan worden gevolgd.

De initiatiefnemers en leden van het comité van aanbeveling willen niet ten koste van alles elektronisch stemmen invoeren. Wel zijn ze van mening dat de democratie nieuw elan behoeft.

De democratie lijdt aan bloedarmoede, de maatschappij verandert en de overheid moet met haar tijd meegaan. Dat hoeft niet kritiekloos; debat over mogelijke kansen en bedreigingen hoort bij een zoeken naar waardevolle en zuivere aanvullingen of verbeteringen van het huidige systeem.

Uit onderzoek blijkt dat een gevoel van burgerplicht voor velen een belangrijke reden is om te gaan stemmen. Dat is moeizaam te bevorderen - of het moet zijn met herinvoering van stemplicht, maar daar zijn weinigen voorstander van. Het stimuleren van burgerschapszin is daarentegen een veel zinvoller weg.

Dat kun je doen door burgers aantrekkelijke middelen te bieden om te participeren. Stemmen kan aantrekkelijk gemaakt worden in een digitale omgeving met informatie, spel en interactie. Hier ligt een kans voor de overheid om het de burgers niet alleen makkelijker, maar ook leuker te maken.

Steven Lenos is verbonden aan het Instituut voor Publiek en Politiek en één van de initiatiefnemers voor PELS, het Platform ELektronisch Stemmen (www.pels.net).