Eigen huis

De fiscale behandeling van de (eerste) eigen woning verandert niet met Belastingherziening 2001. De hypotheekrente voor het eigen huis blijft onbeperkt aftrekbaar. Aan die Paarse belofte wil ook Vermeend zich houden. De kapitaalverzekering die is verbonden aan de eigen woning, bijvoorbeeld via een spaar- of levenhypotheek, blijft onbelast. Als zo'n verzekering tot uitkering komt, bijvoorbeeld na afloop van de hypotheeklening na dertig jaar, moet dit geld ook feitelijk worden gebruikt om de hypotheek af te lossen. Het bedrag dat daarna overblijft moet straks worden gebruikt voor de financiering van een nieuwe eigen woning. Als dat geld voor iets anders wordt gebruikt is de rente voor de nieuwe hypotheeklening beperkt aftrekbaar. Dit geldt na 1 januari 2001. De opbrengst van de huidige spaarhypotheken mag vrij worden aangewend.

Eigenaren van een tweede woning, die nu nog wordt behandeld als de eerste woning, krijgen wel te maken met een ander belastingregime. De waarde van de tweede woning wordt voortaan aangemerkt als vermogen. Er wordt uitgegaan van een fictief rendement van 4 procent over dat vermogen. Over dat rendement moet de eigenaar 30 procent belasting betalen, waarmee een eigenaar van een tweede (of derde) huis jaarlijks 1,20 procent van de waarde van het huis aan belasting betaalt. Het aftrekken van hypotheekrente en onderhoudskosten in geval van een tweede woning vervalt.