Blair: Britten naar top Internet-handel

Het Verenigd Koninkrijk moet het drukste virtuele marktplein van de wereld worden. Dat heeft de Britse premier, Tony Blair, gisteren gezegd bij de presentatie van een handvest ter bevordering van e-commerce, zakendoen via het Internet.

Daartoe moeten Britse bedrijven, burgers en de overheid het Internet wel ,,omarmen''. Blair: ,,Nu, en niet over een paar jaar. Als je het Internet niet als kans ziet, wordt het een bedreiging.'' Hij beloofde dat de overheid de leiding neemt door het bevorderen van competitie, het verminderen van regelgeving en door ,,mensen uit te rusten met de vaardigheden die nodig zijn.''

De Britten liggen op het gebied van e-commerce achter bij de VS, Canada en Australië, waar meer bedrijven en burgers online zijn. Aan de Europese top worden ze snel ingelopen door Duitsland en Frankrijk. Toch wil het handvest, E-commerce@its.best.uk getiteld, dat het Verenigd Koninkrijk in 2002 een hoger aandeel Internet-gebruik heeft dan enig ander land binnen de G7, de groep van zeven rijkste industrielanden.

Het handvest is het werk van de Performance and Innovation Unit (PIU), een `strategische denktank' die rechtstreeks onder de premier ressorteert. Blair maakte gisteren tevens de benoeming bekend van Alex Allan, een oud-diplomaat, als `Internet-tsaar', die de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport moet leiden.

Sommige Britse experts op het gebied van e-commerce noemden het manifest gisteren ,,erg ambitieus''. Het zou bovendien ,,onrealistisch'' zijn om de Internet-vaandeldrager, de VS, voorbij te willen streven. Het rapport erkent zelf ook dat er grote barrières zijn, zoals het gebrek aan een wereldwijde standaard voor belastingregels op elektronische transacties, het gebrek aan voldoende snelle verbindingen ('bandbreedte') en het dilemma tussen de behoefte aan privacy en de kans op fraude.

Grote Britse bedrijven zijn volgens het handvest tot nu toe ,,traag'' geweest bij het verkennen van de elektronische markt, terwijl kleine en middelgrote bedrijven sterk achterblijven. Managers en directeuren moeten daarom in verhoogd tempo hun weg op het Internet zien te vinden. Blair noemde zichzelf ook iemand die te weinig Internet-vaardigheden bezit en beloofde een cursus te gaan volgen. ,,Zoals veel leiders gebruik ik bijna nooit een computer, en als ik het doe heb ik hulp nodig,'' zei hij en voegde de daad bij het woord door online een bos begonia's voor zijn vrouw Cherie te bestellen en te laten bezorgen op haar Londense kantoor. Hij werd daarbij geholpen door de jonge directeur van een snelgegroeid bedrijf voor Internet-software in Cambridge.

Zo'n dertien miljoen Britten, minder dan een kwart van de bevolking, heeft Internet-toegang. Verwacht wordt dat dit jaar transacties ter waarde van tien miljard pond (34 miljard gulden) online zullen verlopen, drie keer zoveel als het vorig jaar, maar slechts eentiende van de omzet die over drie jaar wordt verwacht. Dan zal zo'n vier procent van het bruto nationaal product uit e-commerce afkomstig zijn, maar de invloed daarvan is volgens het rapport ,,disproportioneel groter'', omdat het economische groei stimuleert maar geen inflatie zou bevorderen.

De Performance and Innovation Unit (PIU) stelt beleid op buiten de traditionele ministeries om en wordt niet bemand door ambtenaren maar door experts van buiten, die rechtstreeks aan de premier rapporteren. Blair ziet zulke `units' als tegengif voor bureaucratie en interdepartementaal geharrewar. Anderen zien ze als bewijs voor Blairs toenemende neiging tot centralisatie van het bestuur rond zijn persoon.